EU Policymakers · ATLAS
GroenLinks-PvdA
National political party
Policy topics GroenLinks-PvdA is active on
What GroenLinks-PvdA has said (8)
- 2026-04-01 “PRO wil goedkoop klimaatticket voor openbaar vervoer — Om de beste ervaring te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om anoniem informatie op te slaan en/of te raadplegen. Door op "Accepteren" te klikken, stem je in met het gebruik van alle cookies.
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.
De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.”
- 2025-10-14 “Bouwen voor de sociale meerderheid — Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl. oningbouwcorporaties Nieuwe Stijl krijgen een grote rol bij nieuwbouwprojecten. Dat zijn investeerders zonder winstoogmerk, die betaalbare huurwoningen van topkwaliteit bouwen voor iedereen. De inkomensgrenzen gaan omhoog, zodat ook de middenklasse toegang krijgt tot betaalbare woningen. Het doel is dat tweederde van de Nederlandse huishoudens tot de doelgroep behoort. Het Rijk zorg met een ambitieus investeringsprogramma voor toegang tot gunstige financiering. We passen de wet aan zodat de Woningcorporaties Nieuwe Stijl geen winstbelasting betaalt. Zo is er meer ruimte om te investeren.
- Meer betaalbare woningen in nieuwe projecten. De Woningcorporaties Nieuwe Stijl gaan jaarlijks tienduizenden betaalbare woningen extra bouwen. De ambitie is dat er jaarlijks ruim 100.000 woningen bij komen. Waarvan 40.000 huurwoningen met een huur tot 900 euro. En nog eens 40.000 woningen met een huur tot 1200 euro, of koopwoningen met een maximale koopprijs van 405.000 euro. Gemeenten met een laag aandeel sociale huurwoningen of een tekort hieraan worden verplicht om een nog hoger aandeel sociale huurwoningen te realiseren. Zo zorgen we dat de woningvoorraad van woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl op een goed peil komt.
- Volkshuisvesting van topkwaliteit. Het doel is woningen te bouwen van topkwaliteit, waar bewoners trots op zijn. We beoordelen projecten niet alleen op aantallen en betaalbaarheid, maar ook op kwaliteit, duurzaamheid, uitstraling, architectuur en de aanwezigheid van groen en voorzieningen. We zetten in op woningen met gemeenschappelijke binnenruimtes voor activiteiten, buurttuinen en speeltuinen dichtbij en mogelijkheden om te sporten. We zorgen voor voldoende groen, parken en bomen.
- Huren betaalbaar houden. Als je eenmaal een woning hebt, wil je zekerheid dat je de huur kunt blijven betalen en dat je genoeg overhoudt voor andere uitgaven. We willen ervoor zorgen dat de lonen harder stijgen dan de huren. In tijden van hoge inflatie mogen de huren dan niet te hard stijgen. Om explosieve huurstijgingen te voorkomen, komt er een wettelijke bovengrens aan de toegestane huurstijging.
- Huurders hebben recht op een goede woning. Huurders betalen letterlijk de rekening als verhuurders weigeren een woning te isoleren. Wij leggen de verantwoordelijkheid waar die hoort: bij de verhuurder. Woningcorporaties geven we voldoende financiering om zo snel mogelijk alle corporatiewoningen te verduurzamen. Dit gebeurt met aandacht voor het voorkomen van vocht en schimmel, het vervangen van loden leidingen en bescherming tegen hitte. Slechte energielabels worden verplicht uitgefaseerd, ook in de private huursector, zodat de energierekening van huurders omlaag gaat, en woningen op tijd gereed zijn om over te stappen op een warmtepomp of warmtenet. Een uitgefaseerd energielabel geeft huurders recht op een tochtkorting die via de huurcommissie kan worden opgeëist. Enkel glas wordt erkend als gebrek, zodat huurders recht krijgen op verbetering of huurverlaging.
- Bescherming tegen woekerhuren. Huurders verdienen bescherming tegen profiteurs die misbruik maken van de woningnood. De wettelijke bescherming tegen woekerhuren gaat gelden voor alle huurwoningen. De markt krijgt een minder grote rol bij het bepalen van de maximaal toegestane huurprijs, doordat de koopprijs van de woning (WOZ-waarde) minder zwaar gaat meetellen in de berekening. Huurders van slecht geïsoleerde woningen behouden een korting op de huur.
- Huurders verdienen zekerheid. De vaste huurovereenkomst blijft de norm, zoals we hebben afgesproken in de Wet vaste huurcontracten. We zijn tegen voorstellen die de onzekerheid voor huurders vergroten. Tijdelijke contracten zorgden namelijk voor hoge huurstijgingen en stress, en zorgden niet voor meer woningen. In het hele land gaat de verhuurvergunning gelden om huurders te beschermen tegen foute huisjesmelkers.
- Een einde aan de uitverkoop betaalbare woningen. De afgelopen jaren zijn veel betaalbare huurwoningen verkocht aan commerciële partijen, die vervolgens een hogere huur gaan vragen. We willen de verkoop van betaalbare huurwoningen minimaliseren. Zo behouden we betaalbare woningen in verschillende buurten. Dat kan ook als we de Woningcorporaties Nieuwe Stijl voldoende middelen geven.
- Nieuwe Wijkenaanpak. Er zijn veel wijken en buurten in Nederland waar veel problemen samenkomen. Er is meer armoede, werkloosheid en onveiligheid, en mensen leven er korter. De woningen zijn van minder goede kwaliteit, met slechte isolatie, meer tocht en schimmel. Deze problemen gaan we met voorrang aanpakken, inclusief financiering. Daarom komen we met een Nieuwe Wijkenaanpak. Daar hoort een isolatie-offensief bij, waarmee we slecht geïsoleerde woningen opknappen en verduurzamen. We combineren investeringen in huizen en publieke ruimte met investeringen in werkgelegenheid, onderwijs, cultuur, welzijn en veiligheid. We hebben daarbij niet alleen aandacht voor de grote steden, maar voor alle steden en dorpen in Nederland. Waaronder de 'New-Town'-gemeenten: de grote groeikernen die nu niet alleen voor een grootschalige vervangingsopgave staan, maar ook voor problemen met onder andere bestaanszekerheid en leefbaarheid.
- Genoeg woningen voor iedereen. Jongeren hebben andere woningen nodig dan ouderen, singles weer andere dan gezinnen. In nieuwbouwprojecten moet daar voldoende aandacht voor zijn. Voor studenten en jongvolwassenen bouwen we woningen met gedeelde voorzieningen. Voor ouderen en mensen met een ondersteuningsbehoefte bouwen we woningen rondom voorzieningen, en woningen waar je ook zorg kunt krijgen. We zorgen dat voldoende woningen toegankelijk zijn voor mensen die een beperking hebben. Er komt steun voor wooncoöperaties, waarbij een groep bewoners samen eigenaar is van de woning. Dat geldt ook voor collectieve woonvormen voor ouderen, zoals knarrenhofjes.
- Niemand slaapt op straat. Het aantal mensen dat noodgedwongen op straat, bij vrienden op de bank, of in een caravan of tentje slaapt, is de afgelopen jaren fors gestegen. Dakloosheid is primair een woonprobleem, veroorzaakt door een tekort aan betaalbare woningen en onzekere woonconstructies. We houden vast aan de afspraak om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Om dit doel te verwezenlijken zorgen corporaties ervoor dat in elk nieuw project minstens 40% sociaal wordt gebouwd, zodat er ook voldoende aanbod beschikbaar is voor 'Wonen Eerst' beleid. Ook starten we met pilots zodat gemeenten een grotere rol krijgen in sociale huisvesting. Mensen die op zoek zijn naar een woning noemen we 'urgent woningzoekenden', om de stigmatisering die de huidige term 'daklozen' met zich meebrengt tegen te gaan. We zorgen ervoor dat mensen allereerst een betaalbaar dak boven het hoofd krijgen (Wonen Eerst) – met waar nodig extra begeleiding – zodat mensen weer zelfstandig kunnen wonen.
- Geen discriminatie op de huurmarkt. De leeftijdsgrens voor de huurtoeslag daalt voor alle woningen naar 18 jaar. Ook wordt het mogelijk om voor onzelfstandige woningen huurtoeslag aan te vragen.
- Voorrang op sociale huur. Het tekort aan betaalbare woningen wordt gebruikt om groepen tegen elkaar op te zetten. Terwijl iedereen in hetzelfde schuitje zit. Meer betaalbaar is de oplossing, niet de uitsluiting van kwetsbare groepen. We draaien de aanscherpingen van de voorrangsregeling voor statushouders daarom terug.”
- 2025-10-14 “Meer huizen om in te wonen — Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl gaan woningen realiseren waar je trots op kunt zijn. We hebben het eerder gedaan. En als we samen de schouders eronder zetten, kunnen we het opnieuw.
Zo gaan we samen vooruit:
Bouwen voor de sociale meerderheid.
We komen met een ambitieus investeringsprogramma voor de bouw van betaalbare woningen. De Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl gaan bouwen voor de sociale meerderheid. De inkomensgrenzen gaan omhoog, zodat twee derde van Nederland tot de doelgroep behoort. Zo krijgen starters en de middenklasse toegang tot betaalbare woningen. Het Rijk gaat gunstige financiering verstrekken zodat er voldoende wordt gebouwd en de Woningcorporaties Nieuwe Stijl hoeven geen belasting meer te betalen voor het uitvoeren van deze publieke taak.
Snel meer nieuwe woningen.
Het aantal nieuwbouwwoningen moet omhoog, zowel huur als koop. Een nieuwe regering komt direct met een Wet versnelling woningbouw. Daarmee nemen we belemmeringen weg die snel bouwen in de weg staan. We wijzen voldoende locaties aan voor nieuwbouw, verkorten en vereenvoudigen bezwaarprocedures en we halen Nederland van het stikstofslot.
Speculatie aanpakken.
Huizen zijn om in te wonen, niet om winst mee te maken. Vandaag verdienen profiteurs aan de woningnood door speculatie met grond en vastgoed. Dat moet stoppen. De winsten van grondspeculanten gaan we afromen en inzetten voor woningbouw. We pakken vastgoedspeculanten aan die woningen leeg laten staan. In het hele land komt er een opkoopbescherming die starters beschermt.
Grond voor woningen.
Wij maken duidelijke keuzes hoe we onze schaarse grond inzetten. Daarom gaan we actief grond opkopen zodat grond weer in publieke handen komt, moeten de intensieve veehouderij en verloederde bedrijventerreinen plaatsmaken voor woningen en komt er een bouwstimulans zodat grondeigenaren sneller gaan bouwen.
2.1 Snel meer nieuwe woningen
Wet versnelling woningbouw.
Wonen is topprioriteit voor een nieuwe regering. Het bestrijden van de wooncrisis zal veel inzet kosten. Toch zijn er stappen die we snel kunnen zetten. Daarom willen we in een nieuwe regering direct komen met een Wet versnelling woningbouw. Daarin nemen we maatregelen om meer grond beschikbaar te stellen voor woningbouw en de stikstofimpasse te doorbreken. Ook gaan we procedures voor woningbouw verkorten en vereenvoudigen.
Een einde aan het stikstofslot.
Ons land mag niet langer stilstaan door te hoge stikstofuitstoot. We nemen maatregelen zodat de woningbouw weer vlot getrokken wordt. We maken vergunningverlening voor woningbouw eenvoudiger. De intensieve veehouderij zal meer moeten doen om vervuiling terug te dringen. Daarbij hoort ook een kleinere veestapel, en zo nodig met dwingende maatregelen als stok achter de deur. Rondom natuurgebieden als de Veluwe en de Peel starten we direct met het uitkopen van intensieve veehouders zodat binnen een half jaar de vergunningverlening voor woningbouw weer loopt.
Meer locaties voor nieuwbouw.
Als we 100.000 nieuwe woningen willen bouwen, is ruimte nodig. Dat betekent dat andere belangen zullen moeten inschikken, zoals de veehouderij en de luchtvaart. We gaan landbouwgrond bestemmen voor woningbouw en doen hetzelfde met verloederde bedrijventerreinen, leegstaande binnenstedelijke locaties en grond van ontwikkelaars die jarenlang niet ontwikkelen. Daarover willen we bindende afspraken maken met gemeenten en provincies, die we vastleggen in de Nota Ruimte. We zien grote kansen: een woonwijk op de locatie van de luchthaven bij Rotterdam, veel meer woningbouw in Noord-Holland als het aantal vluchten op Schiphol daalt, en grootschalige woningbouw of nieuwe steden in de Brabantse stedenrij, bij Brainport Eindhoven en tussen Almere en Amsterdam.
. Bij het aanwijzen van meer volkshuisvestingslocaties hanteren we de ladder voor duurzame verstedelijking als toetsingskader. Dat betekent dat we eerst kijken naar mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied. In samenhang met voorzieningen, werkgelegenheid en duurzame mobiliteit. Pas wanneer die ruimte benut is, komen uitbreidingslocaties in beeld. Zo zorgen we dat nieuwbouw niet alleen aantallen oplevert, maar ook bijdraagt aan leefbaarheid, klimaatdoelen en een gezonde ruimtelijke balans.
Samenwonen stimuleren.
Mensen die graag zouden willen samenwonen, doen dat soms niet uit angst dat ze gekort worden op hun inkomen. We willen het aantrekkelijker maken om samen te wonen. Daarom schaffen we de kostendelersnorm in de bijstand af. Verhuurders gaan contracten toestaan waardoor meerdere vrienden een woning kunnen delen als volwaardig huurders.
Woningzoekenden boven bezwaarmakers.
IIn tijden van enorme woningnood, moeten we het belang van woningzoekenden zwaar wegen. Daarom willen we juridische procedures verkorten, zodat we sneller kunnen bouwen. Gemeenten en de Raad van State krijgen meer capaciteit om bezwaar- en beroepsprocedures versneld te behandelen. Het belang van woningzoekenden gaat juridisch zwaarder wegen en ze krijgen ook inspraak in procedures.
Slimme oplossingen voor meer woonruimte.
We maken afspraken met corporaties en gemeenten over het beter benutten van de bestaande voorraad. Bijvoorbeeld door van één grote woning meerdere kleinere woningen te maken (splitsing) of een extra verdieping boven op een woning te bouwen (optopping). Voor particulieren moet het makkelijker worden om woningen te splitsen, bijvoorbeeld door de financiering goed te regelen. We bouwen leegstaande kantoorruimten om en helpen mensen die een kamer over hebben in hun eigen woning en die willen verhuren (hospitaverhuur).
2.2 Bouwen voor de sociale meerderheid
Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl.
oningbouwcorporaties Nieuwe Stijl krijgen een grote rol bij nieuwbouwprojecten. Dat zijn investeerders zonder winstoogmerk, die betaalbare huurwoningen van topkwaliteit bouwen voor iedereen. De inkomensgrenzen gaan omhoog, zodat ook de middenklasse toegang krijgt tot betaalbare woningen. Het doel is dat tweederde van de Nederlandse huishoudens tot de doelgroep behoort. Het Rijk zorg met een ambitieus investeringsprogramma voor toegang tot gunstige financiering. We passen de wet aan zodat de Woningcorporaties Nieuwe Stijl geen winstbelasting betaalt. Zo is er meer ruimte om te investeren.
Meer betaalbare woningen in nieuwe projecten.
De Woningcorporaties Nieuwe Stijl gaan jaarlijks tienduizenden betaalbare woningen extra bouwen. De ambitie is dat er jaarlijks ruim 100.000 woningen bij komen. Waarvan 40.000 huurwoningen met een huur tot 900 euro. En nog eens 40.000 woningen met een huur tot 1200 euro, of koopwoningen met een maximale koopprijs van 405.000 euro. Gemeenten met een laag aandeel sociale huurwoningen of een tekort hieraan worden verplicht om een nog hoger aandeel sociale huurwoningen te realiseren. Zo zorgen we dat de woningvoorraad van woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl op een goed peil komt.
Volkshuisvesting van topkwaliteit.
Het doel is woningen te bouwen van topkwaliteit, waar bewoners trots op zijn. We beoordelen projecten niet alleen op aantallen en betaalbaarheid, maar ook op kwaliteit, duurzaamheid, uitstraling, architectuur en de aanwezigheid van groen en voorzieningen. We zetten in op woningen met gemeenschappelijke binnenruimtes voor activiteiten, buurttuinen en speeltuinen dichtbij en mogelijkheden om te sporten. We zorgen voor voldoende groen, parken en bomen.
Huren betaalbaar houden.
Als je eenmaal een woning hebt, wil je zekerheid dat je de huur kunt blijven betalen en dat je genoeg overhoudt voor andere uitgaven. We willen ervoor zorgen dat de lonen harder stijgen dan de huren. In tijden van hoge inflatie mogen de huren dan niet te hard stijgen. Om explosieve huurstijgingen te voorkomen, komt er een wettelijke bovengrens aan de toegestane huurstijging.
Huurders hebben recht op een goede woning.
Huurders betalen letterlijk de rekening als verhuurders weigeren een woning te isoleren. Wij leggen de verantwoordelijkheid waar die hoort: bij de verhuurder. Woningcorporaties geven we voldoende financiering om zo snel mogelijk alle corporatiewoningen te verduurzamen. Dit gebeurt met aandacht voor het voorkomen van vocht en schimmel, het vervangen van loden leidingen en bescherming tegen hitte. Slechte energielabels worden verplicht uitgefaseerd, ook in de private huursector, zodat de energierekening van huurders omlaag gaat, en woningen op tijd gereed zijn om over te stappen op een warmtepomp of warmtenet. Een uitgefaseerd energielabel geeft huurders recht op een tochtkorting die via de huurcommissie kan worden opgeëist. Enkel glas wordt erkend als gebrek, zodat huurders recht krijgen op verbetering of huurverlaging.
Bescherming tegen woekerhuren.
Huurders verdienen bescherming tegen profiteurs die misbruik maken van de woningnood. De wettelijke bescherming tegen woekerhuren gaat gelden voor alle huurwoningen. De markt krijgt een minder grote rol bij het bepalen van de maximaal toegestane huurprijs, doordat de koopprijs van de woning (WOZ-waarde) minder zwaar gaat meetellen in de berekening. Huurders van slecht geïsoleerde woningen behouden een korting op de huur.
Huurders verdienen zekerheid.
De vaste huurovereenkomst blijft de norm, zoals we hebben afgesproken in de Wet vaste huurcontracten. We zijn tegen voorstellen die de onzekerheid voor huurders vergroten. Tijdelijke contracten zorgden namelijk voor hoge huurstijgingen en stress, en zorgden niet voor meer woningen. In het hele land gaat de verhuurvergunning gelden om huurders te beschermen tegen foute huisjesmelkers.
Een einde aan de uitverkoop betaalbare woningen.
De afgelopen jaren zijn veel betaalbare huurwoningen verkocht aan commerciële partijen, die vervolgens een hogere huur gaan vragen. We willen de verkoop van betaalbare huurwoningen minimaliseren. Zo behouden we betaalbare woningen in verschillende buurten. Dat kan ook als we de Woningcorporaties Nieuwe Stijl voldoende middelen geven.
Nieuwe Wijkenaanpak.
Er zijn veel wijken en buurten in Nederland waar veel problemen samenkomen. Er is meer armoede, werkloosheid en onveiligheid, en mensen leven er korter. De woningen zijn van minder goede kwaliteit, met slechte isolatie, meer tocht en schimmel. Deze problemen gaan we met voorrang aanpakken, inclusief financiering. Daarom komen we met een Nieuwe Wijkenaanpak. Daar hoort een isolatie-offensief bij, waarmee we slecht geïsoleerde woningen opknappen en verduurzamen. We combineren investeringen in huizen en publieke ruimte met investeringen in werkgelegenheid, onderwijs, cultuur, welzijn en veiligheid. We hebben daarbij niet alleen aandacht voor de grote steden, maar voor alle steden en dorpen in Nederland. Waaronder de 'New-Town'-gemeenten: de grote groeikernen die nu niet alleen voor een grootschalige vervangingsopgave staan, maar ook voor problemen met onder andere bestaanszekerheid en leefbaarheid.
Genoeg woningen voor iedereen.
Jongeren hebben andere woningen nodig dan ouderen, singles weer andere dan gezinnen. In nieuwbouwprojecten moet daar voldoende aandacht voor zijn. Voor studenten en jongvolwassenen bouwen we woningen met gedeelde voorzieningen. Voor ouderen en mensen met een ondersteuningsbehoefte bouwen we woningen rondom voorzieningen, en woningen waar je ook zorg kunt krijgen. We zorgen dat voldoende woningen toegankelijk zijn voor mensen die een beperking hebben. Er komt steun voor wooncoöperaties, waarbij een groep bewoners samen eigenaar is van de woning. Dat geldt ook voor collectieve woonvormen voor ouderen, zoals knarrenhofjes.
Niemand slaapt op straat.
Het aantal mensen dat noodgedwongen op straat, bij vrienden op de bank, of in een caravan of tentje slaapt, is de afgelopen jaren fors gestegen. Dakloosheid is primair een woonprobleem, veroorzaakt door een tekort aan betaalbare woningen en onzekere woonconstructies. We houden vast aan de afspraak om dakloosheid in 2030 te beëindigen. Om dit doel te verwezenlijken zorgen corporaties ervoor dat in elk nieuw project minstens 40% sociaal wordt gebouwd, zodat er ook voldoende aanbod beschikbaar is voor 'Wonen Eerst' beleid. Ook starten we met pilots zodat gemeenten een grotere rol krijgen in sociale huisvesting. Mensen die op zoek zijn naar een woning noemen we 'urgent woningzoekenden', om de stigmatisering die de huidige term 'daklozen' met zich meebrengt tegen te gaan. We zorgen ervoor dat mensen allereerst een betaalbaar dak boven het hoofd krijgen (Wonen Eerst) – met waar nodig extra begeleiding – zodat mensen weer zelfstandig kunnen wonen.
Geen discriminatie op de huurmarkt.
De leeftijdsgrens voor de huurtoeslag daalt voor alle woningen naar 18 jaar. Ook wordt het mogelijk om voor onzelfstandige woningen huurtoeslag aan te vragen.
Voorrang op sociale huur.
Het tekort aan betaalbare woningen wordt gebruikt om groepen tegen elkaar op te zetten. Terwijl iedereen in hetzelfde schuitje zit. Meer betaalbaar is de oplossing, niet de uitsluiting van kwetsbare groepen. We draaien de aanscherpingen van de voorrangsregeling voor statushouders daarom terug.
2.3 Speculatie tegengaan en regie op grond
Speculatiewinsten naar de samenleving.
Zonder iets te hoeven doen, verdienen grondspeculanten veel geld als landbouwgrond een woonbestemming krijgt. Per jaar bedraagt deze waardestijging maar liefst acht miljard euro. We vinden dat deze speculatiewinsten ten goede moeten komen aan de samenleving. Een eerlijk deel van deze speculatiewinst vloeit terug naar de samenleving, zodat we het kunnen gebruiken voor woningbouw.
Een opkoopbescherming tegen speculatie
. Als je een woning koopt, is het de bedoeling dat je er ook gaat wonen. Met een opkoopbescherming zorgen we dat woningen naar mensen gaan die er gaan wonen, in plaats van naar speculanten die alleen woningen kopen om ze weer met winst door te verkopen.
Verhuren in plaats van leegstand.
Het is niet uit te leggen dat tienduizenden woningen leegstaan. Dat doen vastgoedspeculanten soms bewust, omdat ze genoeg verdienen aan de waardestijging. Met een gemeentelijke heffing op langdurig leegstaande woningen gaan we ook leegstand tegen. Elke gemeente kan daarnaast een leegstandsverordening opstellen, zodat woningen die zonder goede reden langdurig leegstaan alsnog verhuurd worden.
Bouwstimulans.
Met een bouwstimulans gaan we grondeigenaren aansporen sneller te bouwen. De bouwstimulans is een gemeentelijke heffing op braakliggende terreinen met een woonbestemming. Zo loont het om te bouwen in plaats van grond braak te laten liggen. Als eigenaren van grond met een woonbestemming niet binnen een vaste termijn overgaan op woningbouw, volgen boetes en in het ergste geval onteigening.
Grond opkopen voor nieuwbouwwoningen.
Als de overheid grond opkoopt, kunnen we sneller bouwen en de huren en huizenprijzen betaalbaar houden. De overheid heeft dan een sterkere onderhandelingspositie en kan zo het proces versnellen. Ook voorkomen we dat grondspeculanten de prijs opdrijven en grote winsten opstrijken. We willen daarom financiering beschikbaar stellen voor een Rijksgrondbank om grond op te kopen voor de bouw van nieuwe woningen.
Eerste recht van koop bij grond.
Rijksgrondbank krijgt het eerste recht van koop als grond beschikbaar komt. We passen de wet aan om een voorkeursrecht te vestigen op grond rondom bebouwd gebied, met prioriteit voor grond voor de bouw van nieuwbouwwoningen.
2.4 Een ambitieus investeringsprogramma
Een investeringsprogramma voor tienduizenden betaalbare woningen.
Als we sneller meer betaalbare woningen van topkwaliteit willen bouwen, is een ambitieus publiek investeringsprogramma nodig. Alleen zo hebben we voldoende slagkracht om betaalbaar te bouwen en worden we minder afhankelijk van commerciële investeerders. We willen daarom de komende jaren genoeg middelen uittrekken voor ongekende investeringen in woningbouw.
Meer investeringsruimte voor betaalbare nieuwbouw.
De Woningcorporaties Nieuwe Stijl betalen geen winstbelasting. De wet passen we daarvoor aan. Daarmee ontstaat extra investeringsruimte voor de bouw van nieuwe woningen, centra voor kunst en de cultuur, renovatie en verduurzaming. Ook blijft er genoeg geld over om de huren betaalbaar te houden. Omgerekend levert deze maatregel investeringsruimte op voor de bouw van tienduizenden betaalbare woningen.
Rijksleningen voor woningen tot met een huur van 700 euro.
We komen met een nieuw instrument om meer betaalbare woningen te bouwen. Net als in Oostenrijk gaat het Rijk gunstige leningen verstrekken voor de bouw van extra betaalbare huurwoningen. Dat zijn bijvoorbeeld leningen met een lage rente van 1% voor een deel van de bouwkosten. Jaarlijks stelt de politiek een bouwprogramma vast met een bijbehorend budget. In het eerste jaar gaan we uit van 10.000 woningen.
Gunstige financiering voor middenhuur.
We zorgen voor extra investeringsruimte door gunstige leningen voor de bouw van tienduizenden woningen met een huur tot maximaal 1.200 euro per maand. Op korte termijn kan dat als het Rijk en gemeenten garantstaan voor deze leningen, zoals Rotterdam gaat doen. Op lange termijn kan een speciaal fonds garantstaan (het Waarborgfonds Sociale Woningbouw), na goedkeuring van de EU.
Extra middelen voor knelpunten.
Sommige projecten lopen vertraging op vanwege onvoldoende financiering. Daarom stellen we object- en projectsubsidies beschikbaar. Gemeenten krijgen een nieuwbouw-premie als ze woningen bouwen. Ook stellen we extra geld beschikbaar voor nieuwe wegen en ov-verbindingen.
Funderingsherstelfonds.
Honderdduizenden woningen dreigen te verzakken door droogte doordat waterschappen het grondwaterpeil te laag hebben vastgesteld. Hier profiteren boeren van, maar huiseigenaren worden opgezadeld met torenhoge kosten. Daarom komen we met een Funderingsherstelfonds, zodat de kosten kunnen worden gedeeld tussen het Rijk, de gemeente en de eigenaar zelf.
Financiering.
Wonen is een topprioriteit voor een nieuwe regering. Daarom investeren we daar fors in. Eenmalige of tijdelijke uitgaven kunnen deels gefinancierd worden door onze financiële buffers in te zetten. Denk bijvoorbeeld aan uitgaven aan infrastructuur. Voor de financiering van jaarlijks terugkerende uitgaven kijken we naar het afromen van speculatiewinsten, het versoberen van belastingkortingen voor grondbezitters en het afbouwen van prijsopdrijvende subsidies.
2.5 Starters helpen
Starters beschermen.
Starters worden nu gedwongen risico's te nemen, zoals bieden zonder voorbehoud van financiering of zonder bouwkundige keuring. Daarom willen we de bescherming van starters uitbreiden. Voortaan krijgen huizenkopers standaard het recht op een bedenktermijn van twee weken. Net als in Noorwegen worden alle biedingen openbaar. Er komt een vergunning voor makelaars om misleiding, uitbuiting en discriminatie tegen te gaan. Makelaarscourtage wordt een vast percentage, in plaats van bonusopslagen bij hogere verkoopwaarden waardoor woningen tot ver boven de waarde worden verkocht.
Betaalbare koopwoningen voor starters.
We stellen meer geld beschikbaar om starters te helpen bij het financieren van hun eerste koopwoning. Dat doen we via een startersfonds dat tot 30% van de koopprijs financiert. Bij verkoop betaalt de starter dit deel terug aan het fonds. Om de bouw te versnellen gaat dit fonds gelden voor nieuwbouwwoningen. Op deze manier maken jongeren weer kans op een eigen woning en komt de doorstroming op gang.
. De afgelopen jaren zijn de huizenprijzen explosief gestegen. Starters hebben een steeds hoger inkomen nodig om een hypotheek te krijgen. We willen koopwoningen weer bereikbaar maken voor starters. Daarom gaan we de huizenprijsstijgingen beperken. De hypotheekrenteaftrek drijft de prijzen op en mensen met de duurste huizen profiteren het meest. Daarom gaan we de hypotheekrenteaftrek stapsgewijs afbouwen. De opbrengsten zetten we in voor woningbouw en lastenverlichting, waardoor mensen meer overhouden van hun loon.
Wonen waar je wortels hebt
. Het is voor jongeren steeds moeilijker om een woning te vinden op de plek waar ze zijn opgegroeid. We maken het makkelijker voor gemeenten om mensen met binding met de stad of het dorp een woning toe te wijzen.
Private equity uit onze vve's.
Private equity koopt het beheer van vve's op, met als doel zoveel mogelijk winst te maken. Woningbezitters lopen het risico dat de tarieven plots fors omhooggaan. We beschermen woningbezitters en weren private equity uit vve's.
Een nationaal verdeelsysteem voor woonruimte.
We willen één landelijk, toegankelijk systeem waarin alle huurwoningen te vinden zijn in alle gemeenten – van sociale huur tot middenhuur en vrije sector, en van woningcorporaties tot particuliere verhuurders. Vergelijkbaar met hoe koopwoningen nu via Funda zichtbaar zijn, maar dan voor huurders. Woningzoekenden hoeven zich niet langer in elke gemeente afzonderlijk in te schrijven. Jongeren worden automatisch vanaf hun 18e kosteloos ingeschreven, zodat niemand buiten de boot valt. Gemeenten kunnen hierin extra bescherming bieden voor hun eigen woningzoekenden en maken afspraken over extra mogelijkheden voor spoedzoekers en het meenemen van bestaande wachttijden.”
- 2025-09-30 “Samen strijden voor een groene toekomst — Green Deal, nu is het tijd voor echte klimaatactie in Nederland. De kansen liggen voor het oprapen. Samen met innovatieve bedrijven, mkb'ers en biologische boeren werken we aan een groene toekomst. Dat is geen kostenpost, maar juist een verdienmodel dat we moeten benutten.
We maken een einde aan de onzekerheid en stilstand. En we maken tempo, want de klimaatverandering is in volle gang. We stoppen subsidies op fossiele brandstoffen en vervuilers gaan de prijs betalen voor hun uitstoot. Wij zetten alle zeilen bij met groene energie en het verduurzamen van onze industrie. Zo maken we ons klaar voor een duurzame toekomst, waar we minder afhankelijk zijn van autocraten voor onze energie. Onze strijd voor een groene toekomst voeren we echt samen, zodat iedereen mee kan komen. Dus isoleren we tochtige huurwoningen, kiezen we voor toegankelijk en betaalbaar openbaar vervoer en een lagere energierekening. Zo gaan we samen vooruit.
Zo gaan we samen vooruit:
- Iedereen mee. Klimaatrechtvaardigheid betekent dat we het samen doen. Mensen die moeite hebben met het betalen van de energierekening helpen we als eerst. We verlagen de nettarieven, en helpen mensen met het isoleren van hun woning en het plaatsen van zonnepanelen, zodat de energierekening daalt. Huurders van wie de huisbaas de woning niet isoleert, krijgen korting op de huur. En we maken het openbaar vervoer aantrekkelijker door de introductie van een Klimaatticket, waarmee iedereen voor 59 euro per maand onbeperkt met het ov kan reizen in daluren.
- Tempo maken. We zetten alles op alles om de klimaatcrisis aan te pakken. Dat kun je niet alleen aan de markt overlaten. Zonneparken kunnen nu niet aangesloten worden op het energienet, nieuwe woningen en verduurzaming lopen vertraging op; de stilstand is compleet. Meer ruimte op het energienet kan niet wachten. Daarom investeren we fors in het uitbreiden van het elektriciteitsnet. We investeren in schone en betaalbare energie uit wind-op-zee. Om dat te bereiken, sluiten we een Noordzeepact tussen overheid, energiebedrijven, industrie en netbeheerders. Met goedkope energie houden we de energierekening betaalbaar en maken we onze industrie competitiever en duurzamer.
- Aanpakken grote vervuilers. De gezondheid van mensen gaat boven de winst voor aandeelhouders. Grote vervuilende bedrijven gaan eerlijk belasting betalen over vervuilende uitstoot. Fossiele subsidies bouwen we af. De omwonenden van Schiphol verdienen een betere gezondheid en minder overlast. Er komt een verbod op de kankerverwekkende stof PFAS en op het gebruik van landbouwgif. Grote vervuilers die de wet overtreden, pakken we aan. Megastallen gaan verdwijnen en er komt een einde aan de industriële veehouderij.
- Gezond eten en eerlijke prijs voor de boer. Iedereen is gebaat bij gezond eten zonder schadelijke stoffen en boeren die goed zorgen voor ons landschap. We kiezen voor circulaire landbouw, waarbij we landbouw aanpassen op wat het land aankan. Dat betekent minder dieren per hectare en strenge regels voor schadelijke bestrijdingsmiddelen. Dat beschermt de gezondheid van omwonenden en garandeert dat ons eten ook echt gezond is. Boeren krijgen een eerlijke prijs. Daar moet de hele keten, inclusief supermarkten, aan meewerken.
3.1 Ambitieus een eerlijk klimaatbeleid en de schone economie van de toekomst
De klimaatcrisis is in volle gang. We zien de gevolgen dagelijks: extreem weer, droogte, overstromingen, hitte en verlies aan biodiversiteit. Dat komt doordat we te lang marktwerking en winsten hebben geplaatst boven het algemeen belang, met uitbuiting van mens en planeet als gevolg. Bovendien zijn de oorzaken en gevolgen van deze crisis ongelijk verdeeld: terwijl grote vervuilers zorgen voor de meeste problemen, komt de rekening bij gewone mensen te liggen. Groen Links-PvdA kiest voor een rechtvaardige klimaatpolitiek die mens, dier en planeet beschermt. We maken van Nederland een koploper in duurzame economie. We investeren in schone energie, groene industrie, de isolatie van woningen, natuurinclusieve landbouw, groene wijken en goed openbaar vervoer. Alleen samen maken we de omslag – van crisis naar kans, van stilstand naar duurzame vooruitgang.
- Klimaatrechtvaardigheid. We staan voor een grote verbouwing van Nederland. De aanpak van de klimaat- en natuurcrises zal effect hebben op hoe we wonen, werken, reizen en eten. Daarmee is klimaatbeleid ook sociaal beleid, en daarom stellen wij klimaatrechtvaardigheid centraal. De rekening hoort bij de grote vervuilers te liggen, niet bij mensen die het minste bijdragen aan klimaatverandering. Dit principe passen we zowel nationaal als internationaal toe. Zo grijpen we de klimaattransitie aan om de brede welvaart te vergroten – met gezondere lucht, een betaalbare energierekening, goed en lokaal voedsel, een comfortabele woning, en eerlijke, duurzame ontwikkelingskansen.
- Solidariteit als uitgangspunt. Klimaatbeleid werkt alleen als het eerlijk is. Nu profiteren vooral mensen met geld die gebruik kunnen maken van subsidies voor een auto of warmtepomp. Maar voor veel mensen zijn die opties onbereikbaar. We helpen hen af te dwingen dat vervuilers, verhuurders en werkgevers hun verantwoordelijkheid nemen. Solidariteit geldt ook internationaal. De winning van grondstoffen die nodig zijn voor onze energietransitie moet daarom duurzaam, eerlijk en rechtvaardig plaatsvinden. Zo verdelen we de kosten en baten van klimaatactie eerlijk, nationaal en internationaal.
- Versneld naar een klimaatneutraal Nederland. Het is tijd om grote vervuilers echt aan te pakken. Want het tegengaan van klimaatverandering en vervuiling betaalt zich direct terug in maatschappelijke baten, zoals schone lucht, een gezonde leefomgeving en meer zekerheid voor toekomstige generaties. We zetten daarom alle zeilen bij om te zorgen dat Nederland in 2040 klimaatneutraal is. Om dat te bereiken streven we naar 65% CO₂-reductie in 2030. In 2035 zijn al onze elektriciteitsbronnen klimaatneutraal, en in 2040 ook onze energiebronnen én industrie. Ook in Europa is dit onze inzet.
- Gezondheid voorop. Een goede gezondheid is voor de meeste mensen het belangrijkste wat er is. We nemen het recht op een gezonde leef- en werkomgeving op in nationale wetgeving. Het voorzorgsprincipe wordt breder verankerd in de wet. En we ondersteunen (lokale) overheden met informatie en kennis om het voorzorgsprincipe beter te kunnen gebruiken. We verbieden het lozen van gif en er komen strengere normen voor luchtvervuiling, microplastics en pesticiden. We nemen gezondheidseffecten mee in vergunningverlening. Bestaande verontreiniging ruimen we op.
- Handhaven op milieuovertredingen. Milieuovertreders komen nu te vaak onbestraft weg. Daarom investeren we in een beter systeem van toezicht, metingen en handhaving, en ondersteunen we de omgevingsdiensten, toezichthouders en boa's in het landelijk gebied. Op milieuovertredingen komen hogere straffen te staan.
- Keuzes maken met groene industriepolitiek. Wij kiezen voor bedrijven die toekomst hebben in Nederland. Ruimte, personeel, energie, netcapaciteit en grondstoffen zijn namelijk schaars en de wereld verandert snel. Daarom helpen we bedrijven die passen in de schone en eerlijke economie van de toekomst, samen met Europese bondgenoten. Voor grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen is geen plek in ons land. Zo maken we Nederland en de EU wereldleider in schone economie. We maken duidelijke afspraken met de industrie over hun toekomst. In de groene industriepolitiek mag een transitieplan voor de Rotterdamse haven dat in lijn is met de klimaatdoelen van Parijs niet ontbreken. Hierin moeten ook indirecte ketenemissies worden meegenomen. Bij de maatwerkafspraken met Tata Steel over de noodzakelijke overgang naar groen en schoon staal is een harde voorwaarde dat de gezondheidswinst voor omwonenden voorop staat. De adviezen van de expertgroep gezondheid IJmond zijn leidend.
- Duurzame AI. De digitale samenleving verbruikt veel stroom, vaak door onnodig AI-gebruik of door ICT alsmaar te laten draaien. Tegelijkertijd kan digitalisering ook helpen om bedrijven duurzamer te maken. We verbreden het Actieplan Duurzame Digitalisering en leiden genoeg ICT'ers op voor een groene digitale toekomst.
- Vervuiling heeft een prijs. Vervuiling heeft een prijs. Fossiele vervuilers ontvangen nu tientallen miljarden aan subsidies voor hun vervuilende activiteiten. Deze fossiele subsidies zetten duurzame bedrijven op achterstand en houden de fossiele economie in stand. We bouwen fossiele subsidies zo snel mogelijk af, zoveel mogelijk in Europees verband, maar met de afbouw van Nederlandse fossiele subsidies wachten we niet op Europa. We voeren een volledig verbod in op reclames voor fossiele producten en diensten.
- Financiële sector in lijn met klimaatdoelen. Nederland draagt niet alleen bij aan de klimaatcrisis door haar eigen uitstoot, maar ook door te investeren in vervuilende activiteiten in het buitenland. We zetten ons in om deze investeringen, door zowel onze overheid als onze banken, af te bouwen en te verbieden. Voortbouwend op de geldende Europese regels zetten we in op ambitieuzer klimaatbeleid in de financiële sector. Naast het beëindigen van fossiele subsidies brengen we de Nederlandse financiële sector in lijn met de klimaatdoelen van Parijs. Banken, verzekeraars en pensioenfondsen mogen niet langer investeren in fossiele bedrijven of in nieuwe fossiele projecten. Er komt een wettelijk kader dat zorgt dat nieuwe fossiele investeringen niet meer mogelijk zijn, dat financiële instellingen transparant zijn in de duurzaamheid van hun investeringen, en dat belemmeringen voor groene investeringen wegneemt. Financiële instellingen gaan zo bijdragen aan de noodzakelijke omschakeling naar duurzame energie en een leefbare planeet. Nederland neemt hierin internationaal het voortouw.
- Naast de wortel ook de stok. We helpen bedrijven die willen verduurzamen financieel, maar onder strenge voorwaarden. Zoals een geloofwaardig pad naar klimaatneutraliteit. We blijven niet eindeloos in gesprek met partijen die niet in de meewerkstand staan. Er komt een deadline voor het opstellen van een klimaatplan en als bedrijven zich niet houden aan afspraken wordt terugbetaling geëist. Naast financiële prikkels komt er ook stevige normering, bijvoorbeeld een uitbreiding van de energiebesparingsplicht en bindende besparingsdoelen per sector.
- Van fossiele naar duurzame baan. Werknemers die een fossiele baan verliezen worden met behoud van inkomen begeleid naar een duurzame baan – zo nodig inclusief omscholing – naar het voorbeeld van het kolenfonds. Zo worden werknemers niet de dupe van klimaatbeleid én werven we de hoognodige arbeidskrachten voor de klimaattransitie.
- Duurzame en goedkope stroom van eigen bodem. Gebruik van fossiele brandstoffen zorgt voor afhankelijkheid van landen als Rusland, Saoedi-Arabië en Qatar. Met investeringen in schone energie van eigen bodem, zoals zon en wind, maken we ons minder afhankelijk van autoritaire regimes. Ook daarom kiezen we voor ambitieus klimaatbeleid. Elektriciteit uit zon en wind wordt het motorblok van ons toekomstig energiesysteem en we bouwen de gaswinning op land en zee versneld af. We slaan energie op voor wanneer het even niet waait of de zon niet schijnt, bijvoorbeeld met behulp van batterijen. Gascentrales die draaien op groene waterstof zijn de achtervang voor langere periodes zonder wind of zon. We waken ervoor dat het uit de grond halen van zeldzame aardmaterialen die nodig zijn voor de duurzame energietransitie hier, niet ergens anders een negatieve bijdrage hebben op ecosystemen, werkomstandigheden en rechtvaardigheid. Nederland onderschrijft het belang van een non-proliferatie verdrag voor fossiele brandstoffen en spant zich in om een dergelijk internationaal verdrag te verwezenlijken.
- Duurzame stroom voor onze industrie. De tijd van goedkoop gas uit Groningen en Rusland is voorbij, en de industrie kampt met hoge energiekosten. Gelukkig biedt de Noordzee unieke kansen voor betaalbare windenergie. Daarom versnellen we de aanleg van windmolenparken op zee om de industrie te laten elektrificeren. Ook sluit de overheid een Noordzeepact met wind- en waterstofproducenten, industriële afnemers en netbeheerders, met langjarige verbintenissen die zekerheid bieden. De overheid neemt een deel van de financiële risico's op zich maar deelt ook mee in de winst.
- Ruimte op het energienet. Met snellere uitbreiding van het elektriciteitsnet zijn we eerder onafhankelijk van fossiele subsidies. We komen met een Energieversnellingswet, die regelt dat vergunningen voor kritieke energieinfrastructuur, zoals voor verdeelstations en extra stroomkabels, eerder kunnen worden afgegeven. Ook krijgt de aanleg van deze infrastructuur voorrang als er door de beperkte stikstofruimte keuzes gemaakt moeten worden welke activiteiten mogelijk zijn. Daarnaast gaan we slimmer gebruik maken van het elektriciteitsnet. Bijvoorbeeld door bedrijven en huishoudens te stimuleren om buiten de spits stroom te gebruiken, oplossingen als batterijen en elektrolyse te ondersteunen, en de lokale energievraag beter af te stemmen met het lokale aanbod uit zon en wind. Partijen met een maatschappelijk belang krijgen voorrang op het net. We stimuleren coöperatief eigendom en beheer van nieuwe duurzame energiebronnen. De overheid stuurt actief op een eerlijk en duurzaam energiesysteem en onderzoekt waar energie in publieke handen moet komen. Kosten voor huishoudens en bedrijven houden we laag door energienetten langer te gebruiken, de kosten van investeringen in het net niet meteen in rekening te brengen bij afnemers, maar uit te smeren over de tijd, en door nettarieven te differentiëren. Nieuwe woonwijken krijgen een eigen wijk- of buurtbatterij. Die slaat stroom op als de wijk stroom over heeft en levert het terug als zon en wind het laten afweten. Dat is voordeliger en solidaire dan een batterij in elke woning. Het ontlast bovendien het elektriciteitsnet.
- Naar een circulaire economie. Nederlandse bedrijven en producten die in Nederland worden verkocht zijn volledig circulair in 2050. De overheid helpt circulaire koplopers, onder andere door achterblijvers te beprijzen. We verplichten fabrikanten en importeurs om een oplopend percentage gerecyclede grondstoffen te gebruiken in nieuwe producten.
- Biobased bouwen als norm. We maken biobased bouwen de norm in de woningbouw. Dat betekent grootschalige inzet van hernieuwbare en circulairematerialen zoals hout, hennep, vlas en mycelium in plaats van beton en staal.Gemeenten en woningcorporaties krijgen de opdracht en middelen om biobased bouwen structureel toe te passen bij nieuwbouw en renovatie.
- Een einde aan verspilling. Het verbranden van recyclebare materialen en het vernietigen van nog bruikbare onverkochte goederen verbieden we. Verkopers moeten voedsel en andere producten eerst afprijzen en anders weggegeven. We stimuleren het delen van producten, en zetten in op levensduurverlenging, hergebruik, reparatie en recycling. Producenten worden verplicht om producten zo vorm te geven dat ze makkelijk gerecycled of hergebruikt kunnen worden.
- Plastic te lijf. Van microplastics in ons drinkwater tot plasticsoep in de oceaan: plasticvervuiling vormt een steeds grotere bedreiging voor onze natuur, gezondheid en leefomgeving. Het gebruik van nieuw plastic wordt tot een minimum beperkt. We stoppen met onnodige, schadelijke en moeilijk te recyclen verpakkingen en wegwerpplastics. Biologisch afbreekbare alternatieven worden gestimuleerd.
- Geen publiek geld voor kerncentrales. Kernenergie is een te dure technologie, die moeilijk inpasbaar is, onnodig om de klimaatdoelen te halen, en een afvalprobleem creëert waarmee komende generaties worden opgezadeld. In 2035 zijn al onze elektriciteitsbronnen klimaatneutraal, waarbij wind en zon het motorblok zijn. Aangevuld met batterijen en opslag. De nu voor kerncentrales gereserveerde 14 miljard euro gebruiken we daarom om huishoudens, bedrijven en boeren te helpen met verduurzamingsmaatregelen die wel snel en zeker effect hebben.
- Klimaatadaptatie. Klimaatverandering is steeds zichtbaarder, ook in eigen land. We ervaren hittegolven, wateroverlast, droogte en bodemdaling. Steden en dorpen houden we leefbaar door te investeren in schaduwrijke bomen, dijkbescherming, groene daken en wateropvang. Er komt meer ruimte voor rivieren en waterberging. En we investeren in klimaatbestendige landbouw en nieuwe teelten. Vanuit het oogpunt van klimaatrechtvaardigheid geven we hierbij prioriteit aan bescherming van de meest kwetsbare groepen. We zetten in op het versterken van publieke en sociale infrastructuur, zoals het openstellen van gekoelde publieke ruimten tijdens hittegolven.
- Ook Bonaire, St.-Eustatius en Saba doen mee. We werken samen met Bonaire, St. Eustatius en Saba zodat ook zij zich kunnen aanpassen aan klimaatverandering, net zoals andere Nederlandse gemeenten. Inwoners worden betrokken en we stellen kennis en middelen beschikbaar.
- Klimaatbeleid op basis van feiten. Klimaatwetenschappers staan internationaal onder druk, terwijl klimaatsceptici desinformatie verspreiden. Wij ondersteunen buitenlandse klimaatwetenschappers die bijvoorbeeld in de VS hun werk niet meer kunnen doen.
3.2 Nieuwe Wijkenaanpak voor verduurzaming en leefbaarheid
- Wijkaanpak verduurzaming en leefbaarheid. Oude wijken en dorpen met veel sociale huur zijn vaak slecht voorbereid op klimaatverandering. Slechte isolatie leidt tot een hoge energierekening en longaandoeningendoor schimmel, hitte tot risico's voor ouderen en andere kwetsbare groepen, verouderde schoolgebouwen tot slechte concentratie bij leerlingen en daardoor slechtere leerprestaties. We vergroten leefbaarheid door verduurzaming via een gerichte wijkaanpak.
- Een Isolatie-Offensief. Een goed geïsoleerde woning is goed voor het klimaat én voor de portemonnee. De overheid gaat flink investeren in een grootschalig isolatie-offensief. Dit gebeurt natuurinclusief: we houden rekening met vogels en vleermuizen. In tochtige huizen zonder dubbel glas wonen gezinnen die 's winters kiezen tussen verwarming of eten. Dáár beginnen we. We boeken tijdswinst endrukken kosten door gelijksoortige huizen tegelijk aan te pakken. Door langjarig marktcapaciteit in te kopen, geven we de techniek- en installatiebranche zekerheid en zijn we verzekerd van voldoende capaciteit.
- Impuls aardgasvrije wijken. De maatschappelijk meest wenselijke energiebron moet ook voor mensen de meest aantrekkelijke zijn. Helaas zijn de vaste kosten van een warmtenet relatief hoog. Wij maken het aantrekkelijker door de vaste en variabele kosten te verlagen. We zetten in op warmte- en koude netten in publieke handen en ondersteunen gemeenten en bewonersinitiatieven daarin.
- Samen tegen hittestress. Steeds hetere en drogere zomers veroorzaken steeds meer hittestress, met name in versteende gebieden. Wij zetten daarom in op meer bomen, groene daken, schaduwplekken en drinkwaterpunten. We helpen bewoners aan goed ventilerende, hittebestendige woningen en zonnewering.
- Maatschappelijk vastgoed wordt aangepakt. Veel maatschappelijke instellingen, zoals scholen, bibliotheken, zwembaden, buurthuizen en sportverenigingen, hebben verouderde gebouwen en hoge energiekosten. Deze partijen worden financieel en met kennis ondersteund in de verduurzaming van hun gebouwen.
- Investeren in de gemeenschap. Fixbrigades en energiecoaches kunnen met kleine ingrepen een groot verschil maken op het energiegebruik van woningen, zoals met tochtstrips, radiatorfolie, ledlampen of het zuiniger instellen van de CV- ketel. Zij kunnen bovendien een eerste 'contact achter de voordeur' zijn, en zo mensen informeren over welke andere verduurzamingsmaatregelen mogelijk zijn.
- Steun voor lokale initiatieven. De laatste jaren zijn op tal van plekken initiatieven gestart voor de verduurzaming van wijken, zoals energiegemeenschappen en witgoedregelingen waarbij huishoudens met een laag inkomen hun oude, energieslurpende koelkast, vriezer of wasmachine kunnen inruilen voor een energiezuinig exemplaar. Dit soort succesvolle initiatieven en regelingen ondersteunen we en breiden we uit.
- Huurders hebben recht op een goede woning. Huurders betalen letterlijk de rekening als verhuurders weigeren een woning te isoleren. Wij leggen daarom de verantwoordelijkheid waar die hoort: bij de verhuurder. Zie het hoofdstuk Wonen.
- Kopers worden ondersteund. Mensen met een koopwoning die niet weten hoe te verduurzamen, ontvangen een deskundig advies over de mogelijkheden. Huiseigenaren met onvoldoende spaargeld kunnen een beroep doen op voordelige leningen.
- Betaalbare energierekening. Isolatie is de enige structurele oplossing voor een betaalbare energierekening, maar niet alle woningen zullen van vandaag op morgen zijn verduurzaamd. Daarom komen we in de tussentijd kwetsbare huishoudens tegemoet met een structureel energienoodfonds dat huishoudens helpt die hun energierekening niet kunnen betalen. Huurders die door de abrupte afschaffing van de salderingsregeling moeten toeleggen op zonnepanelen komen we tegemoet.
3.3 Een bloeiende natuur en platteland
Een gezonde natuur is de basis van het leven en van een duurzame voedselproductie. De natuur geeft ons drinkwater, gezond en goed voedsel van vruchtbare bodems en schone lucht. Maar door kortetermijnwinsten te verkiezen boven zorg voor ons drinkwater, landschap, onze bodem en luchtkwaliteit staan de natuur en onze gezondheid onder druk. Vervuilers betalen ondertussen niet voor hun uitstoot en boeren krijgen geen eerlijke beloning voor landschapsbeheer en goede zorg voor de natuur. Wij doen dat wel, zodat de duurzame optie ook de meest aantrekkelijke wordt. Zo blijven de natuur en wijzelf gezond, voorkomen we uitputting van water en grond, en blijft Nederland een fijne en mooie plek om te wonen.
- Het land van het stikstofslot. We willen als Nederland vooruit. Daarvoor is voldoende stikstofruimte nodig om te bouwen, te investeren en infrastructuur aan te leggen. Om ruimte te creëren is natuurherstel nodig door een zekere en afdwingbare daling van de stikstofuitstoot. Vrijgekomen stikstofruimte komt in een stikstofbank waar de overheid eerste recht van koop heeft voor projecten met een maatschappelijk belang zoals woningbouw, de energietransitie, defensie en infrastructuur. PAS-melders en interimmers gaan we helpen.
- Gerichte stikstofaanpak. Om de natuur te laten herstellen is het als eerste van belang piekbelasters gericht uit te kopen, te verplaatsen, of te begeleiden naar een vorm van landbouw die minder druk legt op de omgeving. Als stok achter de deur zijn we bereid tot gedwongen uitkoop zodat de natuur voldoende kan herstellen en het land van het slot kan. Daarnaast verhogen we de weidegang, verlagen we het ruweiwitgehalte in veevoer, en normeren we emissiearme mestuitrijding.
- Prioriteit aan natuurherstel. Naast teveel stikstof, leidt de natuur onder verdroging, teruglopende biodiversiteit, verslechterende waterkwaliteit, versnippering en overexploitatie. We starten een ambitieus programma om onze natuur op orde te brengen, zowel binnen als buiten beschermde natuurgebieden. Natuurbescherming is een randvoorwaarde voor herstel. We voeren daarom de Europese Biodiversiteitsstrategie 2030 volledig uit. Dit houdt in dat minimaal 30% van het landoppervlak en 30% van het Nederlandse deel van de Noordzee wettelijk wordt beschermd, waarvan een belangrijk deel strikt beschermd wordt.
- Strijd tegen ontbossing. Nederland maakt strikte afspraken over het stoppen van overmatige houtkap, de bescherming van oude bomen in een natuurlijker bos en het stoppen van bodemverstoring. We investeren internationaal in formalisering van landrechten van inheemse en lokale bevolking en bevorderen bosbeheer door deze gemeenschappen als invulling van klimaat- en biodiversiteitsdoelen. We zetten ons in voor een uitbreiding van de Europese ontbossingsverordening naar financiële instellingen, en naar producten die leiden tot ernstige natuurverwoesting en daarmee gepaard gaande schending van mensenrechten.
- Ruimte voor de natuur. We verbinden beschermde natuurgebieden door voltooiing van het Natuurnetwerk Nederland en door programma's zoals Ruimte voor Levende Rivieren, Natuurkracht Limburg, het herstellen van het Haringvliet en realisatie van de Oostervaarders Wold. Natuurontwikkeling wordt gecombineerd met waterveiligheid en waterberging.
- Toekomstgerichte ruimtelijke ordening. Schaarse ruimte moet worden ingezet voor het herstellen van de natuur, het bouwen van betaalbare woningen, en het opwekken van duurzame energie. In de ruimtelijke ordening stellen we solidariteit en toekomstgerichtheid centraal.
- Van industriële naar duurzame landbouw. De jarenlange focus op schaalvergroting en intensivering heeft de natuur en boeren uitgeput. Het aantal boeren neemt af terwijl het aantal megastallen stijgt. Industriële landbouw is slecht voor ons klimaat, onze natuur, ons landschap, dierenwelzijn en onze gezondheid. Een groot deel van het geproduceerde eten exporteren we naar het buitenland, terwijl wij met de vervuiling blijven zitten. We passen daarom onze productiecapaciteit aan naar wat onze natuur aankan. Daarbij kiezen wij voor een grondgebonden en natuurinclusieve landbouw, waarbij het aantal landbouwdieren wordt aangepast aan de hoeveelheid veevoer die in de directe omgeving kan worden geproduceerd, en de hoeveelheid mest die daar kan worden uitgereden. Dat leidt onvermijdelijk tot een krimp van de veestapel en een einde aan de bio-industrie. Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, moeten als eerste krimpen. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt tot een minimum beperkt.
- Verbod op landbouwgif. Voedsel van het land moet gezond zijn. Daarom komt er een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen die schadelijk kunnen zijn. We verbieden per direct glyfosaat, PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen en het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen bij lelieteelt. Ook komt er een verbod op chemische bestrijdingsmiddelen in en rondom natuur- en waterwingebieden.
- Biologische landbouw. Biologische boeren laten al jaren zien dat het produceren van gezond en hoogwaardig voedsel met een kleine voetafdruk mogelijk is. Wij zetten daarom stevig in op uitbreiding van de biologische landbouw. We helpen boeren bij het omschakelen en geven hen een eerlijke vergoeding voor het beheren van ons landschap. Ook stimuleren we het bijmengen van biologische producten en biologische inkoop.
- Ondernemen met natuur. De boer is behalve voedselproducent ook beheerder van ons landschap. Boeren krijgen een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen. Dat maakt het voor hen aantrekkelijker om meer nadruk te leggen op natuurbeheer in de bedrijfsvoering. Overheden gaan daarom langjarige contracten aan met boeren en in Europa strijden we voor hoge milieunormen en voor Europese landbouwsubsidies die goede omgang met de natuur belonen.
- De keten aan zet. Boeren moeten een eerlijk inkomen kunnen verdienen. Daar moet de hele keten, inclusief supermarkten, aan meewerken. We moedigen langjarige afspraken aan tussen boeren en afnemers met kostendekkende vergoedingen. Met financiers spreken we af dat extensivering tegen een voordelige rente wordt gefinancierd.
- Duurzame pacht. DDe huidige pachtregels houden boeren gevangen in kortetermijndenken en stimuleren de intensieve landbouw. Met een nieuwe pachtwet keren we het tij. Langjarige, duurzame pacht wordt de standaard. We introduceren loopbaanpacht die jonge agrarische ondernemers perspectief geeft. En overheden geven het goede voorbeeld, door grond niet aan de hoogste bieder te verpachten maar door de inspanning voor natuur en milieu leidend te laten zijn.
- Grondpolitiek. Grond is duur en schaars in Nederland. Daarom moet de overheid regie voeren om die grond in te zetten voor het grootste maatschappelijke belang.
- Een mooi en gezond landschap. We brengen het prachtige en levendige Nederlandse natuurlandschap terug door kenmerkende landschapselementen terug te brengen, zoals knotwilgen, poelen en slootjes. We planten op grote schaal nieuwe landschapselementen aan zoals houtwallen, bomen en bossen. Landgoed Amelisweerd wordt behouden door de A27 bij Utrecht niet te verbreden.
- Een levendig platteland. Kleinschalige, duurzame agrarische bedrijven zijn vaak van veel maatschappelijke waarde. We stimuleren regionale samenwerkingsverbanden en nieuwe verdienmodellen, zoals directe verkoop, toerisme, onderwijs, zorg, en agroforestry. We houden het platteland levendig met goede voorzieningen, zoals ov, dorpshuizen, bibliotheken en zwembaden. Ook investeren we in natuur en het aanleggen van fiets- en wandelpaden. de gebieden waar de kosten voor waterbeheer hoog zijn of waar de natuur achteruitgaat. Daar stimuleren we natte natuur en natte landbouw.
- Het water op peil. We passen het uitgangspunt 'functie volgt peil' toe. Dat betekent dat we het waterpeil kiezen dat past bij het bodem- en watersysteem van een gebied. In de veenweidegebieden voorkomen we de oxidatie van het veen en daarmee bodemdaling en CO₂-uitstoot. We geven prioriteit aan de gebieden waar de kosten voor waterbeheer hoog zijn of waar de natuur achteruitgaat. Daar stimuleren we natte natuur en natte landbouw.
- Schoon water. Nederland heeft de slechtste waterkwaliteit van Europa door lozing van giftige stoffen door de industrie en door de intensieve land- en tuinbouw. Samen met de waterschappen en agrarische- en natuurorganisaties verbeteren we ons water zodat het voldoet aan Europese normen. Om dit te bereiken zetten we in op duurzame land- en tuinbouw en verplichten we het opstellen van een water- en bodemplan. Voor bedrijven scherpen we de regels voor de lozing van giftige stoffen aan en verbieden niet-toetsbare stoffen.
- Droogte en drinkwatertekorten. Droogte is een sluipmoordenaar, zeker op plekken in Nederland waar de droogte hard toeslaat, zoals op de hoge zandgronden. Droogte en vervuiling brengen ook onze drinkwatervoorziening in gevaar. We maken daarom bodem en water sturend bij de inrichting van ons landschap en houden water langer vast. Alle vormen van onttrekking van grondwater door bedrijven, boeren en burgers worden vergunningsplichtig en we stoppen stapsgewijs met vergunningen voor onbepaalde tijd. Er komt meer ruimte voor waterberging, infiltratie en drinkwatervoorzieningen. We maken werk van drinkwaterbesparing en we blijven uitgaan van het principe de gebruiker betaalt.
- Verbod op PFAS.PFAS bedreigen onze voedselveiligheid en onze drinkwatervoorzieningen. Daarom komt er een lozingsverbod voor PFAS en een verbod op niet-essentiële producten die PFAS bevatten. Alle essentiële producten die PFAS bevatten worden in kaart gebracht en zo snel mogelijk uitgefaseerd.
- Dierenwelzijn. We verbeteren dierenwelzijn. Alle huisvesting voor landbouwdieren moet voldoen aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en volksgezondheid. Melkveehouderijen krijgen alleen een vergunning als koeien een deel van het jaar naar buiten mogen, en uiteindelijk moeten alle dieren naar buiten kunnen. Er worden geen nieuwe stallen gebouwd waarin dieren permanent binnen worden opgesloten. We stimuleren het 'kalf bij de koe' principe. In slachthuizen komt verplicht cameratoezicht en de maximale slachtsnelheid wordt verlaagd, net als de maximale duur en temperatuur bij veetransporten. Producten die in Nederland worden verkocht of verwerkt moeten een Beter Leven-keurmerk halen van minimaal 2 sterren, en vanaf 2040 zijn dat er 3. Dierenbeulen worden hard aangepakt en mogen geen dieren meer houden.
- Rechten voor de natuur. De natuur verdient onze bescherming. Daarom verankeren we de rechten voor de natuur en dieren juridisch steviger in de wet. Ook erkennen we ecocide in het nationale en internationale strafrecht.
- Duurzame Visserij. Overbevissing gaan we wereldwijd tegen. Bodemverstorende sleepnetvisserij moet stoppen. We creëren meer visserijvrije zones en dierenwelzijnsregels gaan ook gelden voor vissen in kwekerijen. We stimuleren natuur-inclusieve visserij en schelpdierenteelt door kweekgebieden in de kustzone aan te wijzen.
- Bescherming van onze zeeën. De Waddenzee is onderdeel van het UNESCO- Werelderfgoed, maar heeft flink te lijden onder teveel menselijke activiteit. We stoppen met mijnbouw en vervuiling in het Waddengebied, en beschermen het Wad tegen verstoring en roofbouw. Op de Waddenzee en Noordzee gaat de energietransitie hand in hand met natuurontwikkeling. We gaan verder met opvolging van de aanbevelingen van de Onderzoeksraad over veilig scheepvaartverkeer boven de eilanden. Langs de gehele Nederlandse kust beschermen we de natuurgebieden beter en wordt er niet onnodig gebouwd. Er komt een tijdelijke stop op diepzeemijnbouw. Voor bescherming van de koraalriffen en de biodiversiteit in Caribisch Nederland blijven we de nodige financiering beschikbaar stellen.
3.4 Samen onderweg
Of het nu voor werk is, familiebezoek of een mooie vakantie, zonder goede infrastructuur en dienstverlening zijn we nergens. Om te zorgen dat Nederland in beweging blijft investeren we in nieuwe en bestaande infrastructuur en breiden we mobiliteitsvoorzieningen uit. Duurzame mobiliteit staat daarbij voorop en we zorgen dat je ongeacht je portemonnee op weg kunt.
- Elke regio bereikbaar. We keren de trend van afnemend, winstgedreven ov- aanbod en introduceren nieuwe buslijnen, ook in kleine dorpen. Dit betekent betere buslijnen die vaker rijden, ook in de avonduren, en hubs met verschillende vormen van deelvervoer. We breiden het aantal treinstations in Nederland fors uit door (her)opening van stations langs bestaande, nieuwe en gereactiveerde lijnen. Haltetaxi's krijgen dezelfde tarieven als regulier ov.
- Betaalbaar openbaar vervoer. Openbaar vervoer moet weer een publieke voorziening worden die voor iedereen betaalbaar en toegankelijk is. Op korte. termijn willen we een klimaatticket van 59 euro per maand naar Duits voorbeeld waarmee iedereen in de daluren onbeperkt met het OV kan reizen. Het uiteindelijke doel is dat het OV voor iedereen gratis te gebruiken is.
- Een goede dienstregeling. We passen het aanbod van ov beter aan op wat nodig is om Nederland bereikbaar te houden. Dat doen we door de regie te versterken op ProRail en NS, de hoofdrailconcessie voor de NS in stand te houden, en door provincies te ondersteunen bij het weer in eigen hand nemen van het regionale ov. De aansluiting van het hoofdrailnet met regionale netten moet naadloos zijn, verschillende check-insystemen horen daar niet bij.
- Duurzame mobiliteit. Als we ons op een zo duurzaam mogelijke manier gaan verplaatsen, krijgen we daar veel voor terug: schone lucht, minder geluidsoverlast en meer biodiversiteit. Nieuwe grote volkshuisvestingslocaties worden altijd gekoppeld aan de ontwikkeling van projecten die duurzaam vervoer realiseren,= zoals uitstekende loop- en fietsnetwerken, openbaar vervoer en deelmobiliteit. We elektrificeren alle treinlijnen in Nederland. En we investeren in voorzieningen en werkgelegenheid in de buurt.
- Meer investeren in OV-beroepen. We gaan de personeelstekorten in de mobiliteitssector tegen door de arbeidsvoorwaarden bij vervoersbedrijven in samenspraak met vakbonden te verbeteren.
- Veilig onderweg. Iedereen moet veilig met het ov kunnen reizen. Medewerkers in het ov en reizigers hebben helaas steeds vaker te maken met nare incidenten. Agressie en overlast zijn onacceptabel en overlastgevers pakken we stevig aan. Daarvoor versterken we de handhaving in het ov.
- Meer spoorlijnen en OV-verbindingen. Het treinnet wordt uitgebreid. We leggen de Lelylijn aan tussen Groningen en de Randstad en in internationaal verband als hogesnelheidslijn naar Noord-Duitsland, Denemarken en Zweden. De Nedersaksenlijn tussen Enschede en Groningen gaat rijden en we onderzoeken welke verdere uitbreidingen noodzakelijk zijn. Samen met onze buurlanden onderzoeken we welke grenslijnen in ere hersteld kunnen worden. De Noord- Zuidlijn wordt naar Schiphol en Hoofddorp doorgetrokken. We zorgen voor voldoende capaciteit op bestaande lijnen.
- Veilig op het fietspad. Het is een Nederlandse verworvenheid om je fiets op te springen, onafhankelijk van je leeftijd, om naar de supermarkt of school te gaan. Helaas staat dat onder druk. Fatbikes en grote voertuigen met een brommerkenteken maken onze fietspaden onveiliger. Het fietspad moet weer het terrein worden van de fiets. Voor fatbikes in het bijzonder gaat een helmplicht en leeftijdsgrens gelden.
- Vergroten van toegankelijkheid. We nemen de belemmeringen voor mensen met beperkingen in het verkeer weg. Denk aan verbreding van fietspaden en stoepen, en aan uitbreiding van de gehandicaptenparkeerkaart. Zodat gratis parkeren voor kaarthouders geldt voor alle reguliere parkeerplaatsen. Openbaar vervoer, stations en haltes (inclusief toiletten), reisassistentie en informatie over de reis dienen volledig toegankelijk te zijn, inclusief maatregelen bij uitval, onderhoud en/of renovatie aan materiaal en locaties. Bij kopen van nieuw materiaal dient dit toegankelijk te zijn. Het aankomende onderzoek naar het verbeteren van het doelgroepenvervoer nemen we serieus en pakken we voortvarend op.
- Meer inzet op slimmere, gezondere en schonere mobiliteit. Er komt meer nadruk op lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit. Voetgangers en fietsers krijgen voorrang op auto's. We investeren in voetgangersinfrastructuur, (snel)fietspaden in het binnen- en buitengebied, voldoende fietsstallingen (waaronder bij stations) en landelijke regelgeving wordt aangepast om (snor) scooters binnen de bebouwde kom van het fietspad te weren. Binnen de bebouwde kom wordt 30 kilometer per uur de norm.
- Eerlijk betalen naar gebruik. We versnellen de invoering van betalen naar gebruik voor automobilisten. In regio's waar mensen afhankelijker zijn van de auto vanwege beperkt openbaar vervoer geldt een lager tarief. We differentiëren ook naar tijd. Vrachtwagens gaan via een hogere kilometerheffing meer meebetalen aan de aanleg en onderhoud van wegen.
- Duurzame reiskostenvergoeding. Naast de maximale- komt er ook een minimale reiskostenvergoeding waar werknemers recht op hebben. Reiskosten met het ov worden volledig betaald door de werkgever. Voor automobilisten wordt elektrisch de norm. Zo zorgen we ervoor dat in Nederland vanaf 2030 alleen nog elektrische voertuigen worden verkocht, inclusief brom- en snorfietsen. De leasesector gaat voor die tijd al over op 100% elektrische auto's.
- Duurzame scheepvaart. Ook de scheepvaart moet vergroenen. Met nationaal en internationaal beleid stimuleren we de overgang naar schone brandstoffen.
- Bereikbare Wadden. De Waddeneilanden moeten goed bereikbaar blijven. Daarbij zijn continuïteit, betaalbaarheid en duurzaamheid leidend. Eilandbewoners worden hier goed bij betrokken.
- Treinen boven vliegen. We maken Nederland goed bereikbaar met internationale treinen en sluiten die goed aan op het binnenlandse vervoer. Er komt een eenvoudig boekingssysteem voor internationale treinreizen. In EU-verband zetten we ons in voor een groot netwerk van langeafstandsverbindingen die vaak rijden. We maken internationale treinkaartjes aantrekkelijker met accijnzen op kerosine en btw op vliegtickets.
- Krimp van het vliegverkeer. De luchtvaart moet verduurzamen. Om dat te stimuleren voeren we een CO₂-plafond en geluidsplafond in. Die dalen ieder jaar richting een klimaatneutrale luchtvaart in 2050. De hoogte van de vliegtuigbelasting wordt aangepast aan de milieu-impact van de vlucht. Daar maken we afspraken over met Europese partners. De vrijstellingen voor transferpassagiers vervallen en we stoppen met nachtvluchten en vluchten waarvoor een alternatieve treinverbinding bestaat. Daar bovenop worden programma's die vaker vliegen bevorderen en privévluchten verboden. Lelystad Airport blijft dicht voor commerciële vluchten en onrendabele vliegvelden worden niet langer overeind gehouden.
- Welzijn van medewerkers en omwonenden van Schiphol. De arbeidsomstandigheden op Schiphol worden verbeterd. Bij zware belasting van werknemers wordt snel ingegrepen. Er komt een nieuw normenstelsel voor geluid, gebaseerd op ervaren hinder, waar Schiphol aan moet voldoen. Schiphol staat immers niet boven de wet. Zo krijgen omwonenden, medewerkers en betrokken partijen rondom de luchthavens juridische duidelijkheid. De gezondheidseffecten van Schiphol op omwonenden worden periodiek in kaart gebracht.”
- 2025-08-19 “Over geld en sterke schouders — In de kern gaat politiek over keuzes maken. Vaak zijn dat financiële keuzes. Ons uitgangspunt is daarbij altijd helder geweest: we vragen de sterkste schouders de zwaarste lasten te dragen. Omdat we weten dat waardevolle zaken in het leven niet altijd de juiste financiële waarde krijgen toegedicht, houden we brede welvaart en de lange termijn scherp in het oog.
De afgelopen jaren heeft de sociale meerderheid gemerkt dat hun besteedbaar inkomen amper steeg, terwijl er aan de top goed werd verdiend. We zien dat de kloof toeneemt: een steeds groter deel van onze welvaart komt neer bij mensen met kapitaal en werkenden blijven met lege handen achter.
Het is namelijk vele malen makkelijker om geld te verdienen met geld dan met werk. En dat komt door politieke keuzes. Hoe rijker je bent, hoe minder je bijdraagt in verhouding met de rest. We strijden voor een eerlijk belastingstelsel. Dat betekent een systeem zonder speciale kortingen en een eerlijke belasting op vermogen, winst en vervuiling. Wij laten het verkiezingsprogramma doorrekenen door het CPB en het PBL. Een gedetailleerd financieel overzicht van het verkiezingsprogramma zal bij de doorrekening beschikbaar komen.
7.1 Onze financiële uitgangspunten
- Investeren in onze toekomst. We worden geconfronteerd met grote uitdagingen als het gaat om ongelijkheid, veiligheid en klimaatverandering. Dat vraagt grote inspanning van de samenleving en vergt keuzes. Wij kiezen ervoor om de komende jaren te investeren in onze publieke voorzieningen, economie, infrastructuur en veiligheid. Op lange termijn heeft Nederland er baat bij dat we die investeringen nu doen en niet uitstellen. Dat kost wat, maar de prijs van niks doen is op lange termijn alleen maar hoger.
- Sterke schouders. De investeringen die de komende jaren nodig zijn, zullen druk leggen op de begroting. Wie denkt dat harde bezuinigingen op de korte termijn verstandig zijn, heeft het mis. Onze verworvenheden zijn juist het beschermen waard. Bovendien is niet elke uitgave hetzelfde. Investeringen in onderwijs maken ons op de lange termijn sterker. We maken ruimte voor de grote uitgaven door een eerlijke bijdrage te vragen aan de topinkomens, vermogenden en meest winstgevende bedrijven. Voor ons geldt altijd: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.
- Verantwoord begrotingsbeleid. We voeren een trendmatig begrotingsbeleid om de economie te stabiliseren. Financiële meevallers geven we niet zomaar uit; bij tegenvallers hoeven we niet te bezuinigen. Bij het begrotingsbeleid kijken we vooral naar de lange termijn, niet naar het begrotingssaldo op de korte termijn. Voor het oplossen van budgettaire opgaven kiezen we een verantwoord tijdpad, en voor eenmalige uitdagingen gebruiken we ruimte in de schuld.
- Achtergelaten rekeningen. De laatste jaren is er alleen maar oog geweest voor de korte termijn en zijn alle belangrijke maatschappelijke en financiële keuzes doorgeschoven. Wij kiezen voor een blik op de lange termijn en kiezen voor hervormingen die ons land sterker en socialer maken.
- Nieuwe Europese begrotingsregels. We zijn voorstander van de vernieuwing van de Europese begrotingsregels, waarbij meer nadruk komt te liggen op duurzame investeringen en hervormingen. De mogelijkheid om uitgaven voor defensie tijdelijk uit te zonderen van het tekort, juichen we toe en zetten we nationaal in. We willen bevorderen dat lidstaten nationale hervormingen doorvoeren. Bij het uitblijven daarvan moeten financiële consequenties volgen.
- Brede welvaart. Het uitgangspunt van ons beleid is niet puur financieel, maar gericht op het vergroten van de welvaart in brede zin. Dat betekent dat we de impact op onze leefomgeving en het welzijn van burgers meewegen, binnen en buiten Nederland, op de korte en lange termijn.
- Financiën van medeoverheden. We dragen zorg voor voldoende middelen voor medeoverheden, zodat zij hun wettelijke taken kunnen uitvoeren. Het gemeentelijk belastinggebied wordt uitgebreid met een leegstandsheffing, en niet beperkt.
7.2 Een rechtvaardig belastingstelsel
- Werken moet lonen. Over inkomen waarvoor je hebt gewerkt, zou je niet meer belasting moeten betalen dan over inkomen dat is aan komen waaien. We maken werken lonend, door de belasting op inkomen uit arbeid te verlagen. Dat betalen we met een eerlijke bijdrage van mensen met veel vermogen en bedrijven die veel winst maken.
- Een simpeler en eerlijker belastingstelsel. Jaarlijks deelt de Belastingdienst tientallen miljarden uit aan belastingkortingen die niet goed zijn onderbouwd. Deze belastingkortingen maken het stelsel onnodig complex en onrechtvaardig, want vooral vermogenden en grootverdieners profiteren hiervan. We gaan deze belastingkortingen sterk vereenvoudigen, afbouwen of afschaffen. Met de opbrengsten kunnen we de belasting voor mensen verlagen en noodzakelijke investeringen doen.
- Aanpak belastingontwijking. Terwijl de meeste ondernemers en huishoudens hun eerlijke steentje bijdragen, zien we nog steeds dat er bedrijven en vermogenden zijn die via agressieve belastingconstructies geld wegsluizen naar het buitenland om zo belasting te ontwijken. Hierdoor komt de rekening te liggen bij al die mensen en ondernemers die wel netjes belasting betalen. Wij gaan belastingontwijking daarom harder aanpakken en maken dergelijke agressieve constructies illegaal.
- Progressieve belastingen. De sterkste schouders zouden de zwaarste lasten moeten dragen, maar dat is in Nederland nu niet het geval. Hoe rijker je bent, hoe lager je belastingdruk. Wij draaien dit om. Als je meer verdient, kun je relatief ook meer bijdragen aan voorzieningen die belangrijk zijn voor ons allemaal. We voeren daarom een miljonairsbelasting in voor de allerrijksten.
- De bijdrage van winstgevende bedrijven. De afgelopen decennia is de financiële bijdrage van het bedrijfsleven aan onze samenleving afgenomen. We vinden dat bedrijven die winst maken, meer kunnen bijdragen aan onze collectieve voorzieningen. Ook het bedrijfsleven profiteert van veilige straten, goede spoorverbindingen en investeringen in onderwijs en onderzoek. Daarom verhogen we de bijdrage van de meest winstgevende bedrijven.
- Eerlijke erfbelasting. We willen de erf- en schenkbelasting eerlijker maken. Gewone erfenissen hoeven niet te worden belast, de belasting op de grote erfenissen gaat omhoog. De vrijstelling voor partners blijft in stand. Daarnaast schaffen we constructies af die het mogelijk maken om erfbelasting te ontwijken.
- Afbouw fossiele subsidies. Vrijstellingen en fiscale subsidies voor grootgebruikers en producenten van fossiele energie worden afgebouwd.
- Grote vervuilers betalen mee. We laten grote vervuilers een eerlijke bijdrage leveren aan de kosten van de duurzaamheidstransitie. Dat doen wij door het principe van 'de vervuiler betaalt' centraal te stellen in al ons klimaatbeleid. Dat bedrijven die veel CO₂ uitstoten, meer gaan meebetalen aan de kosten van de duurzaamheidstransitie, is wat ons betreft niet meer dan logisch.”
- 2025-08-19 “De basis op orde, een land dat werkt voor iedereen — Primair Onderwijs en brengen we onder bij hetzelfde ministerie, namelijk het Ministerie van OCW. Zo zorgen we voor interessante combinatie- en doorstroommogelijkheden, loopbaanontwikkeling, zekerheid en meer waardering met fatsoenlijke salarissen voor mensen die er werken.
- Spelenderwijs ontwikkelen. Door de publieke kinderopvang komen kinderen vroeg in aanraking met leeftijdgenootjes en leren ze spelenderwijs. We verlagen de leerplichtige leeftijd naar vier jaar zodat kinderen eerder starten met formeel onderwijs.
- Een brede blik. Het leven is niet op te delen in hokjes. Daarom kijken we met een brede blik naar veilig opgroeien en de samenhang tussen zaken als stress, armoede, huisvestingsproblemen, bestaanszekerheid en passend onderwijs.
- Verlof voor ouders. Als nieuwe ouders wil je tijd en ruimte maken voor je kind. Daarom verlengen we het ouderschapsverlof. Dat verlaagt de druk op de opvang én zorgt voor meer gelijkheid tussen beide ouders.
- Samen naar school. Wij streven naar inclusief onderwijs waarbij kinderen met en zonder beperking samen naar school gaan. We creëren de juiste condities om de door het Rijk gestelde doelstelling van Inclusief Onderwijs In 2035 te kunnen realiseren: meer handen in de klas, aanpassingen in schoolgebouwen en de juiste toerusting van het personeel. Hierdoor kunnen we ervoor zorgen dat kinderen samen starten in de kinderopvang en kleuterklas. Scholen ontvangen hiervoor voldoende ondersteuning. Speciaal onderwijs blijft bestaan, inclusief het speciaal basisonderwijs (SBO), maar we maken ruimte voor meer tussenvormen. Leraren leren in hun opleiding hoe ze kinderen met een ondersteuningsbehoefte het beste onderwijs kunnen bieden.
- Rijke schooldagen. Ieder kind verdient een rijke schooldag, met doorgaande leerlijnen en vertrouwde gezichten. Dat betekent naast het reguliere onderwijsprogramma ontwikkelen kinderen zich ook door frequente lessen in sport, dans, cultuur, creatieve vakken, techniek en natuur. Scholen gaan daarin een duurzame samenwerking aan met maatschappelijke, niet-winstgerichte buitenschoolse organisaties, waarin het belang van het kind centraal staat. Wij willen dat de ontwikkeling van rijke schooldagen wordt doorgezet door heel Nederland.
- Sport en spel. Vanaf jonge leeftijd bewegen is enorm belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Daarom zetten we in op een zwemdiploma voor ieder kind en twee uur gym bovenop buitenspelen. Zie hoofdstuk 'Zorg'.
- Brede scholen. We stimuleren de ontwikkeling van Familiescholen, waar intensief wordt samengewerkt met ouders en met maatschappelijke partners binnen de domeinen armoede, jeugd, zorg, sport, cultuur en de wijk.
- Seksuele en relationele voorlichting. School moet een plek zijn waar iedereen zich thuis voelt en zichzelf kan zijn. We stimuleren dat scholen en leerlingen voor plekken zorgen waar ze zichzelf kunnen zijn en omarmen het vieren van paarse vrijdag. Verder zorgen we dat onderwijs over seksuele en relationele vorming inclusief aandacht voor seksuele diversiteit en genderidentiteit, geborgd blijven en verder worden uitgerold over alle scholen in Nederland. Daarnaast bestrijden we misinformatie en haatcampagnes die hier tegen gericht zijn.
6.2 Gelijke kansen
Niet alle kinderen hebben gelijke kansen. Onderwijs zou de grote gelijkmaker moeten zijn. Dat stimuleren we door ongelijk te investeren voor gelijke kansen en leraren te helpen die lesgeven in de meest kwetsbare wijken.
- Betere onderwijskwaliteit. De basis is nu niet op orde. Te veel kinderen in Nederland gaan met te weinig vaardigheden en kennis van school. We keren de trend door in te zetten op de basisvaardigheden en meer kennis- en contextrijk onderwijs. We geven leraren het vertrouwen, voldoende ruimte en mogelijkheden om onderwijs van hoge kwaliteit te kunnen realiseren.
- Eén doorstroomtoets. Er zijn op dit moment te grote verschillen in uitkomst tussen de verschillende doorstroomtoetsen. We kiezen voor één landelijke doorstroomtoets, zodat alle kinderen op dezelfde manier worden getoetst. Ook voor het mbo wordt toetsing geüniformeerd. Toetsresultaten worden uitsluitendgebruikt om leerprestaties te meten.
- De lat hoog houden. Wij willen dat de onderwijskwaliteit op niveau blijft en niet naar beneden bijgesteld wordt. De kwaliteit van toetsen moet op orde en op niveau zijn. De Onderwijsinspectie zorgt voor de borging van het toetsniveau en de toetskwaliteit. We voorkomen dat commerciële bedrijven hierin een rol spelen.
- Brede brugklassen. We werken toe naar een systeem waar kinderen op hun vijftiende een definitief schooladvies krijgen. We ondersteunen scholen met een brede brugklasbonus, en helpen leraren om les te geven aan leerlingen met verschillende achtergronden.
- Goede lerarenopleidingen. Door de decentrale organisatie van de lerarenopleidingen ontstaan er te grote verschillen in inhoud en kwaliteit tussen lerarenopleidingen. Dat is niet wenselijk. We pleiten voor uniforme vereisten aan de kwaliteit van de lerarenopleidingen, waarin taal, klassenmanagement, gedifferentieerd lesgeven, adequaat toetsen en digitale geletterdheid standaard onderdeel van de opleiding zijn.
- Kansrijk van start. We zorgen ervoor dat kinderen zonder diploma een startkwalificatie halen. Zo hebben ze een grotere kans op een goede baan. We investeren in het praktijkonderwijs en het vmbo-onderwijs. We verruimen de mogelijkheden om al op het vmbo een startkwalificatie te halen zonder dat leerlingen hiervoor naar een andere school hoeven.
- Terugdringen thuiszitters. Er zitten te veel kinderen thuis. Dit is een ingrijpende vorm van kansenongelijkheid. We geven meer ruimte aan initiatieven die kinderen weer naar school begeleiden.
- Starten met een volle maag. Leren lukt niet op een lege maag. In het programma rijke schooldag starten we met een gezonde lunch op scholen. We zorgen ervoor dat dit géén extra taak wordt voor de leraar.
- Extra ondersteuning waar nodig. Op scholen komen medewerkers (brugfunctionarissen) die de speciale taak hebben om in het belang van het kind de verbinding te leggen tussen ouders, school, jeugdzorg en armoedebestrijding. Dit ondersteunt kinderen in hun ontwikkeling en welzijn, en ontzorgt leraren.
- Bijles gericht op tegengaan achterstanden. Soms is bijles nodig voor wat extra steun in een bepaald vak of vaardigheid. Dit moet toegankelijk zijn voor ieder kind. Scholen krijgen de ruimte om dit zelf te organiseren met (vak)docenten of met maatschappelijke organisaties zonder winstoogmerk. Publiek gefinancierde scholen mogen niet meer samenwerken of gesponsord worden door commerciële bijlesorganisaties.
- Commerciële bijlesbureaus. Bedrijven die verdienen aan onderwijsachterstanden worden grotendeels overbodig omdat scholen zelf toegankelijke bijles aanbieden. Commerciële onderwijsinstituten gaan net als andere bedrijven omzetbelasting betalen.
- Kleinere klassen. Met minder leerlingen is er meer aandacht en ondersteuning vanuit de leerkracht. We werken toe naar kleine klassen, te beginnen bij scholen waar veel leerlingen een leerachterstand hebben. Zo krijgt elk kind de aandacht die het verdient.
- Goed op weg met taal. Kinderen die naar Nederland komen moeten zo snel mogelijk naar school. Door eerst te focussen op het goed leren van de Nederlandse taal, kunnen deze kinderen, soms met extra ondersteuning, binnen twee jaar instromen in het reguliere onderwijs. Er moet te allen tijden worden voorkomen dat deze kinderen geen onderwijs volgen.
- Toegang tot elke school. Door hoge vrijwillige ouderbijdragen te vragen, is niet elke school toegankelijk voor ieder kind. Daarom schaffen we deze af. Scholen ontvangen bekostiging voor extra activiteiten zoals schoolreisjes.
- Gezond leerklimaat. Een prettig schoolgebouw is cruciaal voor een goed leerklimaat voor leerlingen en leraren. We verduurzamen en vergroenen schoolgebouwen en -pleinen. Bestaande schoolgebouwen worden daar waar kan toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking.
- Aandacht voor speciaal onderwijs. Leraren in het speciaal onderwijs ontvangen meer salaris, bijscholingsmogelijkheden en de administratielast gaat naar beneden. Jongeren krijgen de mogelijkheid om ook na hun twintigste speciaal onderwijs te volgen.
- Praktijkonderwijs is regulier onderwijs. Dat regelen we in de wet. De Praktijkonderwijsleerlingen die in de bovenbouw mbo-entree volgen hebben ook recht op een ov-jaarkaart en stagevergoeding. Alle leerlingen die toegang willen tot het praktijkonderwijs moeten dat ook krijgen.
- Leerlingenvervoer. Het recht op onderwijs houdt ook in dat het vervoer van en naar school op orde is, ook voor kinderen in het speciaal onderwijs. Daarom willen we dat de overheid meer regie neemt en samen met gemeenten, scholen en belangenorganisaties voor leerlingen en ouders de knelpunten in kaart brengt en aan de slag gaat met een ambitieus plan. Meer regionaal aanbesteden en grotere contracten voor chauffeurs kunnen hier bijvoorbeeld onderdeel van zijn.
- Verminderen van prestatiedruk. Op dit moment ervaren te veel leerlingen een te hoge prestatiedruk in het onderwijs door te veel toetsen en te weinig feedbackmomenten. Daarbij legt het huidige inspectietoezicht (onderwijsresultatenmodel) ook een druk op schoolleiders en docenten. Daarom willen we dat de overheid in overleg met leerlingen-, docenten-, en schoolleidersorganisaties een integrale visie maakt om prestatiedruk te verminderen.
- Geen bindend advies. Het begin van de studie is al moeilijk genoeg. Om de stap van het voortgezet onderwijs naar het vervolgonderwijs makkelijker te maken, schaffen we het wettelijke Bindend Studie Advies af. In plaats daarvan komt er een mogelijkheid voor onderwijsinstellingen om een niet-bindend studieadvies te geven.
6.3 Een leraar voor de klas
- Aanpak lerarentekort. Een leraar voor de klas hoort de basis te zijn. Het lerarentekort is niet snel en gemakkelijk op te lossen, maar vraagt om langdurige inzet om goed personeel aan te trekken, op te leiden en te behouden. We starten met een Onderwijsagenda 2035 waar we met een blik op de lange termijn zorgen dat er voldoende opgeleid onderwijspersoneel is. In achterstandswijken waar de grootste uitdagingen liggen krijgen leraren meer salaris.
- Snel een vast contract. Bij goed functioneren snel een vast contract moet de norm zijn in het onderwijs. Het aantal flexibele arbeidscontracten moet overal naar beneden. Leraren en leerlingen verdienen stabiliteit.
- Minder tijd naar administratie. Leraren besteden gemiddeld acht uur per week aan administratie, vooral docenten die lesgeven aan leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. We streven ernaar dit te halveren, door leraren meer vertrouwen te geven en verantwoording te versimpelen.
- Goed onderwijs door bevoegde leraren. Om de kwaliteit van ons onderwijs te verbeteren willen we dat voor iedere klas een bevoegde leraar staat.
- Stimuleren van zij-instroom. Het verhogen van het aantal zij-instromers in het onderwijs kan het lerarentekort verminderen. Zij-instromers krijgen vanaf dag één van hun opleiding betaald, zodat ze niet te maken krijgen met een inkomensval. Dit maakt de overstap naar het onderwijs aantrekkelijker. We maken het ook makkelijker om naast je huidige baan parttime in het onderwijs te werken.
- Activeren van de stille reserve. Er is een grote groep mensen met een onderwijsbevoegdheid die niet meer voor de klas staat. We maken het met goede arbeidsvoorwaarden en ontwikkelmogelijkheden aantrekkelijk voor deze groep om terug te keren naar het onderwijs.
- Beginnende docenten. Eén op de vijf startende docenten verlaat na vijf jaar het onderwijs. Dat aantal brengen we naar beneden door verbeterde arbeidsomstandigheden en betere begeleiding na afstuderen. We voorkomen dat leraren in opleiding al zelfstandig worden ingezet.
- Ruimte voor professionalisering en doorgroeimogelijkheden.We zorgen dat docenten standaard meer tijd krijgen om zich te professionaliseren. Er worden binnen de sector duidelijke afspraken gemaakt over doorgroeimogelijkheden, ook voor de klas.
6.4 Onderwijs is van ons samen
- Samenwerking boven concurrentie. We halen alle prikkels uit de bekostigingen de beoordeling van de Onderwijsinspectie die scholen aanmoedigen te concurreren. We sturen juist aan op samenwerking tussen of samengaan van scholen. Zeker in het primair onderwijs hebben we sterke scholen met veel mogelijkheden nodig om in de behoeften van álle kinderen te voorzien.
- De commercialisering in het onderwijs moet stoppen. Publiek geld moet naar het onderwijs gaan, en niet naar winsten. We stoppen de steeds groter wordendeschil van commerciële onderwijsadviesbureaus waardoor veel onderwijsgeld verloren gaat en leraren uit het onderwijs worden getrokken. Door kennis overonderwijs steeds meer buiten het onderwijs te plaatsen, wordt het onderwijs verzwakt in plaats van versterkt. Het geld voor onderwijs moet in het onderwijs blijven en ontwikkeling moet plaatsvinden binnen de schoolteams.
- Rust door structureel geld. Scholen moeten zich bezighouden met goed onderwijs, en niet met het bij elkaar sprokkelen van subsidies voor voldoende financiering. We oormerken geld dat is bedoeld voor onderwijzend personeel, het wegwerken van onderwijsachterstanden en zorgleerlingen. De Onderwijsinspectie krijg meer bevoegdheden om scholen te controleren en te corrigeren op de besteding van onderwijsgeld.
- Samen verantwoordelijk. We kijken kritisch naar het aantal bestuurslagen in het onderwijs en de kosten daarvan. Schoolbesturen worden steviger aangesproken op achterblijvende onderwijskwaliteit. Onderwijsteams en schoolleiders zijn verantwoordelijk voor een goed pedagogisch-didactisch leerklimaat.
- Weg met wegwerpboeken. De leermiddelenmarkt moet worden hervormd. De verdienmodellen van educatieve uitgeverijen moeten transparanter. De markt moet toegankelijker worden voor kleine uitgeverijen, zodat niet alleen beursgenoteerde bedrijven de dienst uitmaken. We werken aan duurzame alternatieven en digitale licenties worden langer geldig.
- Brede vertegenwoordiging. Strategische landelijke onderwijs-overleggen vinden plaats met een brede vertegenwoordiging zoals een afvaardiging van leerlingen, ouders, en vanuit onderwijs op bestuurlijk, management en uitvoerend niveau. Dit zorgt voor een gelijkwaardig speelveld.
- Weekendscholen.Informeel onderwijs kan een waardevolle aanvulling zijn op de ontwikkeling van een kind, zoals vrijwilligers die kinderen met een taalachterstand helpen. Dat moeten we koesteren. De overheid bewaakt de grenzen van de wet, maar laat ruimte aan ouders en gemeenschappen om kinderen op hun manier te ondersteunen.
- Digitale lesmiddelen. Leerlingen gebruiken tijdens de les alleen door school beheerde apparaten (geen privételefoons of apparaten), zodat scholen deze optimaal kunnen inrichten voor leren en lesgeven en de blootstelling aan sociale media en verslavende algoritmes kunnen beperken. Om kansenongelijkheid tegen te gaan, stelt het Rijk meer smartdevices (laptops en tablets) voor het onderwijs beschikbaar. We nemen deze leermiddelen op in de Wet Gratis Schoolboeken. Voor mediawijsheid en digitale geletterdheid, zie hoofdstuk "Digitalisering voor iedereen".
- Detacheringsbureaus worden overbodig.Doordat scholen moeite hebben met het vullen van vacatures, zijn zij soms genoodzaakt een beroep te doen op dure detacheringsbureaus of zzp'ers. Ingehuurde docenten verhogen de werkdruk voor docenten in loondienst, omdat ze geen extra taken op zich nemen zoals het mentorschap. Wij helpen scholen om samen te werken en gezamenlijke invalpools op te richten, met leraren die inspringen bij ziekte of uitval, zodat we de dure inhuur via commerciële uitzendbureaus of zzp'ers kunnen voorkomen.
- Iedereen mag meedoen. We moderniseren artikel 23. Het wordt voor scholen verboden om kinderen of leraren te weigeren op basis van hun geloof of achtergrond.
6.5 Doorleren en onderzoeken
- Alle studenten zijn gelijkwaardig. We willen gelijkwaardige behandeling van alle studenten, of je nu mbo-, hbo- of een woopleiding volgt. Mbo-studenten krijgen dezelfde mogelijkheden als andere studenten als het gaat om bijvoorbeeld de introductieweek en lidmaatschap van studenten-, sport-, of gezelligheidsverenigingen.
- Geen financiële drempels in het onderwijs. Wij maken onderwijs kosteloos voor iedereen die leerplichtig is of nog geen startkwalificatie heeft, inclusief het MBO. Hiermee zorgen we voor kansengelijkheid in het onderwijs voor iedereen.
- Waardering voor ieder niveau. We erkennen dat diploma's van studenten op elk niveau van belang zijn voor de samenleving. Vanaf dat moment kan een afgestudeerde een leven lang leren naar behoefte in plaats van altijd op een zo hoog mogelijk niveau te moeten starten. Zo leggen we de nadruk op de ontwikkeling en behoefte van de student binnen de maatschappij.
- Wetenschappelijk onderwijs. Na jaren van afbraakbeleid moet er weer ruimte komen voor onderzoek en innovatie. We investeren fors in wetenschappelijk onderzoek. We werken toe naar de Lissabon-doelstelling om 3 procent van ons nationaal inkomen aan onderzoek en innovatie te besteden. Hierbij is regionale samenwerking tussen universiteiten, hogescholen en het mbo van groot belang.
- Het hbo in positie. Hogescholen spelen een cruciale rol in de opgaven waar Nederland voor staat. Ook dragen zij, binnen het hoger onderwijs, als geen ander bij aan emancipatie. Daarom investeren wij in praktijkgericht onderzoek, omdat dat onder andere bijdraagt aan de oplossing van maatschappelijke problemen. We erkennen en ondersteunen een rol van het hbo in de regio.
- Mbo als maatschappelijk partner. Het mbo heeft meer regelvrijheid nodig om opleidingen flexibeler vorm te geven. Zo kan er meer worden aangesloten bijde praktijk, en de snel veranderende arbeidsmarktbehoeften. Samen met mbo- instellingen werken we aan kwaliteitsimpuls voor het mbo onderwijs gericht op betere basisvaardigheden.
- Meer evenwicht op universiteiten en hogescholen. De financiering van het onderwijs op universiteiten en hogescholen wordt minder afhankelijk van het aantal uitgereikte diploma's. Er komt meer zekerheid en stabiliteit in financiering, zodat universiteiten en hogescholen sneller vaste contracten kunnen aanbieden.
- Bescherm de academische vrijheid. Academische vrijheid is van fundamenteel belang voor goede wetenschapsbeoefening en een open, democratische kennissamenleving. Het gaat om de vrijheid van onderzoekers om naar eigen inzicht onderzoek te doen en onderwijs te geven zonder druk van buitenaf. Die vrijheid staat onder druk en moet daarom wettelijk beter worden beschermd.
- Een eerlijke basisbeurs. Het mentale welzijn van jongeren staat onder druk en financiële stress is hierbij een van de oorzaken. We verhogen daarom het inkomen voor mbo-, hbo- en wo-studenten. Minderjarige mbo-studenten die niet meer thuis wonen krijgen ook een basisbeurs. Dit jaar is de overheid begonnen met het uitkeren van compensatie voor de leenstelselgeneratie. Wij vinden deze uitgekeerde compensatie nog niet voldoende en blijven ons daarom inzetten voor een hogere tegemoetkoming. We zorgen daarnaast dat de studieschuld geen belemmering mag zijn bij het aangaan van een hypotheek en dat hypotheekverstrekkers daarvoor meer ruimte krijgen voor maatwerk. Extra aflossing van je studieschuld leidt tot lagere maandlasten en vergroot de leenruimte voor je hypotheek. Mensen die door hun inkomen moeite hebben met het terugbetalen van hun studieschuld, hoeven minder af te lossen.
- Grip op internationalisering. We steunen de voorstellen vanuit de hogescholen en universiteiten om beter te sturen op de internationalisering van het onderwijsaanbod. Stabiele en toereikende bekostiging vanuit de overheid is hierbij van groot belang zodat er minder prikkels komen om onderling te concurreren.
- Sterke medezeggenschap. Er komt een duidelijke richtlijn voor onderwijsinstellingen, zowel in het primair, voortgezet en vervolgonderwijs, hoe zij medezeggenschap actief moeten faciliteren. We breiden de bevoegdheden van medezeggenschapsraden en opleidingscommissies uit en scherpen de verantwoordingsplichten van besturen aan.
- Een eerlijke stagevergoeding. Stagiairs verdienen ongeacht hun opleidingsniveau een eerlijke stagevergoeding van 750 euro per maand bij fulltime dienstverband. We verduidelijken hun rechten zodat ze niet tussen onderwijs- en arbeidswetgeving in vallen.
- Elke stagiair een gelijke kans. Er moet harder worden opgetreden tegen stagediscriminatie. Stagebedrijven die discrimineren verliezen hun erkenning. Er wordt op onderwijsinstellingen verplicht gewerkt met stagematching, waar studenten een stageplek krijgen toegewezen.
6.6 Een leven lang leren
- De handen ineenslaan. Het wordt steeds belangrijker dat we blijven leren, ook als we van school af zijn. Onze productiviteit staat onder druk en we zullen steeds meer te maken krijgen met vergrijzing en krapte. Daarom moet de overheid samen met het bedrijfsleven de handen ineenslaan. Er komt een leerrecht voor iedere Nederlander voor om- en bijscholing. Ook vaardigheden die buiten het directe beroep liggen komen daarvoor in aanmerking. Daarnaast is het steeds belangrijker dat werknemers bijblijven met digitale vaardigheden en innovaties als AI, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'.
- Ontwikkelen en leren. In samenwerking met het bedrijfsleven zorgt de overheid voor een ontwikkelbudget. Zo kan het hele werkzame leven ingezet worden op het volgen van opleidingen en cursussen. Ook om- en bijscholing vallen binnen het budget. We erkennen en bekostigen brancheopleidingen voor mensen met een beperking, zodat zij ook een diploma of certificaat kunnen halen. Dat biedt erkenning en meer kansen om ook mee te kunnen doen met de samenleving. Zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie'.
- Terugdringen laaggeletterdheid. Ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders hebben moeite met lezen, rekenen en het gebruik van computer of smartphone. Samen met de gemeenten zorgen we er voor dat mensen dicht in hun buurt een goede cursus kunnen volgen om te leren lezen, rekenen en digitaal op weg te komen.
6.7 De zorg weer toegankelijk voor iedereen
Als je zelf of een naaste ziek wordt, besef je pas hoe belangrijk een goede gezondheid is.
Iedereen in Nederland moet terechtkunnen bij de huisarts – gewoon bij een vertrouwd gezicht in de buurt. Ook de tandarts en fysiotherapeut moeten bereikbaar zijn voor iedereen, ongeacht de dikte van je portemonnee. En wie zorg nodig heeft, moet die snel kunnen krijgen, zonder eindeloze wachtlijsten. Dat is voor ons de basis op orde.
Gelukkig is de Nederlandse zorg van topkwaliteit. Maar die staat onder druk. Wachtlijsten worden langer, personeelstekorten zijn nijpend en door vergrijzing neemt die druk alleen maar toe. Bovendien liggen commerciële kapers op de kust die misbruik maken van ons zorgsysteem. Voor hen staat niet het leveren van goede zorg op de eerste plaats, maar het maken van zoveel mogelijk winst.
Om onze zorg van topkwaliteit te houden, moeten we nu ingrijpen. We moeten de jeugdzorg hervormen om onze kinderen recht te doen. Om ieders gezondheid te verbeteren, zetten we in op preventie, vroegsignalering en samenwerking. En we zorgen voor voldoende personeel om de werkdruk behapbaar te maken. We werken toe naar een stelsel waarin we zorg breder bezien en meer leunen op samenwerking en solidariteit. Dat is een sterke publieke zorg, waarin iedereen toegang heeft tot goede zorg, betaalbaar en dichtbij.
- Meer ruimte voor de huisarts. Goede zorg begint bij de huisarts. Toch staat de huisartsenzorg onder druk. Steeds meer mensen missen een vast gezicht of hebben zelfs helemaal geen huisarts meer. We maken het aantrekkelijker voor huisartsen om een praktijk te beginnen of praktijkhouder te blijven. Dat doen we door administratieve lasten terug te dringen, eerlijke en toekomstbestendige tarieven in te voeren en samenwerking met gemeenten en provincies voor betaalbare huisvesting.
- Wijkgerichte ouderenzorg. Wijkgerichte ouderenzorg biedt grote kansen om samen prettig oud te worden: met focus op zorgzame buurten, bestaanszekerheid, eenzaamheid, leefomgeving en zingeving. Daarom steunen en stimuleren wij wijkgerichte ouderenzorg: lokale burgerinitiatieven en maatschappelijke organisaties die zich samen met gemeentes en zorgverzekeraars richten op het verbeteren van de levenskwaliteit van ouderen door zorg dichter bij huis te brengen. Samenwerking staat centraal in plaats van marktwerking en concurrentie.
- Aanpakken wachtlijsten ggz. We investeren in het terugdringen van de lange wachtlijsten in de ggz. We breiden plaatsen in de crisisopvang uit én maken van mentale volksgezondheid een gezamenlijke (maatschappelijke) verantwoordelijkheid met extra aandacht voor de meest kwetsbaren. We zetten in op gelijke kansen op werk, wonen, sporten, onderwijs en een gezonde omgeving en verleggen de focus van het medisch model naar een integraal perspectief. Veel mensen met complexe mentale problemen hebben immers uitdagingen op meerdere levensgebieden. We maken betere afspraken met zorgverzekeraars over de bekostiging en het terugdringen van marktwerking in de ggz, zodat mensen met een complexe hulpvraag eerder worden geholpen, en over het invoeren van vrije werkruimte voor hulpverleners om te werken zonder een individuele beschikking.
- Toegang kwetsbaren verbeteren. Een van de belangrijkste pijlers van ons zorgsysteem is solidariteit. Door rechtse keuzes is dit onder druk komen te staan en is de zorg voor de meest kwetsbaren de afgelopen jaren steeds ontoegankelijker geworden. Wij verbeteren de toegankelijkheid voor chronisch zieken, onverzekerden en mensen met een kleine beurs, zodat iedereen volop mee kan doen.
- Een lager eigen risico. We schaffen het eigen risico stapsgewijs af. Het vrijwillig eigen risico verdwijnt helemaal. Solidariteit is onze basis. Dat betekent dat mensen die gezond zijn solidair zijn met mensen die ziek worden. Iedereen betaalt eerlijk mee aan de zorg. We leggen geen rekening neer bij mensen die ziek worden. Daarom komen we met een nieuw plan om het eigen risico te verlagen, waardoor ook de zorgpremie omlaag kan.
- Eerlijk delen met een lagere zorgpremie. Voor goede zorg hebben als samenleving veel over. We gaan de zorg op een andere manier financieren. Dat betekent dat de rijkste Nederlanders meer gaan betalen, de middenklasse minder. Mensen gaan minder premies betalen en we financieren een groter deel collectief. Met ons plan kan de zorgpremie omlaag.
- Meer zorg in het basispakket. Voor noodzakelijke zorg zou je geen rekening moeten krijgen. Die kosten betalen we gezamenlijk. Dat is solidariteit. Brillen voor kinderen en spraakcomputers komen in het basispakket. Een bezoek aan de tandarts of de fysiotherapeut wordt weer vergoed uit het basispakket. En we verhogen de vergoeding aan fysiotherapeuten om te voorkomen dat jonge fysiotherapeuten stoppen.
- Zorg dichtbij, ook in de regio. Waar je ook woont, de ambulance moet je altijd op tijd kunnen bereiken om je naar een ziekenhuis in de buurt te brengen. We gaan de verschraling van zorgvoorzieningen actief tegen en zetten in op het behoud van streekziekenhuizen. Ook hier kiezen we voor samenwerking boven marktwerking. De acute zorg gaan we financieren op basis van beschikbaarheid en niet langer per verrichte handeling.
- Goed werk in de zorg. Goede zorg valt of staat met voldoende zorgmedewerkers. Het personeelstekort in de zorg is groot en staat gelijkwaardige toegang in de weg. We willen werken in de zorg aantrekkelijker maken. Dat begint met fatsoenlijke lonen, goede en (sociaal) veilige werkomstandigheden en met meer zeggenschap. Als we de zorg op een andere manier organiseren, hoeven medewerkers minder tijd te besteden aan administratie.
- Passende zorg: wat werkt voor de patiënt, staat centraal. Patiënt en arts beslissen samen over de best passende behandeling. Niet alleen ziekte, maar ook gezondheid en wat iemand wél kan, telt mee. Zo voorkomen we overbehandeling en onnodige ingrepen. Slimme hulpmiddelen zoals druppelbrillen of klittenbandzwachtels geven patiënten meer regie en ontlasten de zorg. Zo blijft goede zorg voor iedereen bereikbaar – nu én in de toekomst.
- Digitale zorg ter verbetering. Digitale zorg kan van toegevoegde waarde zijn wanneer het de kwaliteit verbetert, patiënten meer regie geeft en zorgverleners ontlast. Voorwaarde is dat technologie veilig, toegankelijk en betaalbaar is en menselijk contact niet vervangt waar dat nodig en gewenst is. Zo moet AI enkel worden toegepast in gevallen waar het in het belang is van de patiënt, zonder dat dit ten koste gaat van de planeet en de privacy van de patiënt. Monopolies van ICT- en hulpmiddelenleveranciers zorgen nu voor hoge kosten en belemmeren innovatie. Groen Links-PvdA wil dat digitalisering werkt vóór mensen, niet vóór winst.
- Passende beloningen. Zorggeld is van ons allemaal. Medisch specialisten komen in loondienst en er komt een maximum aan het salaris dat je kunt verdienen. Dat maximum geldt ook voor salarissen en winsten van bestuurders en aandeelhouders in de zorg.
6.8 Niet de markt, maar de mens centraal
Als winst maken de prioriteit is, staat goede zorg altijd op de tweede plek. Doorgeslagen commercialisering in de zorg leidt tot dure medicijnen, onnodige bureaucratie en steeds wisselende gezichten aan het bed. Wij dringen winstbejag terug, zodat zorg weer draait om mensen.
- Aanscherping winstverbod in de zorg. We strijden tegen commerciële partijen in de zorg voor wie winst het hoofddoel is. We scherpen daarom het winstverbod in de zorg aan. Zo gaat geld dat bedoeld is voor zorg, daadwerkelijk naar de zorg en niet meer naar investeerders zoals private equity.
- Doorgeslagen commercialisering stoppen. De toezichthouders krijgen meer mogelijkheden om overnames in de zorg te stoppen als het publieke belang, zoals de prijs en de kwaliteit van zorg, in het geding komt. Hiermee voorkomen we dat zorginstellingen worden overgenomen door partijen met winst als belangrijkste drijfveer, en kunnen we wanpraktijken zoals bij Co-Med in de toekomst sneller een halt toeroepen.
- Excessieve winsten in de zorg terugvorderen. Het geld dat we uitgeven aan zorg is van ons allemaal. Dat moet ten goede komen aan goede zorg. Toch stroomt jaarlijks veel geld naar dubieuze winstuitkeringen en fraude. We willen zorggeld terug vorderen als zorgaanbieders slechte zorg verlenen, regels overtreden, of zichzelf verrijken.
- Vaste gezichten in de zorg. Zorg draait om vertrouwen en continuïteit – daar horen vaste zorgteams bij. We zorgen voor goede arbeidsvoorwaarden, meer zekerheid en zeggenschap voor zorgmedewerkers in loondienst. Zo voorkomen we dat zorginstellingen een beroep moeten doen op dure detacheringsbureaus of zzp'ers om het rooster rond te krijgen. Ingehuurde krachten verhogen bovendien de druk voor vaste krachten, omdat ze bijvoorbeeld vaak geen nachtdiensten draaien. Flexwerk blijft alleen mogelijk bij tijdelijke vervanging vanwege ziekte of piekbelasting en voor unieke situaties.
- Beteugelen farmaceutische industrie. Bedrijven die nieuwe medicijnen ontwikkelen zijn van grote waarde. Maar we strijden tegen farmaceuten die zichzelf verrijken met ons belastinggeld, bijvoorbeeld door medicijnprijzen kunstmatig hoog te houden. We gaan meer medicijnen gezamenlijk inkopen, strengere eisen stellen aan publieke subsidies en prijstransparantie afdwingen. Het wordt makkelijker voor apothekers om geneesmiddelen uit te wisselen en uit andere landen te importeren. Ook bevorderen we onderzoek naar de effectiviteit en dosering van medicijnen, zodat er niet onnodig dure medicijnen worden voorgeschreven.
- Meer transparantie. Er komt een transparantieregister voor financiële transacties tussen de farmaceutische industrie en zorgverleners. Zo maken we zichtbaar wat er aan wie en waarvoor wordt betaald. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat geneesmiddelen of hulpmiddelen die zij krijgen voorgeschreven alleen gekozen worden omdat ze de beste keuze zijn, en niet omdat er andere belangen spelen.
- Samenwerking in plaats van marktwerking. In de zorg is nog te vaak sprake van concurrentie in plaats van samenwerking. Dat is op termijn niet houdbaar, leidt tot bureaucratie en maakt preventie minder aantrekkelijk. We pakken de doorgeschoten marktwerking aan en passen het zorgstelsel aan zodat samenwerking loont. We stimuleren samenwerking tussen het sociaal domein, de zorg en zorgverzekeraars. Per regio krijgt één verzekeraar de regie en maakt afspraken met zorgaanbieders. Zij bieden één of twee overzichtelijke basisverzekeringen aan, in plaats van het huidige oerwoud aan zorgpolissen.
- Onafhankelijker van buitenlandse medicijnen. Als je afhankelijk bent van een medicijn, of eindelijk een kuur hebt gevonden die goed voor je werkt, dan wil je die niet kwijt. Door onze afhankelijkheid van medicijnen en grondstoffen voor medicijnen van buiten Europa lopen we grote risico's. We gaan samen met Europese partners zorgen voor meer grip op onze medicijnen en de productie van onmisbare medicijnen terugbrengen naar Europa.
6.9 Kans op een gezond leven en sporten voor iedereen
Iedereen moet de kans hebben om gezond te leven. Dat mag niet afhangen van je inkomen of waar je woont. We verkleinen gezondheidsverschillen en zetten in op preventie voor meer gezonde jaren.
- Gezondheidsverschillen verkleinen. Hoe armer je bent, hoe minder gezonde jaren je hebt en hoe korter je leeft. Mensen in de ene wijk leven 9 jaar korter dan mensen aan de overkant. Dat komt vaak doordat mensen zwaar en gevaarlijk werk doen, in beschimmelde en tochtige woningen leven, en lijden onder financiële stress. We gaan er alles aan doen om deze kloof te dichten.
- Vrouwengezondheid. In de medische wereld is het mannenlichaam nog altijd de norm, waardoor aandoeningen bij vrouwen minder goed herkend worden. Dat speelt bijvoorbeeld bij hart- en vaatziekten. Ook is vaak relatief weinig bekend over aandoeningen die vooral vrouwen treffen, zoals PMDD, endometriose en klachten rondom de overgang. We investeren in gericht onderzoek en meer kennis over verschillen in symptomen en passende behandelingen. Daarin hebben we aandacht voor gender- en genetische diversiteit. Daarnaast wordt het bij het plaatsen en verwijderen van een spiraal altijd een optie om lokale of algehele verdoving te gebruiken.
- We zetten vol in op het voorkomen van ziektes. Voorkomen is beter dan genezen. Dat kan als we mensen helpen gezond te eten en genoeg te bewegen. Dit doen we door verse groente en fruit goedkoper te maken. We gaan door met de plannen om roken, overgewicht en problematisch drankgebruik te verminderen (Nationaal Preventieakkoord). Er komt een grens aan de wettelijke hoeveelheid suiker in producten.
- Wijkgerichte aanpak voor vaccinaties. Infectieziekten als mazelen en kinkhoest zijn dankzij het gratis Rijksvaccinatieprogramma jarenlang onder controle geweest. Maar de vaccinatiegraad daalt, met uitbraken en extra druk op de zorg tot gevolg. In de grote steden heeft de wijkgerichte aanpak tot een hogere vaccinatiegraad geleid. Die aanpak breiden we uit naar heel Nederland, met informatie op maat, priklocaties dichtbij en zorgprofessionals in de buurt.
- Bewegen en zwemmen. Iedereen in Nederland moet kunnen sporten en in ons waterrijke land is een zwemdiploma van groot belang. We stellen gemeenten in staat om te zorgen voor voldoende sportfaciliteiten en de kans om een zwemdiploma A te halen. Dat is een basisvoorziening. Er komt een gelijk tarief voor aangepast zwemonderwijs voor kinderen met een beperking. Op iedere school wordt de gymles weer gegeven door een bevoegde leraar.
- Steun sportverenigingen. Sportverenigingen zijn het sociale cement van onze samenleving. We komen met een plan om sportverenigingen te helpen, met minder bureaucratie en meer ondersteuning. Sportverenigingen en zwembaden krijgen steun bij verduurzaming uit het Klimaatfonds.
- Vapen en roken aanpakken. De tabaksindustrie zet vol in op vapes voor jongeren om de nieuwe generatie aan rookverslaafden te kweken. We strijden tegen de tabaksindustrie en voor een verbod op wegwerpvapes. Accijnzen gaan omhoog en rookvrije zones worden uitgebreid. Illegale import wordt harder bestraft. De tabaksindustrie wordt met een speciale heffing verplicht mee te betalen aan de schade die roken veroorzaakt.
- Seksuele gezondheid. Anticonceptie komt in het basispakket. We zonderen de soa-test bij de huisarts uit van het eigen risico en investeren in de seksuele gezondheidszorg bij de GGD. Hiv-preventiepil PrEP en bijbehorende zorg worden laagdrempelig verstrekt en volledig vergoed.
- Toegankelijkheid en inclusie. We leven het VN-verdrag inzake Rechten van Personen met een Handicap na. Zie hoofdstuk 'Democratie, Rechtsstaat en Gelijke Rechten'.
- Gezondheidscentra. We stimuleren het opzetten van gezondheidscentra waar zorgverleners hun krachten kunnen bundelen, zodat patiënten voor verschillende vormen van zorg op dezelfde plek terechtkunnen. We geven zorgverzekeraars een rol in de opzet en financiering hiervan.
6.10 Zorg voor onze jeugd
We willen ervoor zorgen dat elk kind zorgeloos kan opgroeien. Daar hoort bij dat we zorgen voor veilige, groene buurten met speeltuinen, sportveldjes en goed onderwijs. Wanneer er extra ondersteuning nodig is, moet dat er ook zijn. Dat betekent dat je hulp krijgt als het niet goed met je gaat, en dat er een veilige plek is voor jongeren die tijdelijk niet thuis kunnen wonen.
- Veilig opgroeien. Kinderen moeten kansrijk opgroeien in de eigen wijk met voldoende basisvoorzieningen in de buurt. Zo zorgen we dat alle kinderen de kans hebben op een goed leven.
- Gelukkige kinderen. Steeds meer jongeren en kinderen hebben mentale problemen. We starten een landelijk actieplan mentale gezondheid voor jongeren om de mentale problematiek onder jongeren terug te dringen. Ook gaan we meer personeel werven voor de GGZ, verminderen we de administratieve lasten en maken we het beroep aantrekkelijker.
- Kinderrechten. We zorgen dat Nederland zich houdt aan het Internationale Kinderrechtenverdrag, zodat we toegaan naar betere kinderbescherming en jeugdzorg en minder kinderarmoede en discriminatie. Ook zorgen we dat de stem van kinderen voldoende gehoord wordt bij beslissingen over kinderen. We letten extra goed op de zorg voor kinderen met een handicap of beperking.
- Mentale gezondheid. We zorgen voor voldoende laagdrempelig aanbod en stoppen met het onnodig medicaliseren van mentale problemen door hulp ook beschikbaar te laten zijn zonder diagnose of stoornis. We implementeren de Wet integrale suïcidepreventie via ministeries en gemeenten. We zorgen voor voldoende middelen voor gemeenten en voor een bereikbare hulplijn, ook bij groei.
- Kinderen groeien zoveel mogelijk thuis op. Uithuisplaatsingen mogen alleen in het uiterste geval. Naar aanleiding van de lessen die te trekken zijn uit het onderzoek 'erfenis van onrecht' over de uithuisplaatsingen bij de toeslagenaffaire gaat een staatscommissie aanbevelingen doen voor een jeugdbeschermingsstelsel. De aanbevelingen uit het rapport worden uitgevoerd. We geven de uithuisgeplaatste jongeren met prioriteit een zelfstandige erkenning voor het aangedane leed. We verbeteren ondersteuning voor pleegouders.
- Kindermishandeling en huiselijk geweld. We investeren in een aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling gericht op het voorkomen, vroeg signaleren en verbeteren van hulp en het bieden van goede nazorg. Hierbij is oog voor het doorbreken van het patroon waarbij geweld doorgegeven wordt van de ene generatie naar de volgende.
- Een plan voor betere jeugdzorg en jeugdbescherming. We stellen voldoende middelen beschikbaar voor kinderen met een beperking, en voor kinderen en jongeren die hulp nodig hebben, in lijn met de adviezen van de deskundigencommissie. Die kosten betalen we samen. Jongeren krijgen meer zeggenschap over hun behandeling en krijgen recht op een vertrouwenspersoon. De inspectie krijgt voldoende middelen en wordt daarmee in staat gesteld om zowel aangekondigd als onaangekondigd voldoende controles uit te voeren.
- Voldoende geld voor jeugdzorg. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdzorg, maar krijgen daar nu onvoldoende geld voor. We stellen structureel voldoende geld beschikbaar voor kinderen die hulp nodig hebben en nemen het advies van de deskundigencommissie volledig over.
- Afbouw gesloten jeugdzorg.Jeugdzorg met vrijheidsbeperkende maatregelen heeft enorme impact op kinderen en jongeren. Vrijheidsbeperkende maatregelen worden enkel gebruikt wanneer dit in het behandelplan staat en er wordt gewerkt vanuit een 'nee, tenzij' principe. We verbeteren de rechtspositie van jongeren door in te zetten op eigen mentoren en juridische ondersteuning. We zetten de afbouw van gesloten jeugdzorg voort met nagenoeg een stop in 2030. De locaties die overblijven moeten kwalitatief goede mentale en fysieke zorg gaan bieden. Hieronder valt ook een duidelijk behandelplan, met voorwaarden voor overplaatsing naar een open locatie of thuis, en wordt er na verblijf op een gesloten afdeling altijd nazorg aangeboden. Daarnaast moeten locaties goed bereikbaar zijn voor vrienden en familie van de jongere. Ook moet de jongere te allen tijde toegang hebben tot goed onderwijs op niveau. Verder zetten we in de tussentijd volop in op de bouw van kleinschalige, open alternatieven die aansluiten bij de behoeftes van kinderen en jongeren die tijdelijk niet thuis kunnen of willen wonen.
- Geen eigen bijdrage in de jeugdzorg. Kinderen die hulp nodig hebben, moeten die hulp gewoon krijgen. Dat mag niet afhankelijk zijn van het inkomen van ouders. Die kosten betalen we samen. We zetten een streep door het kabinetsplan een eigen bijdrage in te voeren.
- Hulp na 18 jaar. Veel jongeren komen in de problemen bij de overgang van jeugdzorg naar volwassenzorg. Daarom versoepelen we de leeftijdsgrens van 18 jaar, zodat jongeren nog tot minstens 21 jaar gebruik kunnen maken van jeugdhulp die ze al hebben, als ze dat zelf willen.
- Transnationale adoptie stoppen. Transnationale adopties zijn sinds 2024 niet meer mogelijk en lopende procedures moeten voor 2030 afgerond zijn. In plaats van adoptie zet ons beleid zich in voor de versterking van kinderbescherming in landen van herkomst, erkenning van het eventuele onrecht dat geadopteerden en hun families is aangedaan, nazorg en herstel voor geadopteerden in Nederland en het ondersteunen van herstelinitiatieven voor hun families in landen van herkomst.
6.11 De hulp krijgen die je nodig hebt
Iedere fase van je leven moet je kunnen rekenen op goede zorg. Wij kiezen voor liefdevolle zorg dichtbij de mensen, zodat iedereen de hulp krijgt die nodig is.
- Hulp voor mensen met post-covid. Mensen met een post acuut infectie syndroom zoals post covid, ME/cvs, Q-Koorts en Chronische Lyme kampen met ernstige klachten, maar hebben te vaak niet de erkenning, zorg en ondersteuning die nodig is. Er is een langetermijnstrategie nodig. Daar horen investeringen in langjarig onderzoek bij en het breder toegankelijk maken van post-covid zorg bij. We continueren de post-covid expertisecentra, vergroten de kennis bij instanties en zorgen voor een adequaat sociaal vangnet.
- Transzorg. Trans mensen hebben recht op zelfbeschikking en op zorg, hiervoor moeten wachtlijsten beperkt worden en moet de zorg erop gericht zijn dat mensen zichzelf kunnen zijn met minder nadruk op de poortwachtersrol en meer ondersteuning met ruimte voor ervaringsdeskundigen en hulplijnen. Het landelijk platform transgenderzorg moet structureel worden gesteund zodat zij aanbieders van transgenderzorg kunnen versterken.
- Aanpakken knelpunten mensen met een beperking. De zorg voor mensen met een ernstige (meervoudige) beperking dreigt helemaal vast te lopen. Groen Links-PvdA vindt het onacceptabel dat zorg aan de meest kwetsbare mensen in de samenleving verwaarloosd dreigt te worden. Daarom verbeteren we de financiering van zorginitiatieven voor deze groep. Ouderinitiatieven, waarbij familieleden zorg inkopen en huisvesting regelen, krijgen meer ruimte. Er komen gespecialiseerde vertrouwenspersonen en meer inspectiecapaciteit om misbruik en mishandeling van mensen die niet zelf aan de bel kunnen trekken, te herkennen.
- Goede abortuszorg. We staan pal voor het recht van vrouwen om over hun eigen lichaam te beslissen. Dat recht willen we versterken. Abortus verdwijnt uit het Wetboek van Strafrecht. Het recht op abortus verankeren we in de grondwet. We zetten in op goede hulpverlening en nazorg voor wie een abortus laat uitvoeren en we beschermen vrouwen tegen intimidatie bij klinieken.
- Zelf beschikken over het levenseinde. Wie ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, ongeacht of dat lichamelijk of geestelijk is, kan een beroep doen op het recht op zelfbeschikking. Daarom halen we euthanasie uit het Wetboek van Strafrecht.
- Samen tegen eenzaamheid. Steeds meer mensen kampen met eenzaamheid en schaamte daarover. We steunen initiatieven die eenzaamheid tegengaan, bijvoorbeeld door de gemeenschapszin in buurten te vergroten met ontmoetingsplekken en een sterk verenigingsleven.
- Mantelzorg. Steeds meer mensen geven mantelzorg. Of het nu is voor een kind, ouder, partner of bekende. Mantelzorgers doen onmisbaar werk. Werknemers krijgen recht op mantelzorg met een vergoeding, en het kortdurende mantelzorgverlof wordt uitgebreid.
- Hulp bij verward gedrag. Mensen die in de war zijn verdienen hulp. Het gaat vaak om kwetsbare mensen die de controle over hun eigen leven kwijt zijn. Nu belanden zij te vaak op straat of in de cel. Hulpverleners moeten meer mogelijkheden krijgen tot bemoeizorg. Dat is een vorm van hulpverlening die zich richt op mensen die zelf geen hulp zoeken, maar die dat volgens hun omgeving of hulpverleners wél nodig hebben. Bemoeizorg moet structureel beschikbaar zijn in alle gemeenten en landelijk worden bekostigd.
- Ouderen centraal in ouderenzorg. Onze ouderenzorg staat onder druk en daarmee ook het waardig ouder worden. Ouderen moeten hun weg zoeken in een web van regelingen. Vervolgens is de kans op een wachtlijst groot. We pakken de doorgeslagen marktwerking in de ouderenzorg aan. Publieke en non-profitinstellingen krijgen voorrang bij nieuwe zorgaanvragen. Financiering gaat op basis van de zorgvraag die wordt vastgesteld door zorginstellingen en zorgkantoren. Ook schaffen we de omzetplafonds in de palliatieve zorg af.
- Zorg in de wijk voor ouderen. De meeste ouderen willen het liefst zo lang mogelijk thuis blijven wonen. We gaan meer woningen bouwen waar je kan blijven wonen als je ouder wordt (levensloopbestendig) en waar we wonen en zorg goed kunnen combineren. We willen de verschillende regels en bekostiging van zorg voor ouderen simpeler maken waardoor het makkelijker wordt voor ouderen om thuis te blijven wonen. Financiering voor vrijwillige burgerinitiatieven voor zorgzame buurten wordt zowel landelijk als lokaal structureel verankerd. De wijkverpleegkundige krijgt een centrale rol. Bij complexe zorg kunnen ook specialisten bijspringen en de huisarts ontlasten. Ook vergroten we de kennis over dementie en zetten in op een dementievriendelijke omgeving. Belemmeringen in WLZ, ZVW en WMO voor integrale zorg op wijkniveau worden weggenomen.
- Voldoende verpleeghuisplekken. Als je niet meer thuis kunt blijven wonen, wil je dat er een plek is waar je fijn verzorgd wordt. De groeiende tweedeling tussen welgestelde ouderen en ouderen met een kleine portemonnee is onacceptabel. De uitbreiding van verpleeghuisplekken zetten we door en we houden de kwaliteit scherp in de gaten.
6.12 Ons Koninkrijk
Iedereen moet kunnen rekenen op een bus die rijdt, een leraar voor de klas, en een bibliotheek in de buurt. De basis moet op orde zijn in ons Koninkrijk, haar landen, regio's en (speciale) gemeenten.
- Verbeteren samenwerking binnen het Koninkrijk. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit vier gelijkwaardige landen die een lange geschiedenis met elkaar delen. We willen dat Nederland en de autonome landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten beter met elkaar gaan samenwerken om de belangrijke uitdagingen die er onder andere zijn op het gebied van sociale ongelijkheid, veiligheid en klimaatverandering aan te gaan.
- Gelijkwaardigheid tussen alle burgers. Er komt een eind aan het tweederangs burgerschap van de inwoners van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Dit betekent onder andere dat er een fatsoenlijk sociaal minimum wordt ingevoerd op de eilanden, de kosten van het levensonderhoud worden verlaagd, dat het onderwijs en de gezondheidszorg worden versterkt, het (leef)milieu beter wordt beschermd en dat de gevolgen van klimaatverandering op de eilanden worden beperkt.
- Beschermen en bevorderen regionale of minderheidstalen. We zetten ons in voor behoud en bevordering van door Nederland erkende (streek)talen zoals het Frysk, Nedersaksisch, Jiddisj, Sinti-Romanes, en de op de BES-eilanden erkende talen Engels en Papiaments.
6.13 Onze provincies
- Overheden die samenwerken. De samenwerking tussen Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen kan en moet beter. We realiseren ons dat veel maatschappelijke opgaven vragen om een uitmuntende samenwerking tussen alle overheidslagen. Daarom geven we de minister van Binnenlandse Zaken meer bevoegdheden en zorgen we voor een onafhankelijke arbiter voor financiële verhoudingen. Dit onafhankelijke orgaan gaat zich bezighouden met het monitoren van de balans tussen taken en middelen, de indexatie van gemeente- en provinciefondsen, en kan knopen doorhakken over financiële geschillen tussen overheidslagen.
- In Groningen is onverminderde inzet nodig voor de afhandeling van de schade als gevolg van gaswinning. Groningers hebben recht op een veilig, schadevrij en verduurzaamd huis, zie hoofdstuk 'Democratie, Rechtstaat en Gelijke Rechten'. We behouden voorzieningen zoals zwembaden, sportclubs en buurthuizen en investeren in de toekomst van Groningen als belangrijke speler in de transitie naar waterstof, via omscholingsfondsen en brede mbo-, hbo- en wo-scholingsprogramma's. Met de Lelylijn komt er een betere bereikbaarheid per openbaar vervoer. Ter Apel wordt ontlast door meer aanmeldcentra voor asielzoekers elders in het land te openen.
- In Drenthe investeren wij in grootschalige woningbouw en de economische ontwikkelpotentie die ontstaat door de aanleg van de Nedersaksenlijn. Initeerregio Zuid en Oost Drenthe biedt een krachtige basis voor duurzame economische groei als het vijfde industriecluster van Nederland, bedrijven in groene chemie, circulaire (biobased) economie en (hightech) maakindustrie. De Veiligheidscampus Assen wordt een nationaal centrum voor opleiding, innovatie en veiligheid. Wij steunen de restauratie van de Koloniën van Weldadigheid en ontwikkeling van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
- Flevoland ligt in het hart van Nederland en een goede ov-verbinding met de omringende provincies is essentieel. We maken ons sterk voor de Lelylijn, een ondergrondse verbinding met Noord-Holland (de IJmeerverbinding), een busverbinding tussen Lelystad en Enkhuizen over de Houtribdijk en een intercity-verbinding met Utrecht. We realiseren het Oostvaarders Wold, zodat een ecologische verbindingszone ontstaat tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold.
- In Friesland beschermen we het unieke Waddengebied, dus geen gas- of zoutboringen, en we volgen de aanbevelingen van de Onderzoeksraad over veilig scheepvaartverkeer boven de eilanden voortvarend op. Samen met de provincie Fryslân richten we het Veenweidegebied in als Nationaal Park. Dat vermindert de uitstoot van CO₂ en stikstof en behoudt het prachtige authentieke landschap. We investeren in het versterken van het gebruik van de Friese taal zowel in het basisonderwijs als in het mbo. Daarnaast komt er door onze inzet weer een bachelor Frysk op de universiteit. Ook Friesland profiteert van de Lelylijn. Friesland zakt steeds verder weg door het grote aantal gaswinlocaties, waardoor volgens het Wetterskip Fryslân niet meer droog te houden is. Gaswinningen worden zo snel mogelijk afgebouwd en er komt een werkbare en menselijke schaderegeling voor bewoners en agrarische bedrijven.
- In Utrecht gaat de verbreding van de A27 niet door. Daarmee behouden we het landschap Amelisweerd. We zorgen voor een robuuste ecologische verbindingszone tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. We leggen de Noordelijke Randweg Utrecht ondergronds aan voor de leefbaarheid van Overvecht. Utrecht krijgt een 24-uurs OV-netwerk vergelijkbaar met de metro. We zijn tegen de komst van de nieuwe vliegroute (de vierde route) boven de provincie Utrecht.
- In Zeeland willen we dat de Westerschelde een schone rivier is voor mens en natuur, dus ook zonder vervuiling van PFAS. Ook in Zeeland blijven voorzieningen, waaronder goede zorg, dichtbij en goed bereikbaar voor alle Zeeuwse inwoners. We zetten in op de Schelde Delta Regio en de zeehaven North Sea Port, om zo de duurzaamheid, economische veerkracht en strategische weerbaarheid van Zeeland en Nederland te versterken.
- In Noord-Brabant investeren we in een duurzaam verdienmodel voor lokale boeren en woningbouwers door te stimuleren dat bouwmaterialen van de toekomst geteeld worden rond verdroogde natuurgebieden (zie programma Building Balance). Tussen Eindhoven en het Duitse ICE-netwerk komt er een snelle treinverbinding. Omdat Brainport Eindhoven belangrijk is voor Nederland en Europa versterken we hier de nieuwe en schone economie. De inzet van het Brainport-bedrijfsleven voor sociale opgaven zoals schulden en analfabetisme wordt geïntensiveerd.
- In Gelderland gaan we de speculatie met vakantieparken actief tegen. Met het Nationaal Programma Veluwe pakken Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen regie op de ruimtelijke ontwikkeling in en om het natuurgebied. Gezien de Veluwe het grootste Natura 2000-gebied is op land, is voor het behalen van de stikstofdoelen een stevige gebiedsaanpak noodzakelijk.
- Limburg krijgt spoorverbindingen naar Düsseldorf, Hamont en Aachen. En de Maaslijn wordt volledig verdubbeld. Er blijft steun voor de Einstein Telescoop. We maken een integrale aanpak voor Nationaal Park de Groote Peel. En we investeren in grote Limburgse Rijksmonumentale opgaves. Verder wordt de Limburgse taal erkend op het hoogste niveau onder het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen en komt er een structurele extra inzet voor het Nationaal Programma Heerlen-Noord. Tot slot versterken we de aanpak van georganiseerde, grensoverschrijdende en ondermijnende criminaliteit.
- Noord-Holland kent een groot landelijk gebied, dat vaak wordt vergeten omdat het gezien wordt als Randstad. De leefbaarheid en mobiliteit hebben hier een impuls nodig. Zo moet de snelle treinverbinding tussen de Kop van Noord- Holland en Zuid-Holland snel terugkomen. Wat betreft leefbaarheid moet de geluidsoverlast van Schiphol verminderen en moet de omgeving van alle door de industrie hoog belaste gebieden beschermd worden.
- In Zuid-Holland gaan we veel woningen bijbouwen. We zorgen daarbij voor extra groen in en om de stad, zoals het Nationaal Park Hollandse Duinen, Midden-Delfland en het Weizigtpark in Dordrecht. We verbeteren en vergroten de bestaande natuur- en recreatiegebieden, en deze blijven vrij toegankelijk. We herstellen het Haringvliet als riviermonding. Er worden voldoende middelen ter beschikking gesteld om het volledige Nationaal Programma Rotterdam-Zuid uit te voeren.
- In Overijssel investeren we sterk in bereikbaarheid via het openbaar vervoer. We vervangen het enkel spoor tussen Deventer en Zwolle door dubbelspoor. Dat doen we ook voor het spoor van Zwolle naar Enschede (en Münster). De drie dieselsporen Zutphen-Oldenzaal, Almelo-Mariënberg en Enschede- Münster worden geëlektrificeerd. Ook aan het spoor tussen Zwolle en Meppel wordt achterstallig onderhoud verricht. De afvalwaterinjecties van de NAM in Noordoost Twente worden definitief gestaakt.
6.14 Media
Mensen echt samenbrengen, dat lukt vaak het beste door een mooi lied, een ontroerende film of door samen te dansen op een zonovergoten festival. Niet voor niets staan kunst en cultuur aan de basis van onze beschaving en halen mensen er enorm veel plezier uit. Door nieuwe vormen van media ontdekken we andere manieren om ons te vermaken en onze publieke omroep verbindt Nederland en houdt ons geïnformeerd. Daarom moeten kunst, cultuur en media van hoogwaardige kwaliteit zijn en bereikbaar voor iedereen.
Een onafhankelijke en pluriforme publieke mediadienst is een onmisbaar onderdeel van ons democratisch bestel. We versterken de journalistiek en hervormen de omroep zodat Nederlandse burgers weer jarenlang plezier kunnen hebben van onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek en prachtige programma's die ons samenbrengen.
- Een sterke, hervormde publieke omroep. We gaan voor een stevige publieke omroep, met een pluriform aanbod en een broedplaats voor talent. De huidige ledenomroepen gaan op in vier omroephuizen. De NOS en NTR vormen samen één taakomroephuis, waarbij de bijzondere positie van de NTR gewaarborgd blijft. De NPO houdt in samenwerking met de vier omroephuizen en het taakomroephuis de faciliterende en coördinerende rol voor de schema-indeling van de programma's op online zenders en kanalen. De NPO krijgt stabiele financiering door het budget voor acht in plaats van voor vijf jaar vast te leggen.
- Toegang tot het bestel. De verantwoordelijke bewindspersoon is niet meer degene die bepaalt of een nieuwe omroep wordt toegelaten tot het bestel. Een externe toezichthouder, zoals het Commissariaat voor de Media, wordt daarvoor aangesteld. Zo ontstaat er meer afstand tussen media en politiek.
- Toegankelijkheid publieke omroep. Alle publieke programmering moet voorzien zijn van audiodescriptie om toegankelijk te zijn voor mensen met een (audiovisuele) beperking of handicap. Programma's van algemeen belang, zoals nieuws, actualiteiten, belangrijke informatievoorzieningen, moeten snel vindbaar zijn op verschillende apparaten.
- Bestuur en toezicht. Per omroephuis is er één raad van bestuur en één raad van toezicht. Dat is een halvering van het huidige aantal directeur-bestuurders en toezichthouders. Bestuurders van omroephuizen mogen maximaal twee termijnen van vier jaar aanblijven. Overstappen naar een ander omroephuis is niet mogelijk.
- Schrappen ledencriterium. Het aantal leden is straks niet meer de enige voorwaarde om een nieuwe omroep te beginnen. Naast het ledencriterium komen er bredere beoordelingscriteria. Zo hoeft minder geld aan marketing te worden uitgegeven.
- Onafhankelijke redacties. We scherpen het redactiestatuut van de publieke omroepen aan door de rol van de commercieel directeur en de eindredacteur te splitsen, zodat redacties meer zeggenschap krijgen en de journalistieke inhoud beter wordt beschermd.
- Veilige werkomgeving. De afgelopen jaren waren er veel klachten en zorgen over de sociale veiligheid op de werkvloer bij de publieke omroep. Het is belangrijk dat de ingezette aanpak niet ondersneeuwt in de hervorming van de omroepen en blijvende aandacht krijgt.
- Meer vast, minder flex. Het personeel van de publieke omroep komt in vaste dienst. Flexwerk kan worden ingezet voor bijvoorbeeld grote producties of het inhuren van buitenproducenten, om zo innovatie en nieuwe formats aan te jagen.
- Sterke lokale en regionale journalistiek. Een sterke lokale journalistiek is belangrijk als waakhond voor de lokale overheid en belangrijk in gemeenschappen. Er komt nauwere samenwerking tussen lokale, regionale en landelijke publieke omroepen. Lokale en regionale media moeten meer (financiële) mogelijkheden krijgen om te innoveren, onder andere om apps en online platforms te ontwikkelen. Daarnaast zetten we in op meer publiek- private samenwerking tussen regionale kranten en lokale en regionale omroepen.
- Eerlijke bijdrage grote streamingdiensten. Er komt een hogere investeringsverplichting voor buitenlandse streamingdiensten. Ook Big Tech bedrijven gaan onder deze investeringsverplichting vallen.
- Minder reclame. De reclamezendtijd op de publieke omroep wordt teruggebracht tot maximaal 5% van de totale zendtijd. Rondom kinderprogrammering wordt helemaal geen reclame meer uitgezonden. Zo wordt de commercialisering van de publieke omroep tegengegaan.
- Nepnieuws aan banden leggen. Met Europese wetgeving als de Digital Services Act bestrijden we nepnieuws en desinformatie die via sociale media worden verspreid. Ook moeten er moderatieverplichtingen gelden.
6.15 Kunst en cultuur
Jong en oud moet kunnen genieten van kunst en cultuur. Het draagt bij aan verbinding en creativiteit. Daarom is het belangrijk dat we de drempels tot culturele voorzieningen zo laag mogelijk houden. Makers moeten kunnen rekenen op een eerlijke beloning. We zetten ons in om ons cultureel erfgoed te behouden voor toekomstige generaties.
- Ruim aanbod van culturele voorzieningen. We investeren in de culturele en creatieve sector, niet alleen via het Rijk, maar ook via gemeenten en provincies. Cultuurparticipatie, amateurkunst, muziekverenigingen en kleine productiehuizen ondersteunen we extra. We hechten grote waarde aan regionale spreiding van culturele voorzieningen en subsidies.
- Gratis bibliotheekabonnement. De bibliotheek is de huiskamer van de stad of dorp. Door onze inzet wordt de bibliotheek een vaste voorziening in gemeenten. Iedereen moet toegang hebben tot boeken en informatie ongeacht je portemonnee, daarom maken we het bibliotheekabonnement gratis en leggen dit wettelijk vast. Omdat de bibliotheek niet meer is weg te denken is het belangrijk om voorzieningen zoals de Informatiepunten Digitale Overheid (IDO's) die nu zijn ondergebracht bij bibliotheeken wettelijk te verankeren.
- Meer vertrouwen en stabiliteit in financiering. We willen dat essentiële cultuurvoorzieningen (lokaal, regionaal en landelijk) die het fundament vormen van onze cultuursector een stevige wettelijke basis krijgen. Hiermee kunnen we ook betere afspraken maken over hoe we cultuurgelden inzetten. Daarnaast maken we het mogelijk om voor acht in plaats van voor vier jaar subsidie aan te vragen. We geven instellingen die hun meerwaarde hebben bewezen meer vertrouwen. We versimpelen de voorwaarden, aanvraagprocedures en verantwoordingseisen rondom subsidies voor zowel instellingen als individuele makers. We maken de naleving van de Code Diversiteit & Inclusie en fair pay & fair practice een bindende voorwaarde voor het ontvangen van subsidie.
- Een eerlijke beloning voor makers. Door de fair pay & fair practice als norm te hanteren ontvangen makers een eerlijke beloning waarmee ze kunnen rondkomen. We creëren een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen voor alle werkenden, waar ook culturele zzp'ers onder vallen.
- Inclusieve cultuur. We willen alle mensen, alle inkomensgroepen, alle leeftijdenen alle levensovertuigingen bereiken. Daarom voeren we actief beleid om diversiteit binnen culturele instellingen en organisaties te bevorderen, en om toegankelijkheid voor mensen met een beperking te vergroten. De afgelopen jaren zijn er veel meldingen geweest van grensoverschrijdend gedrag. Daarom is een blijvende preventieve aanpak nodig. Ook zetten we ons actief in voor de brede toegankelijkheid van alle publieke ruimtes, waarbij ook de beschikbaarheid van passende sanitaire voorzieningen meegenomen wordt in de vorm van Changing Places toiletten.
- Kennis maken met cultuur. Musea, podia en andere cultuurinstellingen worden in staat gesteld om actief en gericht specifieke groepen te laten kennismaken met kunst en cultuur, zoals jongeren, ouderen en nieuwkomers.
- Talentontwikkeling en perspectief voor jonge kunstenaars. Wij bevorderen samenhangende lokale talentroutes, zodat jongeren de weg naar het professionele podium (muziek, dans, theater, beeldende kunst) kunnen bewandelen. Om te voorzien in lokale cultuureducatie en -participatie bevorderen we de heroprichting van publiek gefinancierde muziekscholen en centra voor kunstzinnige vorming.
- Meer cultuuronderwijs voor scholieren. Cultuureducatie moet wettelijk beter verankerd worden in het onderwijsprogramma, waardoor kinderen in contact komen met cultuur, zoals theater, dansvoorstellingen, beeldende kunst en concerten. Dat doen we door een verhoging van het budget voor de cultuurkaart. Scholen krijgen middelen om vakleraren in te zetten voor cultuuronderwijs en we versterken de samenwerking van scholen en kunstopleidingen met de culturele sector.
- Geen winst op doorverkoop tickets. We verbieden de bedrijfsmatige doorverkoop van tickets en we leggen de variabele ticketprijzen aan banden.
- We behouden ons cultureel erfgoed voor toekomstige generaties.Ons culturele geheugen staat onder druk. We investeren in restauratie, verduurzaming en behoud van monumenten, historische gebouwen en archeologische vindplaatsen. Wij garanderen het voortbestaan van Nederlandse topinstellingen in de culturele sector, waaronder de symfonische orkesten.
6.16 Digitalisering voor iedereen
De digitale vooruitgang gaat razendsnel. We gebruiken AI in ons werk, betalen met onze telefoon en onderhouden online contact met vrienden en familie. Nieuwe technologieën helpen onze bedrijven om te groeien, zorginstellingen om goede zorg te leveren en overheden om meer diensten aan te bieden. Tegelijkertijd zijn er risico's. Misinformatie en nepvideo's verspreiden snel, hackers kunnen websites van banken of overheden platleggen, en niet iedereen komt mee in de digitale samenleving.
Daarom kiezen we in alles wat we doen voor verantwoordelijk gebruik en publieke controle. In een democratie moeten mensen zich vrij en veilig kunnen uitspreken, zonder dat het gesprek gestuurd wordt door onzichtbare algoritmes of de politieke agenda van buitenlandse techmiljardairs. We creëren eerlijke algoritmes, versterken onze veiligheid en investeren in kunstmatige intelligentie die bijdraagt aan de samenleving. Zo voorkomen we dat de ongelijkheid toeneemt en beschermen we onze vrijheden.
- Iedereen komt digitaal mee. Digitalisering biedt veel kansen, maar alleen als iedereen meekomt. Toegang tot de overheid, zorg en onderwijs zit verstopt achter de DigiD-app, ingewikkelde websites en online formulieren. Alle overheidswebsites moeten toegankelijk zijn (A-status) en er moet altijd een niet- digitaal alternatief zijn voor contact met de overheid. We maken afspraken met telecombedrijven om internet voor iedereen betaalbaar te maken. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat je ook zonder smartphone mee kunt doen. Het moet mogelijk blijven bijvoorbeeld je administratie te doen, te reizen en te bankieren zonder dat je verplicht bent hiervoor een apparaat aan te schaffen of account bij Big Tech te registreren.
- Leren over de digitale wereld. Mediawijsheid en digitale geletterdheid worden een vast onderdeel van het onderwijscurriculum. Elke jongere moet voldoende geletterd en gecijferd het onderwijs verlaten. Kerndoelen zoals lezen, schrijven en kritisch nadenken mogen niet lijden onder het gebruik van AI. Plekken waar mensen heen kunnen om wegwijs te worden op het internet, zoals bibliotheken, krijgen toereikende financiering.
- Onderwijs zonder marketing. Ons onderwijs is een verkapte marketingmachine voor Big Tech geworden. In plaats daarvan willen we leerlingen en studenten digitale vaardigheden leren die niet gebonden zijn aan producten van dominante marktpartijen die hun monopolies hiermee versterken. Onderwijs met opensourcebesturingssystemen en -software helpt een volgende generatie onafhankelijker te worden van dominante techbedrijven. Dit zal op termijn leiden tot een veerkrachtigere en veelzijdigere digitale economie.
- Een einde aan verslavende algoritmen. Digitale diensten, zoals sociale media, worden bewust verslavend gemaakt. Zo vreten online platforms onze aandacht, verzamelen ze op grote schaal persoonlijke data en maken ze een verdienmodel van smartphoneverslaving. Dit heeft grote en negatieve gevolgen voor onze privacy, gezondheid, autonomie, het publieke debat en de democratie. Er komt een Europees verbod op ongevraagde profielopbouw en online tracking. Gepersonaliseerde content mag enkel worden geboden op basis van een doelbewuste, geïnformeerde 'opt-in' die plaatsvindt zonder (impliciete) dwang. Algoritmen en mechanismen die bedoeld zijn om te misleiden of een bepaald gedrag af te dwingen worden verboden.
- Maak AI altijd een keuze. Gebruikers worden constant geconfronteerd met AI-toepassingen waar ze niet om vragen, zoals de AI-samenvattingen op zoekmachines of de chatbot van WhatsApp. Wij willen dat gebruikers zelf bepalen of en wanneer ze AI willen gebruiken. Daarom willen wij dat AI-toepassingen op grote platforms altijd een 'opt-in' zijn: bij voorbaat staan ze uit, tenzij een gebruiker er zelf voor kiest. Zo voorkomen we vervuilend en onnodig AI-gebruik.
- Jongeren in een digitale wereld. We houden sociale media verantwoordelijk voor de veiligheid op hun platforms en sluiten jongeren niet uit van de digitale wereld. Mediawijsheid helpt mensen van alle leeftijden om verantwoord om te gaan met het internet. We zijn voor (gedifferentieerde) adviesleeftijden voor sociale media die verslavende algoritmen gebruiken. Daarnaast voeren we een Digitale Kijkwijzer in, net als de Kijkwijzer voor series en films, inclusief adviezen voor schermtijd per leeftijdsgroep. Met zo veel mogelijk organisaties maken we afspraken om deze leeftijdsadviezen om te zetten in beleid, onder andere op het gebied van leeftijdsspecifieke advertenties. Websites mogen gebruikers nooit (impliciet) dwingen om hun leeftijd te verifiëren door tot de persoon herleidbare gegevens, zoals het opsturen van een ID-kaart of het maken van een gezichtsscan. Anonieme opties om deel te nemen aan sociale media moeten minstens even makkelijk zijn als naar de persoon herleidbare opties.
- Altijd makkelijk overstappen. Het moet met één klik op de knop mogelijk zijn om over te stappen naar een nieuwe dienstverlener en al je data mee te nemen. Dataportabiliteit – het makkelijk verplaatsen van gegevens tussen diensten – wordt in Europa standaard voor online platforms. Dit zorgt voor keuzevrijheid en een eerlijke concurrentie op de digitale markt.
- Een overheid zonder discriminerende systemen. Zie hoofdstuk 'Democratie, Rechtsstaat en Gelijke Rechten'.
- Minister van Digitale Zaken. De digitalisering gaan we centraal coördineren voor alle lagen van de overheid met een minister van digitale zaken. Om te functioneren als één digitale overheid, komt er een Digitale Comptabiliteitswet. Zo brengen we het overzicht en beheer van de overheids-ICT op orde. Met een betere informatiehuishouding wordt de wettelijke deadline voor Woo-verzoeken vaker gehaald.
- Publieke digitale ruimte. Voor een goed functionerende democratie is een goede online publieke sfeer noodzakelijk. Daarom komt er meer aandacht voor een waardengedreven publieke digitale ruimte via alternatieve sociale media gebaseerd op bestaande open standaarden.
- Democratisering van soft- en hardware. Door middel van aanbestedingen en subsidies ondersteunen we de ontwikkeling en het gebruik van betrouwbare opensourcesoftware en -hardware binnen de overheid en maatschappelijke organisaties, met broncodes die iedereen kan controleren, aanpassen en verbeteren.
- Duurzame digitalisering. De digitale samenleving verbruikt veel grondstoffen en stoot steeds meer CO₂ uit. We sturen als overheid op circulariteit en efficiëntie. Wie hardware of media zoals films en videogames aanschaft, moet erop vertrouwen dat het blijvend bruikbaar is. We zetten ons in voor Europese regelgeving die gestandaardiseerde, modulaire en repareerbare hardware stimuleert en het kunnen blijven gebruiken van techniek bevordert. We pleiten ervoor om software op te nemen in de Europese richtlijn verweesde werken, zodat ook digitaal cultureel erfgoed in het publieke domein terecht komt als het niet langer wordt ondersteund of aanzienlijk verouderd is ('abandonware').
- Waardevol werken met kunstmatige intelligentie. AI verandert onze manier van werken. We willen volledige inspraak van medewerkers over de manier waarop AI-toepassingen worden ingezet op de werkvloer. Per sector kijken we met vakbonden en werknemers óf en hoe AI kan bijdragen aan waardevol werk. Op plekken waar AI gewenst is, kijken we welke duurzame en ethische oplossingen voorhanden zijn. Waar AI niet gewenst is, hebben werknemers het laatste woord. AI wordt geen gewoonterecht, maar een weldoordachte keuze waarbij de rechten van werknemers worden gerespecteerd. Voor meer informatie over platformwerkers, zie hoofdstuk 'Werk, Inkomen en Economie.'
- Een eerlijkere beloning voor makers. AI heeft ook gevolgen in de culturele sector. In de sector moet fair pay & fair practice de norm zijn. Subsidies moeten direct terechtkomen bij makers en uitvoerenden en we hebben aandacht voor de gevolgen van generatieve AI op het auteursrecht.
6.17 Digitale veiligheid
- Landelijke aanpak cyberveiligheid. De politie krijgt meer capaciteit om criminaliteit in de digitale wereld aan te pakken, zonder inbreuk te doen aan het recht op privacy. De overheid investeert in cyberverdediging om onze vitale infrastructuur te beschermen tegen cyberaanvallen. Bij kritieke bedrijven en organisaties voeren we regelmatig simulaties en trainingen uit, om voorbereid te zijn op grootschalige cyberaanvallen, storingen en noodsituaties waarbij digitale functies uitvallen.
- Effectieve handhaving en sterke toezichthouders. We beschermen onze privacy en mensenrechten door meer middelen en bevoegdheden voor de Autoriteit Persoonsgegevens, de Autoriteit Consument en Markt en de algoritmetoezichthouder en faciliteren samenwerking met andere Europese toezichthouders.
- Waak voor de risico's van AI. Naast de kansen van AI, zijn we ons bewust van de risico's. Op dit moment is AI te vervuilend, vervaagt het de grens tussen wat echt en nep is en laten we belangrijke taken over aan taalmodellen waardoor we zelf vaardigheden verliezen. We nemen maatregelen om dit te voorkomen. We verbieden riskante AI-systemen, zoals systemen voor realtime-gezichts- of emotieherkenning. AI-gegenereerde content moet altijd als zodanig herkenbaar zijn, met duidelijke bronvermelding. Data voor het trainen van AI-modellen mag alleen zonder dwang of drang en met expliciete toegang verkregen zijn.
- Cyberveilige bedrijven. Online misdaad richting bedrijven neemt toe, met vernietigende gevolgen bij oplichting, hacks of een ransomware-aanval. We verhogen daarom het aantal Digitale Hulpverleners (DHV'ers) in Nederland.
- Terrorismebestrijding via gerichte aanpak. Bij de bestrijding van terrorisme ligt de nadruk op het verzamelen van inlichtingen uit menselijke bronnen en gerichte digitale surveillance in plaats van op massasurveillance. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten zetten hun bevoegdheden gericht in en werken samen met andere toezichthouders in betrouwbare Europese landen.
- Beschermen mensenrechten, ook over de grens. Met nieuwe Europese regelgeving voorkomen we de export van (AI)software in de surveillance- en defensie-industrie die bijdraagt aan mensenrechtenschendingen.
- Bestrijden cybercrime. Dagelijks zijn er slachtoffers van online oplichting, fraude, online shaming en het verspreiden van naaktfoto's. We realiseren in Europees verband een hulpknop op platforms die slachtoffers in één klik verwijzen naar hulp. Contentplatforms en internetproviders worden verplicht actie te ondernemen bij afdoende signalen van strafbare content. Nationale autoriteiten moeten daarnaast meer middelen krijgen voor de aanpak van online misbruik zoals cyberpesten, deepfakes, doxing en online shaming. We verankeren dat mensen de rechten behouden op hun eigen gezicht en stem, met uitzondering van satire.
- Bescherming van onze persoonsgegevens. Binnen de EU pleiten we voor een verbod op de handel in persoonsgegevens en profielen. Bedrijven worden verplicht om zo min mogelijk gegevens te registreren van hun klanten. Wij waarborgen het digitaal briefgeheim en leggen het recht om digitaal privégesprekken te voeren via end-to-end encryptie wettelijk vast. Voorstellen die andere manieren van chatcontrole mogelijk maken blijven we fel bestrijden. Overheden en bedrijven mogen niet over onze schouder meelezen in vertrouwelijke communicatie.
- Snellere uitwisseling van zorggegevens. Zorgverleners moeten met instemming van de patiënt onderling eenvoudig gegevens kunnen delen. Een patiëntendossier voor acute zorg komt beschikbaar. Hiervoor wordt zoals bij het donorregister een opt-out ingericht en wordt samen met de zorgpartijen een landelijke voorziening gerealiseerd waarin deze gegevens beschikbaar worden gesteld voor gebruik voor acute zorg. Dit onder strikte kaders ten aanzien van privacy en veiligheid.
6.18 Investeren in onze digitale autonomie en industrie
- Digitale autonomie en industriepolitiek in Europa. Nederland kent veel innovatieve ICT-bedrijven, maar is toch afhankelijk van Amerikaanse en Chinese leveranciers. Samen met Europese partners maken we haast met het bouwen van Europese alternatieven en het stallen van data op Europees grondgebied en zorgen we dat het uitsluitend onder Europees recht valt. Zo maken we de hele overheid minder afhankelijk van landen buiten de Europese Economische Ruimte en bergen we overheidsinformatie veiliger op. Om dit meer kracht bij te zetten investeren we in de Rijkscloud. Voor het stellen van prioriteiten in het bouwen aan digitale autonomie, kiezen we een risico-gedreven aanpak, waarbij we de gehele technologiestack in samenhang benaderen. We ondersteunen initiatieven voor Europese chipfabrieken en sturen bij de Europese Commissie aan op publieke garanties, zoals bij het InvestEUprogramma. In Nederland omarmen we het ecosysteem van innovatieve mkb'ers en stimuleren start-ups in de tech-sector. De Rijksoverheid geeft als grootste IT-afnemer van het land de voorkeur aan Europese digitale diensten. Dat leidt tot hoogwaardige werkgelegenheid en versterkt de economie.
- Een eigen AI-fabriek en taalmodel. We investeren in de komst van een AI- fabriek in Groningen, waar start-ups en overheden vrijuit kunnen experimenteren met nieuwe toepassingen. Dat gebeurt met respect voor het privacy- en auteursrecht, en met een eerlijke beloning van alle deelnemers.
- Aanpakken marktmacht. Dominante bedrijven mogen niet langer de vrije hand hebben in het opkopen van de concurrentie en het bepalen van onze leefwereld. Wij willen daarom monopolies op Europese en nationale schaal verbreken.
- Verantwoorde bouw van datacentra. Zolang het nut en de noodzaak kan worden onderbouwd, is er ruimte voor nieuwe datacentra in Nederland. We zetten het Actieplan Duurzame Digitalisering voort. We stellen hierbij eisen aan duurzaamheid en de verdeling van ruimte, zodat datacentra passen binnen het energienet en deze niet onnodig belasten. Nieuwe datacentra en de data die daarin wordt opgeslagen moeten uitsluitend onder Europees recht vallen.”
- 2025-08-19 “Onafhankelijke rechtspraak We vergroten de onafhankelijkheid van de rechtspraak door de Raad voor de Rechtspraak een eigen begroting te geven — . Ook beperken we de invloed van de minister op de benoeming van de presidenten van de gerechten en de leden van de Raad voor de Rechtspraak. We verankeren de positie van de Raad voor de Rechtspraak in de Grondwet.”
- 2025-08-19 “Een inkomen waar je mee vooruitkomt — We willen allemaal vooruit in het leven, en daar werken we hard voor. Maar zorgeloos dromen is voor steeds minder mensen weggelegd. Iedere dag merken we dat het leven duurder is geworden. Wanneer we een nieuw energiecontract moeten afsluiten, wanneer we de huur overmaken, of wanneer we de boodschappen afrekenen.
Ondernemers die goed zorgen voor hun werknemers en Nederlandse bedrijven die werken aan innovaties die onze economie verder helpen, moeten concurreren met profiteurs die de regels voor goed werkgeverschap omzeilen en winsten doorsluizen naar het buitenland. Dit is het resultaat van jarenlange rechtse politiek, waarin de winst voor een kleine groep voor de meerderheid stilstand betekent.
Wij kiezen voor een andere koers: een samenleving waarin solidariteit sterker is dan verdeeldheid. Waar we samen bouwen aan een sterke en schone economie, die onze productiviteit bevordert, innovatie stimuleert, en waarin iedereen kan meedoen. Met zeker werk, gelijke kansen, en een vangnet wanneer het leven tegenzit. Waar we armoede niet accepteren als onvermijdelijk, maar bestrijden als onrecht. Waar we niemand door het ijs laten zakken, en waarin we weer vooruit kunnen. Niet ieder voor zich, maar samen.
Zo gaan we samen vooruit:
- Hogere lonen. Mensen verdienen een loon waarmee ze vooruit komen. De lonen in Nederland zijn te laag. Mensen kunnen niet rondkomen, en bedrijven innoveren onvoldoende. We sluiten daarom een Groot Loonakkoord met de vakbonden en werkgevers. Daarin maken we afspraken over hogere lonen, in ruil voor investeringen in infrastructuur, onderzoek en technologie. Het minimumloon gaat fors omhoog. We delen de welvaart eerlijk: de AOW en andere uitkeringen stijgen mee, en we strijden tegen armoede.
- Het dagelijks leven betaalbaar. Het leven wordt steeds duurder. Een steeds groter deel van de sociale meerderheid heeft moeite om de vaste lasten te betalen. Daarom hebben we een plan om de vaste lasten betaalbaar te houden. We beperken de stijging van de huur, en zorgen dat de lonen harder stijgen dan de huren. De zorgpremie gaat omlaag door de zorgkosten op een eerlijkere manier te verdelen. De tickets in het openbaar vervoer worden weer betaalbaar. En we nemen maatregelen om de energierekening te verlagen.
- Eerlijk delen. We maken een einde aan speciale belastingkortingen voor de rijkste Nederlanders en aandeelhouders van multinationals. Belastingontwijking pakken we aan. We zorgen ervoor dat werkenden juist meer overhouden van hun loon.
- De economie en arbeidsmarkt van morgen. We bouwen aan een sterke, schone en sociale economie. Op de arbeidsmarkt gaan we krapte te lijf en slaan we de handen ineen met de sociale partners, het onderwijs en de regio's om te komen tot een 'werk-ontwikkel-aanpak'. Daarin maken we afspraken om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform. Met een Toekomstfonds van 25 miljard euro geven we de economie een impuls, door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen. We werken samen met mkb en het grootbedrijf, die met ons de stap naar een duurzame economie willen zetten.
4.1 Een nieuwe manier van werken
Te veel mensen werken hard en doen hun best, zonder dat ze daar een eerlijk inkomen of een zeker bestaan voor terugkrijgen. De afgelopen jaren is onze economie doorgeslagen in het voordeel van aandeelhouders, met kortetermijnwinsten als hoogste doel. Dit heeft geleid tot groeiende ongelijkheid, verlies aan zekerheid voor werkenden en schade aan milieu en samenleving. Daarom keren wij terug naar het Rijnlandse model, waarin langetermijnbelangen, gedeelde verantwoordelijkheid en sociale rechtvaardigheid centraal staan. Ondernemers nemen maatschappelijke verantwoordelijkheid, werknemers krijgen weer zekerheid en vaste contracten, en sociale partners krijgen meer zeggenschap.
Het is tijd dat het leven weer betaalbaar wordt. Wij kiezen voor een eerlijk inkomen voor iedereen én een sterke economie. Dat begint met hogere lonen, zodat je weer vooruitkomt, en zodat bedrijven een prikkel krijgen om te doen wat zij het beste doen: innoveren. Wij kiezen voor een land dat vooroploopt in de laatste ontwikkelingen en staat voor hoogwaardig werk met een goed loon. Onze welvaart delen we eerlijk. Iedereen verdient een inkomen waarmee je vooruit kunt. Niet alleen als je werkt, maar ook als je je baan verliest, gepensioneerd of niet meer kunt werken omdat je ziek bent. Dat vereist stevige werknemersrechten en een goed sociaal vangnet om op terug te vallen. En in een rijk land als Nederland is het onbestaanbaar dat een miljoen mensen niet genoeg geld hebben voor de huur, boodschappen en een goede winterjas. We laten niemand door het ijs zakken en strijden tegen armoede.
- Een land van hoge lonen. We moeten als Nederland keuzes maken over wat voor economie we willen hebben. In een land waar de personeelstekorten groot zijn en veel werkenden niet krijgen wat ze verdienen, moet het roer om. Wij kiezen daarom voor goed betaalde banen in de sectoren van de toekomst. We nemen afscheid van bedrijven die hier alleen kunnen bestaan door belastingvoordelen en uitbuiting van werknemers. We sluiten een Groot Loonakkoord met vakbonden en werkgevers. Daarin maken we afspraken over hogere lonen in ruil voor investeringen in infrastructuur, onderzoek en technologie. Zo bouwen we samen aan een toekomst waarin kwaliteit voorop staat, en waar onderbetaling geen verdienmodel meer is.
- Een loon waarmee je vooruitkomt. Wie werkt verdient een inkomen waarmee je vooruitkomt. Een verhoging van het minimumloon is daarom cruciaal. We verhogen het minimumloon naar 18 euro per uur. En het moet minimaal 60% van het mediaanloon worden, dat leggen we vast in de wet. Daarnaast willen we een gezonde samenleving waarin werk- en zorgtaken eerlijk worden verdeeld tussen mannen en vrouwen. Momenteel ervaren te veel mensen stress door werk. Daarom streven we naar een 32-urige werkweek, met behoud van inkomen, zodat er ruimte is voor ontspanning en andere waardevolle zaken als (mantel)zorg of vrijwilligerswerk.
- Een betaalbaar leven is bereikbaar. We merken iedere dag dat het leven duurder wordt. Wij maken vaste lasten weer behapbaar: met een lagere energierekening door goede woningisolatie, huurverhogingen aan banden, lagere prijskaartjes in het ov, en een forse verlaging van zowel de zorgpremie als het eigen risico.
- Iedereen deelt mee. Hogere prijzen raken iedereen: werkenden, gepensioneerden en mensen die niet kunnen werken. We behouden de koppeling van alle uitkeringen aan het minimumloon, zodat we allemaal vooruit kunnen. Met een eerlijk belastingstelsel zorgen we ervoor dat mensen met lage inkomens of ouderen met een klein pensioen hier het meest van profiteren. Topinkomens en mensen met veel vermogen dragen eerlijk bij aan de samenleving.
- Bescherming tegen schokken.Prijsstijgingen raken de meest kwetsbare mensen vaak het hardst. En als je loon al omhoog gaat, komt dat vaak te laat. De overheid moet daarom actief ingrijpen bij grote prijsschokken. Een goed voorbeeld is het Prijsplafond Energie.
- Eerlijke spreiding van kennis, macht en vermogen. Dat moet altijd het uitgangspunt zijn. De laatste jaren zien we dat de concentratie van vermogen toeneemt, en daarmee de invloed van een kleine groep op onze economie en maatschappij. Dat leidt niet alleen tot een oneerlijke economie, maar ook tot minder brede welvaart. Wij geloven dat een eerlijke verdeling zorgt voor gelijkmatige groei, sterke instituties en hoger vertrouwen van burgers in de staat. Daarom is het onze leidraad bij economisch beleid.
- Van de verdeling komt de winst. We zien dat werkenden steeds minder terugzien van hun harde werk. Van iedere euro die wordt verdiend gaat een steeds kleiner deel naar werkenden (de zogeheten 'arbeidsinkomensquote'). We streven op korte termijn naar een verdeling waarbij de opbrengst voor werkenden minimaal tachtig procent is, zoals vroeger normaal was. Zo komt de winst niet alleen terecht bij de aandeelhouders, maar ook bij werknemers.
- Focus op de lange termijn. We bouwen aan een economie die oog heeft voor de lange termijn. We keren terug naar het Rijnlands model waarin we met sociale partners en het maatschappelijk middenveld op basis van overleg, vertrouwen en solidariteit vormgeven aan onze economie en maatschappij. Zo zorgen we niet alleen voor een sterke economie, maar ook voor het welzijn van mensen én de gezondheid van de planeet.
- We gaan meer met minder doen. Met een vergrijzende bevolking moet Nederland productiever worden. Dat betekent slimmer omgaan met ons menselijk kapitaal, en flinke investeringen in innovatie en wetenschap. Zie hoofdstuk 'Onderwijs'.
- Nieuwe kansen voor Nederland. De Nederlandse economie profiteert van onderzoek naar nieuwe technieken. We werken toe naar de Lissabon-doelstelling om drie procent van ons nationaal inkomen aan onderzoek en innovatie te besteden.
- Werk loont echt. Het is niet meer dan logisch dat je over de euro waar je hard voor hebt gewerkt, minder belasting betaalt dan over geld waar je niks voor hebt hoeven doen. Daarom gaat de belasting op werk naar beneden en verhogen we de belastingen op inkomen uit vermogen.
- Vanaf 18 jaar iedereen het minimumloon. Jongeren merken als geen ander hoe duur het leven is. Vaak betalen zij de hoogste huren voor de kleinste woningen, of wonen zij noodgedwongen thuis omdat ze helemaal geen betaalbaar huis kunnen vinden. Ondertussen verdienen zij minder dan andere volwassenen. Dat is oneerlijk. Wij schaffen het minimumjeugdloon af voor iedereen boven de 18. Alle volwassenen verdienen hetzelfde minimumloon.
4.2 Zekerheden voor werkenden op de arbeidsmarkt van de toekomst
- Arbeidsmarkt van de toekomst. De arbeidsmarkt verandert. Door krapte is de druk op sommige werkenden heel hoog, terwijl elders banen verdwijnen door digitalisering. De toepassingen van AI ontwikkelen zich razendsnel. We gaan slimmer werken door te investeren in innovatie en digitalisering waar dat kan en meerwaarde heeft. Zo verhogen we onze productiviteit, waardoor we mensen vrijspelen voor sectoren waar de tekorten groot zijn, zoals de in de technieksector, de bouw- en installatiesector, de kinderopvang, het onderwijs en de zorg. We investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom. We maken hierover afspraken met sociale partners, het onderwijs en de regio's in de een werk-ontwikkel-aanpak.
- Leven lang ontwikkelen. Iedereen moet zich een leven lang kunnen ontwikkelen, ongeacht leeftijd, achtergrond of inkomen. Er komt een leerrecht voor werkenden voor om- en bijscholing. Hierbij stimuleren we omscholing naar sectoren waar we de mensen het hardst nodig hebben, en hebben we extra aandacht voor oudere werknemers in minder innovatieve sectoren, zie hoofdstuk 'Onderwijs'.
- Inclusieve arbeidsmarkt. We hebben iedereen in Nederland hard nodig. Wij staan voor een inclusieve arbeidsmarkt waar iedereen mee kan doen. We gaan door met de verplichting voor de overheid en grote bedrijven om banen te creëren voor mensen met een beperking. We ondersteunen werkgevers bij het faciliteren van banen voor mensen met een beperking. Niet op gesprek gevraagd worden vanwege je achternaam of je leeftijd is onacceptabel. (Stage)discriminatie bij sollicitaties pakken we hard aan, zie hoofdstuk 'Democratie, Rechtsstaat en Gelijke Rechten'.
- Dicht de loonkloof. Iedereen hoort evenveel te verdienen voor hetzelfde werk. Via een Wet gelijke beloning draaien we de bewijslast om en verplichten we werkgevers om aan te tonen dat er geen ongerechtvaardigde loonverschillen zijn tussen vrouwen en mannen. Zo dichten we de loonkloof.
- Goede contracten voor baanzekerheid. We belonen werkgevers die mensen in vaste dienst nemen; werkgevers die dat niet doen, gaan meer betalen. De overheid neemt mensen weer zelf in dienst in plaats van onnodig taken uit te besteden. We maken een einde aan nuluren- en oproepcontracten. Er blijven drie contractvormen over.
- Werknemer: het uitgangspunt is dat je gewoon in loondienst bent bij je werkgever met een vast of tijdelijk contract.
- Uitzendkracht: tijdelijk werk dat niet of moeilijk te voorspellen is of werk dat ontstaat bij uitval door ziekte kan een werkgever invullen met uitzendkrachten.
- Zzp'er: voor werk dat geen onderdeel is van de organisatie, werk dat niet behoort tot de reguliere werkzaamheden van een organisatie, of werk dat wel behoort tot de reguliere bedrijfsactiviteiten maar waarvoor bijzondere kennis nodig is kunnen zzp'ers een waardevolle aanvulling zijn.
- Versterken vakbonden. Sterke vakbonden zorgen voor betere lonen, meer vast werk en een veiligere werkplek. Juist in een veranderende arbeidsmarkt is dit belangrijker dan ooit. Daarom willen we dat zoveel mogelijk werknemers onder een cao vallen die goede arbeidsvoorwaarden garandeert. We accepteren niet dat bedrijven zich buiten de cao van een branche plaatsen. Om de positie van onafhankelijke vakbonden te versterken mogen werkgevers geen afspraken maken met zogenaamde gele vakbonden, en we regelen dat vakbonden toegang hebben tot de werkvloer.
- Sterke werknemersverzekeringen. Werknemersverzekeringen zijn een groot goed. De WW en de WIA beschermen werknemers tegen veel inkomensverlies wanneer je je baan verliest of ziek wordt. We voorkomen dat dit type verzekeringen veranderen in voorzieningen zodat er niet vervolgens op kan worden bezuinigd. Het is daarvoor belangrijk dat de regie stevig in handen is van werknemers en werkgevers. Daarom kijken we naar de huidige kostendekkendheid van de premie.
- Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor iedereen. Veel zzp'ers hebben geen vangnet in geval van pech of ziekte. Daarom komt er een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor alle zzp'ers, met een eerlijke bijdrage van de opdrachtgever en een inkomensafhankelijke premie. Zo draagt iedereen zijn steentje bij en heb je als zzp'er financiële rust wanneer het tegenzit met je gezondheid.
- Recht op verlof. Belangrijke momenten in het leven wil je niet missen. Zoals wanneer je een baby krijgt of een dierbare verliest. Daarom breiden we het geboorteverlof en rouwverlof uit. Ook ouders met ernstig zieke of zorgintensieve kinderen kunnen aanspraak maken op verlof. Er komt een wettelijk transitieverlof voor personen die in medische transitie gaan.
- Bewegingsvrijheid op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt van de toekomst vraagt om autonomie en keuzevrijheid. Daarbij past niet dat jongeren aan het begin van hun carrière klem worden gezet met hoge vertrekboetes en strenge concurrentiebedingen. Concurrentiebedingen moeten zwaarder gemotiveerd worden om rechtsgeldig te zijn.
- Onafhankelijk van consultants. De overheid is te vaak afhankelijk van dure consultants bij het uitvoeren van kerntaken. Het Rijk gaat zich houden aan het maximum van 10% externe inhuur. Het wordt verboden om een concurrentiebeding op te nemen voor werknemers die de overstap willen maken naar de Rijksoverheid. We stimuleren het delen van kennis en expertise tussen gemeenten en provincies, zodat ook lokale overheden minder afhankelijk worden van detacheringsbureaus.
- Meer winst en zeggenschap voor werkenden. Werknemers maken een bedrijf. Het is dan ook vanzelfsprekend dat ze kunnen meepraten over grote bedrijfsbeslissingen. We versterken ondernemingsraden bij kleinere bedrijven en pleiten voor de benoeming van werknemers in de raden van commissarissen. Daarnaast gaan werknemers voortaan meeprofiteren in de winst van grote ondernemingen. Wanneer de top een bonus krijgt, deelt de rest van het personeel ook mee in het succes. Ook krijgen ze inspraak over de maximale salarisverschillen op de werkvloer.
- Einde draaideurconstructies. Werkgevers die hun werknemers gedurende het laagseizoen 'op vakantie sturen' in de WW pakken we hard aan. We maken daarnaast een einde aan de praktijk waarbij werkgevers en uitzendbureaus werknemers voor vast werk onzekere contracten bieden.
- Handhaven op schijnconstructies. Platformwerkers, zoals fietsbezorgers en taxichauffeurs, werken vaak als schijnzelfstandige. Daardoor hebben ze weinig bescherming. We gaan strenger handhaven op schijnconstructies. We kijken eerst naar sectoren zoals de maaltijd- en pakketbezorging. Het 'werknemer-tenzij'- principe wordt ingevoerd: iemand is in principe een werknemer en heeft recht op sociale zekerheid, tenzij wordt aangetoond dat iemand werkt als zelfstandig ondernemer.
- Rechtsbescherming voor alle werkenden. We willen een volledige decriminalisering van sekswerk en versterken de rechtspositie en veiligheid van sekswerkers. Sekswerkers krijgen dezelfde rechten en vrijheden als andere werknemers en zelfstandigen in de dienstverlenende sector.
4.3 Een economie die werkt voor Nederland
- Toekomstfonds. Om de nood- zakelijke investeringen in onze economie mogelijk te maken richten we een Toekomstfonds op van 25 miljard euro. Hiermee verhogen we onze productiviteit door investeringen in moderne spoorwegen, wetenschappelijk onderzoek en innovatie, de verduurzaming van onze industrie en de ontwikkeling van hoogwaardige bedrijvigheid.
- Het stikstofslot gaat eraf. Daardoor kunnen bedrijven weer vooruit, zie hoofdstuk 'Natuur en Landbouw'.
- Ruimte op het energienet. Er komt meer ruimte op het energienet, zodat bedrijven wel uit kunnen breiden of verduurzamen, zie hoofdstuk 'Klimaat en Energie'.
- Het werk van nu. Digitalisering biedt kansen om de krapte te lijf te gaan. We zetten in op laagdrempelige en aantrekkelijke omscholingstrajecten voor kraptesectoren, en bieden extra ondersteuning voor zij-instromers. Bedrijven staan te springen om vakmensen. We breiden daarom specifiek opleidingen uit voor kraptesectoren in bijvoorbeeld techniek en zorg, en maken het makkelijk voor mensen om als zij-instromer een technisch beroep te doen.
- Een Nationale Investeringsbank. Een Nationale Investeringsbank vergroot het Nederlandse concurrentievermogen en kan bedrijven toegang geven tot leningen die ze op de reguliere markt niet kunnen krijgen. We bundelen de huidige instellingen van Invest-NL, Invest International, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen zodat de slagkracht van de bank groter wordt en we aan kunnen sluiten bij initiatieven van de Europese Investeringsbank. We hebben hierbij in het bijzonder aandacht voor mkb-bedrijven die moeilijk aan het benodigde durfkapitaal komen.
- Industrieën van de toekomst. Schaarste in ruimte, energie en arbeid vraagt om fundamentele economische keuzes. Wij kiezen voor duurzame bedrijven met fatsoenlijk werk en toekomstperspectief. We brengen de CO2- en milieu- impact van industrieën zoals de chemie-, staal- en Defensie-industrie in kaart en beperken de impact van deze sectoren zoveel mogelijk.
- Kansen voor digitale economie. We moeten digitalisering niet alleen reguleren, maar met behoud van publieke waarden benutten voor werkgelegenheid en economische groei. De uitdagingen die Europa heeft op het vlak van digitale autonomie en de ontwikkelingen in de AI zijn kansen. We werken aan goede randvoorwaarden zodat deze sector optimaal verder tot bloei kan komen.
- Reclame in de buitenruimte. Reclame in de buitenruimte tast het straatbeeld aan en werkt overmatige consumptie in de hand. Er komt landelijke wetgeving die gemeenten verplicht tot een beperking van reclameborden in de hele stad, of specifieke gebieden. Reclame van lokale ondernemers, culturele instellingen en goede doelen krijgen binnen deze wetgeving juist meer ruimte.
- Arbeidsmigratie. Alleen werkgevers die een volwaardig loon betalen en personeel humaan behandelen hebben een plek in de Nederlandse economie. Op sommige werkvloeren met veel arbeidsmigranten is Engels de voertaal geworden. Nederlandse arbeiders raken hierdoor geïsoleerd en arbeidsmigranten kunnen niet integreren. Werkgevers moeten daarom Nederlandse taallessen aanbieden aan arbeidsmigranten. We stoppen met regelingen, zoals de landbouwvrijstelling, die laagbetaalde arbeid subsidiëren, en verbieden schimmige constructies die tot uitbuiting leiden. Zie hoofdstuk 'Migratie'.
- Onze regio's zijn de motor van de groei. De meest innovatieve regio's van Nederland zoals Brainport en Food Valley laten zien hoe we nu en in de toekomst ons geld kunnen verdienen. Dat moedigen we aan door investeringen in woningen en infrastructuur door te zetten en zo nodig uit te breiden.
- Start-ups en scale-ups. Nieuwe innovatieve bedrijven hebben de toekomst. We maken Nederland aantrekkelijk voor startups en bieden scale-ups de mogelijkheid om uit te breiden. We kijken met een open houding naar nieuwe manieren van het betalen van werknemers voor deze bedrijven.
- Ondersteuning kleine werkgevers. Loondoorbetaling bij ziekte wordt als een zware last ervaren door het mkb. We verzekeren het tweede ziektejaar collectief en publiek voor alle werkgevers. Hierbij zijn grote werkgevers solidair met mkb- werkgevers.
- Sociaal en groen aanbesteden: Bij aanbestedingen moeten niet alleen de kosten meewegen, maar ook de kwaliteit. We willen een aanpassing van Europese aanbestedings- en mededingingsregels waarbij arbeidsvoorwaarden, de impact op de planeet en strategische autonomie meewegen. Aanbestedingen vanuit de (semi)overheid en overheidsbedrijven worden alleen gegund aan bedrijven die cao-lonen betalen.
- Behoud van kleine winkeliers. We beschermen lokale ondernemers en kleine winkeliers, die vaak een belangrijke sociale rol vervullen in de buurt of hun dorp. We zetten in op maatschappelijk vastgoed en huurbescherming. We beperken de enorme concurrentie van online winkels door deze bedrijven de kosten door te laten berekenen voor het terugsturen van producten en door de wildgroei van distributiecentra te beperken.
- Boodschappenwet. We staan toe dat goedkopere producten met een Engels, Duits of Frans label verkocht mogen worden in Nederlandse supermarkten, waarbij de voedselinformatie online of in de supermarkt in het Nederlands te lezen is. Barrières voor handel in de Europese Unie nemen we weg.
- Investeren in onderzoek en innovatie met nationale technologiestrategie.Oet i De overheid gaat actief mee-investeren in baanbrekende innovaties: van fundamenteel en praktijkgericht onderzoek op universiteiten en hogescholen tot commerciële toepassing in innovatieve bedrijven.
4.4 Sterk op het wereldtoneel
- Strategische autonomie. Om onze welvaart te behouden, moeten we als Europa minder afhankelijk worden van landen als China voor onze grondstoffen. Nederland zet zich in Europa in voor een grondstoffenstrategie en bekijkt hoe we edelmetalen op een duurzame manier zelf kunnen delven.
- Economische weerbaarheid. Wereldwijd neemt de economische oorlogsvoering toe. Nederland en Europa moeten zich daarom actiever inzetten om de aanvoer en beschikbaarheid van kritieke grondstoffen te waarborgen. Dat doen we samen met het bedrijfsleven en door wederzijds voordelige, gelijkwaardige relaties aan te gaan met toeleverende landen.
- Eerlijke handel. Grote landen als China en de VS misbruiken hun macht om eenzijdig handelsbarrières op te werpen. Dat vraagt om het beschermen van de Europese economie tegen oneerlijke concurrentie. We staan open voor nieuwe handelsverdragen met landen als dit gebeurt op een gelijkwaardige manier en met aandacht voor mens, dier en milieu. Vrouwenorganisaties, milieuorganisaties en vakbonden hebben toegang en inspraak in alle fases van de onderhandelingen over handelsakkoorden.
- Made in Europe. We kiezen voor een groene en eerlijke economie waarin meer producten in Europa worden gemaakt. Hiermee worden we minder afhankelijk van vervuilende import en krijgen we meer grip op arbeidsrechten en het milieu, en vergroten we onze strategische autonomie. Daarom moet er voor strategische sectoren en technologieën een Europees voorkeursprincipe gaan komen in publieke aanbestedingsregels. Ook op nationaal niveau gaan we onderzoeken of we bij inkoop- en aanbestedingen voorrang kunnen geven aan Europese bedrijven.
- Technologie en onderzoek. Wij zetten ons in voor forse EU-investeringen in fundamenteel onderzoek en technologieontwikkeling. Daarbij zijn Europese waarden en maatschappelijke behoeften leidend. Denk aan het vergroten van de strategische autonomie van de EU.
- Goedkoop is duurkoop. Nederland wordt overspoeld met goedkope spullen uit met name China. Niet alleen voldoen deze spullen niet aan Europese veiligheidsregels, maar ze ondermijnen met goedkope namaak ook Nederlandse ondernemers. In Europees verband pleiten we voor strengere regels.
- Importverzekering. Naast het verzekeren van export gaan we bedrijven helpen met het verzekeren van de import van strategische grondstoffen en sleuteltechnologieën.
- Circulaire economie. Grondstoffen worden steeds schaarser, en we willen onafhankelijker worden van andere landen. Door naar een circulaire economie toe te groeien hergebruiken we grondstoffen en verduurzamen we onze economie. Daarom komt er een bijmengverplichting van circulaire plastics en een 'end-of- waste' status zodat afval wordt geclassificeerd als secundaire grondstof en het makkelijker wordt circulair te ondernemen.
- Een sociaal Europa is een sterk Europa. We voeren geen race naar de bodem op werknemersrechten met andere delen van de wereld. Onze verworvenheden zijn namelijk onze kracht. Het houdt mensen langer productief en zorgt voor creativiteit. Dat betekent dat we niet toestaan dat onder het mom van deregulering, werknemersrechten worden afgezwakt.
4.5 Een sociaal vangnet en een goed pensioen
Iedereen verdient een inkomen waarmee je vooruit kunt. Niet alleen als je werkt, maar ook als je je baan verliest, gepensioneerd bent of niet meer kunt werken omdat je ziek bent. Dat vereist stevige werknemersrechten en een goed sociaal vangnet om op terug te vallen.
- Toegankelijker, eerlijker en duidelijker sociaal vangnet. We werken aan inkomenszekerheid en perspectief voor mensen die een beroep moeten doen op het sociale vangnet. De huidige Participatiewet wordt vervangen door een nieuwe Wet op de bestaanszekerheid, die garandeert dat iedereen voldoende inkomen heeft om van te leven, en vertrekt vanuit vertrouwen in mensen.
- Leefbare bijstand. Wij geloven in een samenleving waarin niemand in armoede hoeft te leven en iedereen kan rekenen op een fatsoenlijk bestaansminimum. We zorgen voor een bijstandsvoorziening die voorziet in een menswaardig bestaan, zowel in Europees- als in Caribisch Nederland. Naast hogere uitkeringen worden mensen actief gewezen op andere inkomensondersteuning waar zij recht op hebben, die zoveel mogelijk automatisch wordt uitgekeerd.
- Vertrouwen terug. Mensen zonder werk behandelen we met vertrouwen. Het uitgangspunt is dat mensen willen bijdragen en meedoen, en dat de overheid hen daarin ondersteunt in plaats van tegenwerkt. We stellen vertrouwen boven wantrouwen en schrappen verplichtingen zoals de zoekplicht voor jongeren en de taaleis. We dringen het aantal formulieren terug en zorgen dat een vergissing niet zomaar leidt tot een boete. De kostendelersnorm schaffen we af.
- Kansen centraal. We bouwen aan een sociaal vangnet dat niet alleen beschermt, maar ook kansen biedt, zodat mensen vooruit durven kijken en opnieuw mee kunnen doen, zonder de angst alles kwijt te raken. We bieden passende begeleiding naar betaald werk. Mensen voor wie regulier werk (nog) niet haalbaar is, worden begeleid naar vrijwilligerswerk, een sociale werkvoorziening, beschut werk en basisbanen. Werk moet daarnaast lonen en de stap uit de uitkering mag geen sprong in het diepe zijn. Daarom zorgen we voor een terugvaloptie en maken we het mogelijk om vanuit een uitkering bij te verdienen.
- Vertrouwensjaar. Het eerste jaar in de bijstand staat in het teken van persoonlijke ontwikkeling en groei. Er gelden lichtere eisen waardoor mensen zich geen zorgen hoeven te maken over het behoud van hun spaargeld, auto of hun huis. Dit geeft de hen mentale ruimte om met begeleiding vanuit de gemeente op zoek te gaan naar nieuw werk.
- Verlies van werk. Wie zonder werk komt te zitten, heeft houvast nodig. De asociale ver
- korting van de WW draaien we terug. Wij staan voor een langdurige WW van twee jaar. We verlengen de kortdurende WW voor mensen die een half jaar hebben gewerkt, van drie naar zes maanden.
- Een eerlijk pensioen. Werkgevers moeten verplicht een goede pensioenregeling aanbieden en zelfstandigen gaan ook vanaf dag één pensioen opbouwen. Wie juist langer door wil werken, krijgt daarvoor de mogelijkheid.
- Een onbezorgde oude dag en een goed pensioen. We verhogen de AOW- uitkering gekoppeld aan het minimumloon, zodat ouderen rond kunnen komen en in rust kunnen genieten van hun oude dag. We zorgen dat een goed pensioen ook voor nieuwe generaties beschikbaar is en pakken slecht bestuur aan.
- Ontwikkelruimte voor jonggehandicapten. JJongeren met een beperking komen nu vaak in de bijstand terecht, met alle strenge toetsen van dien. Of zij zitten in de Wajong die minder eisen stelt, maar waar het recht op een uitkering vervalt zodra je weer een klein beetje kunt werken. Jongeren met een handicap moeten de ruimte krijgen om te werken naar vermogen zonder de angst om in armoede te belanden wanneer werken niet meer gaat. Ook kijken we of het voor deze groep makkelijker kan worden om politiek actief te worden.
- Zekerheid en ontwikkeling voor wie (langdurig) niet kan werken. Een grote groep Nederlanders kan bijvoorbeeld wegens chronische ziekte niet werken, maar valt buiten veel regelingen (zogeheten 'niet-uitkeringsgerechtigden'). We zorgen voor bestaanszekerheid voor deze groep en ontwikkelkansen naar vermogen.
- Rechtvaardige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Wie ziek wordt, mag niet in financiële onzekerheid belanden. Daarom pakken we de onrechtvaardigheden uit het arbeidsongeschiktheidsstelsel aan. Zo verlagen we de WIA-drempel en schaffen we de twee wettelijke onbetaalde wachtdagen bij ziekte af, waardoor minder mensen buiten de boot vallen. Het beoordelen van wat iemand nog kan gebeurt met oog voor de menselijke maat.
- Hersteloperatie UWV. Door fouten van het UWV hebben tienduizenden mensen een te lage, te hoge of helemaal geen uitkering gekregen. Veel uitkeringsgerechtigden hebben hierdoor, naast zorgen over hun gezondheid, grote zorgen over hun inkomen en hun toekomst. Deze mensen verdienen duidelijkheid, zekerheid en gerechtigheid. Mensen moeten weten waar zij aan toe zijn, en de aangerichte schade moet worden hersteld. Hiervoor richten we een regeling in waarmee mensen belastingvrij gecompenseerd kunnen worden, zonder impact op toeslagen en andere regelingen. Daarnaast mogen mensen niet in financiële ellende terechtkomen omdat zij grote bedragen terug moeten betalen die ze te veel hebben ontvangen door fouten van de overheid. Terugvorderingen worden uitgesloten.
4.6 Armoede
- Uitbannen kinderarmoede. eder kind dat opgroeit in armoede is er één te veel. Daarom strijden we net zo lang totdat in Nederland geen kind meer in armoede opgroeit. Er komt een Wet reductie armoede onder kinderen, die de overheid verplicht ervoor te zorgen dat het aantal kinderen dat in armoede opgroeit de komende jaren fors daalt.
- Een leefbaar sociaal minimum. Armoede is geen keuze, maar een politieke uitkomst. Meer dan een miljoen mensen leven in armoede of dreigen in armoede te raken. We zorgen dat iedereen kan rondkomen. Dat doen we door het minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen te verhogen. Zolang het sociaal minimum nog niet genoeg is om van te leven, moedigen we lokale ondersteuning aan. Daarbij maken we het voor gemeenten mogelijk om te experimenteren met een basisinkomen.
- Armoede en toeslagen. Wie rond moet komen van toeslagen, leeft vaak in onzekerheid. Eén foutje, één verandering in je inkomen – en je zit in de problemen. We willen dat mensen weer zelf kunnen bouwen op hun loon of uitkering, zonder ingewikkelde formulieren of angst voor terugvorderingen. Daarom maken we toeslagen stap voor stap overbodig: met gratis kinderopvang, hogere kinderbijslag, lagere zorgpremies, een basistoelage en hogere inkomens. Niet afhankelijkheid, maar eenvoud en zekerheid staan voorop. We onderzoeken of het belastingstelsel op termijn vervangen kan worden door een garantieinkomen, basisinkomen of een negatieve inkomenstenbelasting.
- Krijgen waar je recht op hebt. Zolang extra inkomensondersteuning nodig is, informeert de overheid mensen actief over waar zij recht op hebben. Dit gebeurt in ieder geval bij grote levensgebeurtenissen, zoals verlies van werk, een scheiding, verhuizing of overlijden, en met aandacht voor bescherming van persoonsgegevens. De inkomensondersteuning wordt zoveel mogelijk automatisch uitgekeerd, zonder extra formulier. De Belastingdienst benadert de grote groep minima die geen aangifte doet voor de inkomstenbelasting als ze geld terugkrijgen over de afgelopen vijf jaar.
- Werkende armen. Steeds meer mensen met een baan leven in armoede. We versterken de positie van werkenden met een onzeker contract of laag inkomen.
- Verduurzaming en betaalbare energie. Mensen met weinig geld wonen vaak in de slechtst geïsoleerde huizen, met een hoge energierekening, tocht en soms zelfs schimmel tot gevolg. Om de stijgende energierekening te kunnen betalen zetten we in op isolatie en verduurzaming van woningen, zie hoofdstuk 'Volkshuisvesting. Zolang het nodig is, springt de overheid bij met een energiefonds dat structureel gevuld wordt. Hulp komt beschikbaar voor wie dat nodig heeft, niet slechts voor wie zich als eerste meldt.
- Eerlijke en heldere definitie van armoede. Om armoede te bestrijden is een goede definitie van armoede belangrijk. Nu wordt spaargeld wel meegeteld, maar schulden niet. Voor een heldere armoedefinitie is het nodig dat ook schulden worden meegewogen. Daarnaast moet ook gekeken worden naar hoge zorgkosten. We houden geen groepen buiten de definitie, zoals studenten.
4.7 Schulden
- Simpele pech. Schulden beginnen vaak met simpele pech. Je wordt ziek, gaat scheiden of verliest je baan. Als je tijdelijk de rekeningen niet kunt betalen lopen de kosten razendsnel op, terwijl niemand vraagt hoe het écht met je gaat. Wij keren het systeem om: geen verdienmodel op ellende, maar een overheid die als eerste de hand uitsteekt. Vroeg, vriendelijk en vastberaden.
- Hulp bij betaalachterstanden. Wie de rekeningen niet meer kan betalen verdient hulp, geen trap na. Overheidsinstanties stoppen het excessief ophogen van boetes en vorderingen bij betaalachterstanden. De wanbetalersregeling voor de zorgverzekering schaffen we af. Huisuitzettingen, zowel door woningcorporaties als particuliere verhuurders, zijn alleen nog toegestaan vanwege criminele activiteiten en niet meer vanwege betaalachterstanden. Het afsluiten van gas, water en licht wordt verboden.
- Geen winst op menselijk leed. Schuldhulpverlening mag alleen nog worden uitgevoerd door partijen zonder winstoogmerk. Zo voorkomen we dat mensen in een hopeloze situatie ten prooi vallen aan 'hulpverleners' die uit zijn op winstbejag. Gemeenten krijgen de regie over bewindvoering. Het financieringsstelsel gaat op de schop, zodat mensen niet meer hun eigen bewindvoering hoeven te financieren vanuit de bijzondere bijstand.
- Stop schuldenstapeling. Vaak beginnen grote schuldenproblemen bij een kleine betaalachterstand. Via boetes en incassokosten vermenigvuldigt een schuld zich razendsnel. Dit is wreed en bovendien kost dit administratieve circus de maatschappij bakken met geld. Het stapelen van schulden moet stoppen. We verlagen de maximale incassokosten en rente op krediet, zodat de schuldenlast minder snel toeneemt.
- Geen spijt van later betalen.'Buy Now Pay Later'-bedrijven (BNPL) bieden online hun diensten 'gratis' aan, maar bij een achterstallige betaling lopen de kosten razendsnel op. Vooral jongeren zijn de dupe. We zien dat BNPL-bedrijven hun diensten uitbreiden naar de winkelstraat, waardoor kopen op krediet nog normaler wordt. Daarom verbieden we BNPL in fysieke winkels. Verder moet minimaal een derde van de aankoopprijs vooraf worden voldaan, verhogen we de minimumleeftijd naar 21 jaar en maken we nieuwe aankopen onmogelijk als er nog een aanzienlijk bedrag openstaat. Als bedrijven niet aantoonbaar hebben gecontroleerd of mensen de aankopen wel kunnen betalen en de minimumleeftijd hebben, vervalt de schuld.
- Gokken aan banden. VVeel Nederlanders krijgen te maken met schulden door gokken. De Kansspelautoriteit krijgt meer bevoegdheden om malafide gokbedrijven aan te pakken, en we maken in Europees verband meer afspraken over een grensoverschrijdende aanpak. Bovendien leggen we de zorgplicht en het een algemeen verbod op reclame-uitingen van gokbedrijven strenger vast in de wet, evenals een speellimiet voor spelers.
- Van deurwaarder naar schuldhulp. Wie schulden heeft, durft vaak geen hulp te vragen. Vaak is de eerste met wie je in aanraking komt de deurwaarder. Deurwaarders maken daarom voortaan verplicht een melding bij gemeentelijke schuldhulp, net als verhuurders, energie- en waterbedrijven en zorgverzekeraars. Daarnaast brengen we deurwaarders in overheidsdienst, waarbij we zorgen dat mensen voortaan te maken hebben met één deurwaarder die per regio opereert, in plaats van tien verschillende.
- Helpende hand bij problematische schulden. We moedigen mensen aan om hulp te vragen bij schulden. Wanneer iemand schuldhulp accepteert, vervalt beslag op loon, goederen of uitkering. Iedereen die onder het sociaal minimum dreigt te komen door schulden, krijgt automatisch recht op een betalingsregeling. Gemeenten krijgen meer bevoegdheden om deze betalingsregelingen af te dwingen bij schuldeisers. Om ervoor te zorgen dat mensen niet door het ijs zakken, verhogen we de beslagvrije voet tot het sociaal minimum.”