EU Policymakers · ATLAS
Christen Democratisch Appèl
National political party
What Christen Democratisch Appèl has said (7)
- 2026-06-11 “Jeltje: Veiligheid vraagt om slimmer straffen — Kamerlid Jeltje Straatman en D66-Kamerlid Joost Sneller vandaag het initiatiefwetsvoorstel Slimmer Straffen ingediend bij de Tweede Kamer. Met deze wet krijgen rechters meer mogelijkheden om straffen op maat op te leggen die bewezen effectiever zijn in het voorkomen van nieuwe criminaliteit.
Korte gevangenisstraffen leiden er vaak toe dat mensen hun baan, woning of sociale netwerk verliezen, terwijl onderzoek laat zien dat alternatieve straffen zoals taakstraffen en elektronische detentie vaker bijdragen aan een succesvolle terugkeer in de samenleving. Tegelijkertijd helpt het voorstel bij het verminderen van de druk op het gevangeniswezen.
Lees hieronder meer over het initiatiefwetsvoorstel Slimmer Straffen van Jeltje Straatman en Joost Sneller.
Initiatiefwetsvoorstel 'Slimmer Straffen' ingediend bij Tweede Kamer
Nederland wordt veiliger als we herhaling van criminaliteit voorkomen. Dat begint bij de manier waarop we straffen. Ongeveer 80 procent van de opgelegde gevangenisstraffen is korter dan zes maanden. Juist deze korte straffen zorgen er vaak voor dat mensen meer kwijtraken dan alleen hun vrijheid. Ze verliezen hun baan, lopen vast in relaties of raken zelfs hun woning kwijt. Daardoor neemt de kans toe dat zij opnieuw de fout ingaan. Dat is slecht voor henzelf én voor de veiligheid van ons allemaal.
Daarom wil D66, samen met het CDA, rechters meer mogelijkheden geven om slimmer te straffen. Met een nieuw wetsvoorstel zetten we in op het voorkomen van herhaling van criminaliteit. Want een straf moet niet alleen recht doen aan een gepleegd delict, maar er ook voor zorgen dat mensen daarna weer op een goede manier kunnen meedoen in de samenleving. Zo maken we Nederland veiliger. Daarom hebben Joost Sneller en Jeltje Straatman vandaag de initiatiefwet Slimmer Straffen ingediend bij de Tweede Kamer.
Meer ruimte voor effectieve straffen
Met het wetsvoorstel krijgen rechters meer mogelijkheden om een straf op maat op te leggen. Zo wordt de maximale taakstraf verhoogd van 240 naar 360 uur. Ook wordt elektronische detentie mogelijk als zelfstandige straf. Daarmee kunnen mensen hun straf onder strikte voorwaarden uitzitten, terwijl zij hun werk, opleiding of zorgtaken behouden.
Onderzoek laat zien dat dit soort straffen bewezen effectiever zijn dan een korte gevangenisstraf als het gaat om het voorkomen van nieuwe criminaliteit. Door mensen perspectief en stabiliteit te bieden, verkleinen we de kans dat zij opnieuw de fout ingaan en maken we Nederland veiliger.
Ook goed voor aanpak cellentekort
Het voorstel helpt ook bij een ander urgent probleem: het tekort aan gevangeniscellen. Doordat rechters vaker kunnen kiezen voor een effectieve alternatieve straf, komt er meer ruimte beschikbaar voor mensen die vanwege ernstige misdrijven in detentie moeten worden geplaatst. Nu komt het voor dat veroordeelden moeten wachten op een cel vanwege capaciteitsgebrek. Dat is onwenselijk voor slachtoffers, voor het vertrouwen in de rechtsstaat én voor de veiligheid.
Met Slimmer Straffen kiezen we voor een aanpak die werkt: minder herhaling van criminaliteit, meer kansen om weer mee te doen en een veiliger Nederland voor iedereen.”
- 2026-05-29 “CDA - Jeltje: 'Treed op tegen online radicalisering' — Autoriteit Terrorismebestrijding en Kinderpornografische materiaal ("ATKM"). De ATKM mag terroristisch en kinderpornografisch materiaal laten verwijderen, maar kan nauwelijks optreden tegen andere vormen van schadelijke extremistische content. Daardoor ontstaat ruimte waarin jongeren steeds verder kunnen wegzakken in online geweldsculturen zonder dat er effectief wordt ingegrepen.
Het kan niet zo zijn dat de overheid blijft toekijken bij evident schadelijke extremistische content waarover we al jaren praten, maar waarop nog altijd onvoldoende wordt gehandeld. Neem de zogenoemde gore content: extreem gewelddadige beelden van executies, martelingen, zelfverminking of sadistische mishandelingen die online massaal worden gedeeld voor shockeffect of vermaak. Jongeren raken er steeds verder in verstrikt. Wat begint met nieuwsgierigheid, eindigt steeds vaker in verharding en radicalisering.
Het bewust verspreiden van extreem gewelddadige gore content zou strafbaar moeten worden. Die strafbaarstelling werkt normerend en beschermend én geeft bevoegde instanties, zoals de ATKM, het juridisch haakje om de mogelijkheid te krijgen om dit soort materiaal offline te halen wanneer duidelijk is dat het wordt gebruikt voor radicalisering, verheerlijking van geweld of intimidatie.
Ook extremistische manifesten verdienen een veel hardere aanpak.
Manifesten van terroristen zoals Anders Breivik circuleren nog altijd vrij toegankelijk online. Niet als historische documenten, maar als inspiratiebron voor nieuwe extremisten. De terrorist van Christchurch verwees expliciet naar Breivik. De dader van de racistische aanslag in Buffalo nam passages over uit eerdere terroristische manifesten.
Onderzoekers van extremismeplatform GNET concludeerden in 2024 dat Breiviks manifest nog altijd actief circuleert binnen extreemrechtse online netwerken en dient als inspiratiebron voor nieuwe terroristen.
We moeten stoppen met doen alsof dit neutrale documenten zijn. In de praktijk functioneren ze als digitale handboeken voor geweld en radicalisering.
In plaats van te blijven hangen in discussies over de exacte definitie van 'extremisme', moeten we veel gerichter optreden tegen online radicalisering. Strafbaarstelling van het verspreiden van evident extremistische content is daarin een noodzakelijke eerste stap. Want zolang overheid, politiek en techplatforms achter de feiten aan blijven lopen, radicaliseert online ongemerkt een nieuwe generatie.”
- 2026-05-20 “CDA - Maes en Ingeborg: Nederland moet samenwerken met middenmachten — Lees hieronder het opiniestuk van Maes van Lanschot en Ingeborg ter Laak.
Nederland moet samenwerken met middenmachten
De Amerikaanse veiligheidsstrategie die de regering-Trump eind vorig jaar presenteerde, laat weinig ruimte voor misverstanden: Washington bereidt zich voor op een wereld waarin nationale belangen zwaarder wegen dan bondgenootschappen, vrijhandel en geopolitieke stabiliteit. Sindsdien is de wereld niet rustiger geworden. De oorlog in Oekraïne sleept voort, conflicten in het Midden-Oosten blijven oplaaien, de spanningen rond Taiwan lopen op en zelfs bondgenoten als Canada en Denemarken kregen vanuit Washington te maken met dreigende taal over respectievelijk handel en Groenland.
Wie de Amerikaanse veiligheidsstrategie afdoet als tijdelijke Trump-tweets, mist wat er werkelijk gebeurt. De Verenigde Staten keren terug naar hun isolationistische traditie waarin nationale belangen zwaarder wegen dan een op waarden gebaseerd internationalisme.
Dat sentiment loopt diep. Al in 1796 waarschuwde George Washington tegen permanente buitenlandse allianties. Woodrow Wilson won in 1916 verkiezingen met de slogan
'He kept us out of the war'
en zelfs in januari 1941 wilde een overweldigende meerderheid van de Amerikanen buiten de Tweede Wereldoorlog blijven.
Het internationalisme van de VS na 1945 was historisch gezien eerder uitzondering dan regel. Juist daarom moet Europa serieus nemen wat Washington opschrijft: samenwerking, vrijhandel en geopolitieke stabiliteit zijn voor de VS niet meer vanzelfsprekend.
De spreekwoordelijke koopman en dominee stonden met hun handelsgeest en waarden symbool voor ons buitenlandbeleid. Die tijd is voorbij, want de wereld waarin zij floreerden rustte op Amerikaanse macht en betrokkenheid.
Dat is een pijnlijke boodschap. Maar belangrijker nog dan daarover te treuren is dat Europa op eigen benen gaat staan. Daarom moeten we onze economie versterken, internationale vriendschappen herschikken en investeren in een moderne krijgsmacht. Naast de koopman en dominee hoort dus ook de generaal.
"Europa moet snel volwassen worden"
De afgelopen decennia heeft Europa zichzelf te afhankelijk gemaakt: van Russisch gas, van Chinese productieketens zoals zeldzame metalen, batterijen en zonnepanelen en van Amerikaanse defensie- en technologiebedrijven. Wat jarenlang efficiënt leek, blijkt kwetsbaar.
Dat vraagt om een fundamenteel andere benadering. Veiligheid gaat niet alleen meer over tanks en raketten, maar ook over chips, energie, medicijnen, data, havens en productieketens.
Europa moet de grote woorden over strategische autonomie daarom pragmatisch gaan invullen. Hoe blijven we strategisch relevant in een wereld waarin economische afhankelijkheden steeds vaker geopolitieke drukmiddelen worden?
Oud-ASML-topman Peter Wennink formuleerde dat scherp: je hoeft niet alles te kunnen, als je maar iets goed genoeg kan wat van groot belang is en wat die ander graag wil hebben.
Strategische samenwerking met middenmachten
Daarom moeten Nederland en Europa veel gerichter gaan samenwerken met middenmachten. Landen als Canada, Australië, India, Indonesië, Brazilië, Marokko en de Golfstaten bevinden zich namelijk in een vergelijkbare positie als Europa. Ze zijn geen supermacht en willen ook niet afhankelijk zijn van de VS of China. Ze zoeken actief naar stabiliteit en partnerschappen om hun positie te versterken.
De Canadese premier Mark Carney vatte dat scherp samen in Davos:
"If you're not at the table, you're probably on the menu."
Juist met dit soort landen moet Europa beter gaan samenwerken. Niet met eenmalige handelsmissies, maar strategisch en langdurig. Denk aan grondstoffendeals met Canada en Australië. Op klimaattech innoveren met India en Indonesië. Op het gebied van voedsel nauwer samenwerken met Brazilië en Argentinië. En onze energiezekerheid vergroten met de Golfstaten.
Op dit moment ontbreekt zo'n strategie. Grondstoffenbeleid, energiebeleid, defensie-industrie, voedselzekerheid en technologiebeleid zijn nog te versnipperd georganiseerd over ministeries, Europese fondsen en losse handelsinitiatieven.
Daarom moet Nederland het initiatief nemen voor strategie, structuur en actie. Dat begint met vast te stellen met welke middenmachten we als Nederland en de EU op welke thema's goed kunnen samenwerken.
En zijn we dan ook bereid met landen samen te werken die niet al onze waarden delen? Die ongemakkelijke discussie moeten we niet uit de weg gaan.
Europa moet snel volwassen worden. Dat betekent verantwoordelijkheid nemen, kracht opbouwen en onze waarden blijven uitdragen. Gelukkig hebben we alles in huis om dat voor elkaar te krijgen. Samen in Europa en met bevriende middenmachten. Met de koopman, dominee en generaal.”
- 2026-05-08 “Kunnen we de overwinsten van oliebedrijven belasten? — De hoge winsten van oliebedrijven roepen vragen op over eerlijkheid, zeker nu de spanningen in het Midden-Oosten de olieprijzen opdrijven. Maar hoe ontstaan die winsten precies, en is een belasting op zogenoemde 'overwinsten' wel zo eenvoudig als het klinkt? In onderstaande tekst buigt Henri Bontenbal zich over dit vraagstuk.
Kunnen we de overwinsten van oliebedrijven extra belasten?
Deze week werden de kwartaalcijfers van Shell bekend gemaakt. Shell boekte in het eerste kwartaal een winst van 6,9 miljard dollar. Oliebedrijven profiteren van de hoge olieprijs door de oorlog in Iran. Het is begrijpelijk dat dan meteen de vraag weer naar boven komt: is het eerlijk dat oliebedrijven zulke winsten maken op dit moment? En zo niet, kunnen we deze bedrijven extra belasting laten betalen over deze gemaakte overwinsten? Nieuwsuur vroeg mij gisteren om een reactie. Maar omdat complexe zaken zich niet altijd in een korte quote laten vatten, wil ik er graag nog wat dieper op in gaan.
Waarom maken oliebedrijven zoveel winst?
De oliemarkt is een spel van vraag en aanbod. Door de oorlog in Iran is de beschikbaarheid van olie gedaald en dus stijgt de prijs. De oliemarkt is een mondiale markt. Op allerlei plekken in de wereld wordt olie opgepompt en in raffinaderijen tot afgeleide producten verwerkt, zoals benzine, diesel en kerosine. Over de hele wereld vindt handel en transport van deze producten plaats.
Om te begrijpen waarom deze bedrijven nu veel winst maken, is het belangrijk om te begrijpen hoe de oliemarkt in elkaar zit. Olie- en gasbedrijven als Shell, Total en BP zijn bedrijven die in alle onderdelen van de oliemarkt actief zijn. De markt kan grofweg in de volgende drie onderdelen worden uitgesplitst.
Upstream: dit zijn de bedrijfsactiviteiten die zich richten op het opsporen van olie- en gasvelden en deze exploiteren door olie- en gas op te pompen.
Midstream: eenmaal opgepompt moet de olie worden opgeslagen in tankopslagen en worden getransporteerd over de rest van de wereld (o.a. via schepen en pijpleidingen).
Downstream: in dit deel van de keten wordt olie in raffinaderijen verwerkt tot bruikbare brandstoffen, zoals benzine en diesel, en andere producten die in de chemie worden gebruikt. De brandstoffen worden via tussenhandelaren geleverd aan pompstations die deze benzine en diesel weer verkopen aan automobilisten.
Het ingewikkelde is dat de ruwe olie en ook de geraffineerde brandstoffen op allerlei manieren verhandeld worden. Een raffinaderij in Nederland koopt olie op de mondiale oliemarkt en betaalt daar dus meestal de prijs voor die op dat moment op de oliemarkt gerekend wordt. Is de olieprijs hoog, dan betaalt de raffinaderij ook een hoge prijs voor de ruwe olie en dat betekent dus ook dat de prijs van de geraffineerde brandstoffen hoger is.
Het is dus niet zo dat als Shell ergens in de wereld olie oppompt, deze olie ook intern wordt geleverd aan, en verwerkt wordt door een raffinaderij van Shell; het is ook niet zo dat een Shell raffinaderij altijd benzine en diesel levert aan Shell pompstations. De werkelijkheid is veel complexer: een BP-tankstation kan benzine inkopen bij een Shell raffinaderij die de olie weer op de wereldmarkt heeft gekocht bij Exxon.
De Europese oliebedrijven hebben daarnaast een belangrijke rol in de handel van olie en olieproducten. Ze maken winst met het slim handelen: op het juiste moment inkopen, op het juiste moment weer verkopen. De olie op een schip wat rondvaart op de oceaan is op het ene moment van Shell, maar een dag later weer van BP of Total en een paar dagen later weer van een andere eigenaar.
Om het nog ingewikkelder te maken: de ene olie is de andere niet. Een raffinaderij kan niet alle soorten olie verwerken. Zogenaamde Noord-Amerikaanse 'crude' is vrij licht, olie uit Venezuela vrij zwaar. Olie bevat allerlei componenten (zuurgraad, metalen, etc.) en raffinaderijen mengen dus allerlei olies om tot de juiste specificaties te komen.
Olie wordt dus constant verhandeld, gemengd, van een ander label voorzien.
Als ik het goed zie, wordt de winst van oliebedrijven vooral gemaakt in de upstream en de midstream: het oppompen en verhandelen van olie en gas. Door de hoge olieprijs maken bedrijven daar meer winst en ook in de handel zijn sommige Europese oliebedrijven heel goed.
De winst wordt dus gemaakt op de plekken waar de olie wordt geproduceerd. Europa produceert minder dan 4% van alle olie wereldwijd. In Nederland hebben we bijna geen olieproductie, maar wel relatief veel raffinaderijen. Het is niet gezegd dat die veel meer winst maken.
In de eerste weken na de oorlog zag je dat de marges in de raffinage sterk opliepen, maar bijvoorbeeld in april schoten de marges ook onder nul. Shell rapporteert dat ze meer marge hebben kunnen maken op de raffinage (van 14 naar 18 dollar per vat), maar de vraag is hoe lang dat zo blijft en of dat bij andere oliebedrijven ook zo is.
Wat ook niet vergeten mag worden, is dat raffinaderijen in Nederland ook elektriciteit, gas, waterstof en stikstof nodig hebben voor hun raffinaderij en dat de kosten daarvan ook stijgen.
De tankstations lijken niet meer winst te maken; integendeel, ze zien door de hoge prijzen aan de pomp de afname dalen (zeker in de grensregio's).
Is de winst belastbaar?
Tsja, nu wordt het nog ingewikkelder…
De grote winsten worden door oliebedrijven namelijk niet in Nederland gemaakt. Daarnaast is een bedrijf als Shell niet meer gevestigd in Nederland. Dus waar moet een eventuele belasting op overwinst geheven worden?
We zouden het kunnen aanpakken zoals tijdens de energiecrisis in 2022.
In 2022 is een Solidariteitsbijdrage geïntroduceerd via de 'Wet Tijdelijke Solidariteitsbijdrage'. Deze wet maakte het mogelijk om overwinsten te belasten. Die belasting zou de Nederlandse schatkist € 3,2 miljard moeten opleveren.
De belasting werd als volgt berekend. Eerst werd een referentiewinst bepaald, namelijk de gemiddelde belastbare winst voor de vennootschapsbelasting uit de vier voorgaande jaren. De overwinst werd dan bepaald als de belastbare winst van de referentiewinst plus 20%. Over deze overwinst werd 33% belasting geheven.
Maar ook hier moeten we toch even dieper graven… want in 2022 waren het vooral de gasprijzen die door het dak schoten, nu is het vooral de olieprijs. De gasprijs is wel gestegen, maar lang niet zo fors als in 2022. En dat maakt nogal uit, want in Nederland produceren we wel gas, maar weinig olie.
Dat kunnen we ook terugzien in de inschatting van de opbrengst die het Rijk destijds maakt. Van de 3,2 miljard euro die de Solidariteitsbijdrage moest opleveren, kwam slechts 0,8% uit de olieproductie (slechts 26 miljoen euro).
En er is nog een belangrijk verschil: in 2022 werd er nog gas gewonnen in Groningen. De gaswinning in het Groningenveld is per 1 oktober 2023 gestopt.
Dus als we dezelfde belasting zouden introduceren als in 2022, dan levert deze vermoedelijk weinig op.
Voor de jaren 2023 en 2024 heeft het Rijk de cijns verhoogd (via de Mijnbouwwet). Dat betrof een heffing van 65% over het deel van de omzet dat is behaald met de verkoop van aardgas tegen een gemiddelde prijs hoger dan € 0,50 per m3. De gasprijs schommelt echter rond die prijs, dus het kabinet geeft aan dat hier geen overwinsten worden verwacht.
Kortom, het beeld dat door sommigen wordt neergezet dat er in Nederland forse overwinsten gemaakt worden en dat die makkelijk kunnen worden belast, is echt te simpel.
Het echte probleem, de echte oplossing
Het echte probleem is natuurlijk dat we als Europa en Nederland zo enorm afhankelijk zijn van de internationale olie- en gasmarkt. Ja, daar worden door bedrijven en olieproducerende landen (de VS, het Midden-Oosten) forse winsten gemaakt, maar daar kunnen we helaas niet zoveel aan doen.
In 2024 importeerde de Europese Unie voor 376 miljard euro aan olie, gas en steenkool uit de rest van de wereld. Dat is meer dan 1 miljard euro per dag!
Voor het klimaat, maar zeker ook voor de leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie, zullen we stevig moeten blijven inzetten op het energie-onafhankelijker maken van Europa.
Hoe? Door te blijven investeren in schone energiebronnen (hernieuwbaar en kernenergie), energiebesparing en andere schone technologieën, door elektrificatie van de industrie en mobiliteit. Dat is en blijft één van de grote opdrachten van Europa.”
- 2026-05-05 “Henri: kostbare vrijheid mogen we vieren! — Fractievoorzitter Henri Bontenbal vraagt vrijheid om blijvende waakzaamheid, betrokkenheid en historisch besef.
Gisteren mocht ik aanwezig zijn bij de Nationale Dodenherdenking op de Dam, als fractievoorzitter van het CDA. Deze nationale herdenking op 4 mei is één van de meest indrukwekkende momenten waarop we als Nederland stilstaan bij de mensen die hun leven gaven voor onze vrijheid en bij alle slachtoffers van oorlog en geweld, in de Tweede Wereldoorlog en daarna.
Het is een moment waarop we stilstaan bij het verlies van onze vrijheid in de Tweede Wereldoorlog. De democratie stond vijf jaar stil. De lege plank in de Handelingenkamer van de Tweede Kamer is daar nog altijd het stille bewijs van.
We herdachten gisteren vooral de duizenden Joden, Roma en Sinti, homoseksuelen en politieke gevangen die eerst gemarginaliseerd, weggevoerd, gemarteld en vermoord zijn. Judith Zilversmit vertelde in haar indrukwekkendetoespraak over haar vader, die de oorlog overleefde door onder te duiken. Ze vertelde over de systematische manier waarop Joden werden geïsoleerd. Hoe het onacceptabele bijna onopgemerkt wordt geaccepteerd:
"Wat me het meest trof: de vanzelfsprekendheid. Niet één groot moment, maar een opeenstapeling van kleine stappen. Regeltjes. Formulieren. Mensen die uitvoeren, meebewegen, wegkijken."
We staan daarom op 4 mei ook stil bij onze eigen schaamte en schuld. Nederland was het land waar verhoudingsgewijs de meeste Joden zijn weggevoerd en vermoord. Ja, er zijn de indrukwekkende verhalen van moed; van mensen die – soms betaald met hun eigen leven – het onacceptabele niet zomaar lieten gebeuren.
Maar het grootste deel van Nederland keek weg.
De herdenking vond ook gisteren weer plaats bij het Nationaal Monument op De Dam, dat in de vroege ochtend met rode verf was besmeurd en beklad. Een laffe daad waaruit zoveel respectloosheid, domme onwetendheid en kwaadwilligheid spreekt.
Waren deze vandalen zich bewust van wat het monument uitdrukt?
Op de voorkant van het monument staan geboeide mannen afgebeeld; de rechter figuur beeldt het verzet van de arbeider uit, de linker het verzet van de intellectueel. In het midden neemt een man de houding aan van de gekruisigde Jezus. Daarboven is een vrouw afgebeeld, met een kind en omhoogvliegende duiven. Zij verwijzen naar de bevrijding, de vrijheid.
De Latijnse tekst op de voorzijde luidt als volgt: "Hic ubi cor patriae monumentum cordibus intus
quod gestant cives spectet ad astra dei." (Hier, waar het hart des vaderlands is, moge het herinneringsteken, dat de burgers in het binnenste hunner harten dragen, schouwen tot de sterren Gods.)
Ik ben wel eens bang dat we in Nederland het besef kwijtraken wat vrijheid is en wat het ons kost. De decennia van vrede hebben ons onoplettend, achteloos en ook gemakzuchtig gemaakt.
Omdat we niet meer goed weten - het niet zelf ervaren hebben - wat onvrijheid is, weten we onze vrijheid niet goed te waarderen.
We denken dat oorlog een uitzonderingstoestand is, een afwijking van de normale loop der dingen, schrijft Caroline de Gruyter in haar nieuwe boek Zondagskinderen. Maar daardoor zijn we er onvoldoende op voorbereid. Niet alleen materieel, maar vooral mentaal. We missen de weerbaarheid en bereidheid de herwonnen en unieke vrijheid die we in Europa hebben verworven, te verdedigen.
Het is verontrustend dat jonge leerlingen de klas in komen met desinformatie over de Holocaust, opgevangen op TikTok. Waarom laten we techbedrijven de hoofden van onze kinderen zo makkelijk vol stoppen met schadelijke desinformatie en haat?
Nog verontrustender is de groei van het rechtsextremisme in Nederland en Europa. De AIVD waarschuwt er al jaren voor. Lokale protesten tegen de komst van AZC's lijken opgestookt door het rechts-extreme netwerk Identitair Verzet. Zijn we vergeten waar haat, uitsluiting en geweld toe kunnen leiden?
We zullen ons als samenleving veel krachtiger moeten uitspreken tegen de vervuiling van ons publieke debat en moeten werken aan de collectieve mentale weerbaarheid. We moeten waken voor het gevaar van gedachteloosheid, waar Hannah Arendt voor waarschuwde.
Hoe doen we dat? Hoe maken we onze samenleving weerbaar? Hoe beschermen we onszelf tegen het gevaar van gedachteloosheid?
Eén van de antwoorden daarop is: door te luisteren naar de verhalen van degenen die vochten of vechten voor vrijheid. Zoals Oekraïense soldaten die terugkeren van het slagveld. Of de verhalen van mensen die hebben geleefd onder onderdrukkende regimes.
In het prachtige boek 'Vrouwen in duistere tijden' portretteert Alicja Gescinska 'tien denkers van blijvende betekenis'. Eén van de portretten gaat over Martha Gellhorn (1908-1998), een bekende Amerikaanse schrijfster en oorlogscorrespondent. Zo reisde ze mee met de geallieerden bij de landing op Normandië. Maar ze reisde ook naar Dachau, op 7 mei 1945, de dag waarop de Duitsers zich overgaven.
Wat ze daar zag heeft ze nooit kunnen vergeten. De pure horror, de wanhoop, de gruwel: ze zag het met eigen ogen en het liet haar nooit meer los. Gellhorn beschrijft hoe een Poolse dokter in het kamp cynisch reageert als hij op dat moment hoort dat de oorlog voorbij is en de Duitsers zich hebben overgegeven. Waarom was hij niet blij? Waarom niet meer dan een lauw 'bravo' als reactie?
Het antwoord dat deze Poolse dokter gaf, is altijd door het hoofd van Gellhorn blijven spoken: 'It's a bit late'.
Gescinka schrijft: 'It's a bit late.' Die woorden zouden in Gellhorn blijven spoken. Gellhorn verliet het kamp en ging in een veld zitten in een toestand die, zoals ze het zelf verwoordde, grensde aan oncontroleerbare hysterie. Al in de jaren dertig had ze de naam Dachau gehoord, toen de eerste politieke gevangenen er opgesloten werden. Ze had de naam gehoord, ze had ervan geweten, en ze had te weinig gedaan. Dat gevoel knaagde voor de rest van haar leven aan Gellhorns ziel: de hele wereld had te weinig gedaan om de nazihorror te stoppen, ook zij. (…) Ze was te laat wakker geschoten; a bit late."
Gescinka schrijft dat Gellhorn de verleiding weerstond van het gemak van het zorgeloze leven. "De mens heeft de plicht om betrokken te zijn."
Vandaag vieren we Bevrijdingsdag. We staan stil bij de grote waarde van vrijheid, democratie en mensenrechten. Die kostbare vrijheid mogen we vieren!
Maar Bevrijdingsdag op 5 mei kan nooit losgezien worden van de Herdenking op 4 mei. Die horen onlosmakelijk bij elkaar.
We vieren de vrijheid met in ons achterhoofd wat deze vrijheid heeft gekost.
We vieren de vrijheid met de opdracht deze vrijheid veel serieuzer dan we nu doen, te koesteren en te beschermen.
Zorgeloosheid, achteloosheid en doen-waar-je-zin-in-hebt is geen vrijheid.
Pas als we beseffen en echt doorleven wat onvrijheid is, begrijpen we hoe kostbaar vrijheid is.
We hebben geen recht op een zorgeloos leven, maar een plicht om betrokken te zijn.”
- 2026-04-25 “CDA — Greet Prins was een betrokken en bevlogen volksvertegenwoordiger die zich met overtuiging inzette voor de publieke zaak. Sinds juni 2019 was zij senator namens het CDA. Als senator was zij onder meer vicevoorzitter van de CDA-fractie en voorzitter van de commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Voor Greet was het belangrijk dat wetten praktisch uitvoerbaar en effectief zijn, waarbij compassie met de ander voor haar leidend was. Zoals zij zelf zei: "Politiek gaat er in essentie om dat je er bent voor de ander."
Vanuit haar overtuiging dat mensen aan elkaar gegeven zijn, zette zij zich in voor een samenleving waarin iedereen meetelt en gezien wordt. Het idee dat je er niet alleen voor jezelf bent, maar juist ten dienste van de ander, vormde een rode draad in haar denken en handelen.
Politiek gaat er in essentie om dat je er bent voor de ander.
Greet Prins
Eerste Kamerlid
Dit handelen bracht Greet tot een indrukwekkende maatschappelijke carrière, met name in de zorg en het openbaar bestuur. Zij bekleedde diverse bestuurlijke functies en was onder meer actief bij het UWV. Als voorzitter van de Raad van Bestuur van Philadelphia Zorg ontving zij de titel Zorgmanager van het Jaar. In al haar functies zette zij zich in voor goede, toegankelijke zorg en sterke publieke organisaties, met oog voor de menselijke maat.
Greet leed aan ALS, een ziekte die haar leven in de afgelopen periode ingrijpend heeft beïnvloed. Tot het laatst toe bleef zij zich met grote toewijding inzetten voor haar werk als senator. Afgelopen dinsdag was zij nog aanwezig bij de vergadering van de Eerste Kamer. In de laatste maanden spaarde zij gedurende de week haar energie om haar parlementaire werk zo goed mogelijk te kunnen blijven doen. Dat tekent haar plichtsbesef en haar betrokkenheid bij het ambt dat zij met zoveel overtuiging vervulde. Zoals zij zelf zei: "Ik kan alle dagen die ik nog heb gaan zitten chagrijnen. Maar ik kan ook proberen, en daar geloof ik in, om van de dag toch weer iets te maken."
Buiten haar werk stond Greet bekend als een warm en betrokken mens. Zij hield van lezen en vond ontspanning en inspiratie in boeken. Haar favoriete vakantieland was Portugal, een plek waar zij graag kwam.
Met haar overlijden verliest het CDA een toegewijde en betrokken volksvertegenwoordiger. Wij zijn haar dankbaar voor alles wat zij heeft betekend voor onze partij, voor de politiek en voor de samenleving.
Greet laat haar man, een dochter, een zoon en kleinkinderen na. Wij wensen haar familie en dierbaren veel sterkte en Gods nabijheid bij het dragen van dit verlies.”
- 2025-10-01 “Eerlijke en sterke economie — We ontwikkelen bestaande organisaties door tot de Nationale Investeringsbank: één sterke overheidsorganisatie met slagkracht en geld om te investeren en zo investeringen uit de markt te stimuleren.
Er komt een win-win-lening die leningen aan het Nederlandse mkb aanmoedigt met een belastingkorting.
De regeling voor winstdeling wordt beter zodat werknemers beter meeprofiteren en zich binden aan start- en scale-ups.
Samenvoegen Europese Kapitaalmarkt
De Europese Kapitaalmarkt wordt verder samengevoegd om meer investeringen beschikbaar te maken voor Nederlandse bedrijven.
Schrappen van nationale CO₂-heffing
We schrappen de nationale CO₂-heffing, want we willen bedrijven niet wegjagen.
Infrastructuur om CO₂ uit de lucht te halen
De bouw van de infrastructuur om CO₂ uit de lucht te halen, begint zo snel mogelijk. Daarvoor gebruiken we minimaal één leegstaande kolencentrale.
Duurzame economie voor de toekomst
We maken bindende en wederkerige maatwerkafspraken met de grootste vervuilende bedrijven om de bestaande industrie te verduurzamen en bouwen aan een duurzame economie van de toekomst.
Gerecycled plastic wordt goedkoper dan nieuw door een Europese grondstoffenheffing en strenge productienormen.”